Kantoor thuis: een kamer inrichten om er elke dag in te werken

Een kantoor thuis werkt als de kamer vier dingen regelt die een bureau niet regelt: 90 cm vrij achter het blad, daglicht van opzij, geluid dat niet terugkaatst en lucht die ververst als de deur dicht is. Voor één werkplek met een kast is een kamer van ongeveer 280 bij 300 cm genoeg, mits het bureau met de korte zijde naar het raam staat. Op het blad hoort rond 500 lux, het scherm staat 50 tot 80 cm van je ogen met de bovenrand tussen 110 en 125 cm boven de vloer, en een ventilatie van 7 liter per seconde houdt de lucht voor één persoon rond 1200 ppm CO2.
Hoeveel kamer een werkplek voor vijf dagen per week vraagt
Een kantoor thuis is iets anders dan een bureau in een hoek. Zodra je er vijf dagen per week zit, met vergaderingen en een deur die dicht moet, telt de hele kamer mee: waar het raam zit, wat je hoort en hoe de lucht is na drie uur met de deur dicht. Waar een werkplek terechtkomt als er geen kamer vrij is, staat bij de werkkamer en thuiswerkplek inrichten.

Voor de vloer reken je met blokken. Het bureau plus 90 cm stoelruimte is het eerste blok, een kast plus de ruimte om ervoor te staan het tweede, en de deur met zijn draaivlak van ruim 80 cm het derde. Wat daarna overblijft, is looproute.
Daaruit volgt een ondergrens van ongeveer 6 m² voor één werkplek met een kast en 10 m² voor twee. Kleiner kan, maar dan gaat het ten koste van de opberging of van de 90 cm achter je stoel, en die laatste voel je elke keer dat je opstaat.
Werk je in de slaapkamer omdat er geen andere kamer is, dan gelden andere afwegingen, want daar moet de stoelruimte samenvallen met de loopstrook langs het bed. Die opstellingen staan bij een bureau in een kleine slaapkamer passen.
De tabel hieronder leest van kamermaat naar inhoud. Zoek de rij die het dichtst bij je eigen kamer ligt en kijk vooral naar de laatste kolom, want daar zit de beslissing die de indeling maakt.
| Kamermaat | Wat erin past | Waar het knelt |
|---|---|---|
| 200 bij 250 cm, 5 m² | Bureau 120 bij 60 cm met stoel, plank boven het blad | Een kast op de vloer past nog, de ruimte om ervoor te staan niet; de opberging moet de wand op |
| 250 bij 280 cm, 7 m² | Bureau 140 bij 70 cm, open kast 80 bij 40 cm | De deur draait vaak in de stoelruimte; zet het blad tegen de wand die het verst van het draaivlak ligt |
| 280 bij 300 cm, 8,4 m² | Bureau 160 bij 80 cm, boekenkast 160 bij 40 cm, ladeblok | Past precies met 90 cm achter de stoel en 70 cm voor de kast, zoals in het schema hieronder |
| 300 bij 350 cm, 10,5 m² | Twee bureaus van 140 bij 70 cm naast elkaar, of één werkplek met een leesstoel | Twee mensen die in dezelfde kamer bellen, horen elkaar; dat lost geen indeling op |
| 350 bij 400 cm, 14 m² | Twee werkplekken met de ruggen naar elkaar, of één werkplek plus een tafel voor bezoek | Rug aan rug kost 70 plus 90 plus 90 plus 70 cm, samen 320 cm kamerbreedte |
| Zolderkamer onder een schuin dak | Bureau in het deel waar je rechtop staat, opberging onder de lage kant | Voor de stoelruimte telt alleen de vloer waar het plafond hoger is dan ongeveer 190 cm |
Een werkkamer van 280 bij 300 cm indelen
De kamer die een kantoor wordt, is meestal de kleinste slaapkamer van het huis: 2,5 tot 3 meter aan elke kant, met de deur in de ene wand en het raam in de wand ertegenover. Drie dingen liggen daar vast voordat je een meubel kiest: de deur, het raam en de radiator eronder.
Het bureau komt met de korte zijde naar het raam. Het daglicht valt dan van opzij op het blad, het glas spiegelt niet in je scherm en je kijkt niet tegen het licht in. Welke kant is een kwestie van je schrijfhand: wie rechts schrijft, wil het raam links, zodat de hand geen schaduw over het papier trekt.
Houd het blad minstens 10 cm van de radiator af. Een bureau pal ertegen houdt de warme lucht tegen die langs het raam omhoog moet, dus warmt de kamer trager op terwijl jij met je knieën tegen het warmste punt zit.
De kast gaat tegen de wand tegenover het bureau, buiten het draaivlak van de deur. Een open boekenkast of een kast met schuifdeuren heeft genoeg aan 60 tot 80 cm ervoor, een kast met draaideuren vraagt 100 cm. In dit voorbeeld blijft 70 cm over, dus past hier alleen de eerste soort.
Zet dezelfde indeling op schaal in de kamerplanner met je eigen wand- en deurmaten. Bij deze kamermaat beslist 10 cm verschil in breedte of het de kast wordt of de stoelruimte.
Kijk voordat je het bureau neerzet waar de wandcontactdozen zitten. In deze kamers zit er vaak één naast de deur en één onder het raam, en een bureau tegen de zijwand heeft dan een snoer over de looproute nodig. Een extra doos op de bestaande groep kost minder moeite dan een snoer dat jaren over de vloer ligt.
Stoel, blad en scherm in de goede volgorde afstellen
Een werkhouding is een ketting van maten, en die ketting begint op de vloer. Stel je eerst het blad in en daarna de stoel, dan klopt de ene maat en schuift de fout door naar de volgende.
Begin bij de stoel: voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. Voor de meeste mensen komt de zitting dan tussen 40 en 52 cm, en dat bereik dekt de gasveer van een bureaustoel zelf. Zet de rugleuning zo dat de bolling in je onderrug valt en er een vuist ruimte blijft tussen de voorrand van de zitting en je knieholte.
Pas dan komt het blad. Met je schouders laag en je onderarmen horizontaal hoort de bovenkant op ellebooghoogte te liggen: gemiddeld 74 cm, met een marge van 72 tot 76 cm. Is het blad niet verstelbaar en te hoog, dan gaat de stoel omhoog en krijgen je voeten een steun, en niet andersom.
De armleuningen stel je als laatste van de stoel in, net onder de bladhoogte, zodat de stoel onder het blad kan schuiven. Staan ze hoger, dan houden ze je 10 cm van het blad af en ga je naar het scherm toe hangen.

Het scherm sluit de ketting. De bovenrand komt op ooghoogte of iets eronder, 110 tot 125 cm boven de vloer, en de afstand hangt af van de schermgrootte in de tabel hieronder. Alle werkmaten bij elkaar, van stahoogte tot plankhoogte, zoek je op in de maatwijzer voor bureau, stoel en scherm.
Bij een zit-stabureau geldt staand dezelfde elleboogregel. Als vuistregel kom je uit op je lichaamslengte min 75 cm, bij 1,80 m dus op 105 cm, maar meet het na met je armen langs je lichaam en je onderarmen haaks.
| Scherm | Kijkafstand die werkt | Bladdiepte die erbij past | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Laptop van 13 tot 15 inch | 50 tot 60 cm | 60 cm, met een standaard | Zonder standaard zit de bovenrand ongeveer 20 cm te laag; met standaard heb je een los toetsenbord en een muis nodig |
| Eén scherm van 24 inch | 50 tot 70 cm | 70 cm | Op een blad van 60 cm staat de voet tegen de wand en zit je dicht op het beeld |
| Eén scherm van 27 inch | 60 tot 80 cm | 80 cm | Bij 60 cm diepte beweeg je je ogen van hoek naar hoek; een monitorarm aan de achterrand wint 15 tot 20 cm |
| Eén scherm van 32 inch of een breed scherm van 34 inch | 70 tot 90 cm | 80 cm met een monitorarm, of 90 cm | De randen vallen buiten je rustige blikveld; een gebogen scherm houdt de afstand tot de hoeken gelijk |
| Twee schermen van 24 of 27 inch | Dezelfde afstand als bij één scherm | 80 cm diep en 160 cm breed | Zet het scherm dat je het meest gebruikt recht voor je en het tweede schuin ernaast, niet de naad in het midden |
| Laptop naast een los scherm | Beide op dezelfde afstand | 80 cm | Twee verschillende hoogtes laten je nek de hele dag op en neer gaan; zet de laptop op een standaard tot de bovenranden gelijk liggen |
Stel je stoel af op de schoenen of sokken die je thuis echt draagt. Een hak van 3 cm verschuift de hele ketting van zithoogte, bladhoogte en schermhoogte, en die 3 cm voel je na een dag in je schouders.
Hoeveel licht er op het blad moet en uit welke hoek
Voor kantoren noemt de Europese norm NEN-EN 12464-1 een verlichtingssterkte van 500 lux op het werkvlak bij lezen, schrijven en beeldschermwerk. Thuis is die norm geen verplichting, maar het getal zegt wel wat je ogen nodig hebben voor een werkdag van acht uur.
Een plafondlamp alleen haalt dat op een bureau zelden. Hij moet de hele kamer vullen en schijnt over je schouder, dus je eigen romp legt schaduw op het blad. Een bureaulamp dicht bij het werk haalt die 500 lux wel, omdat de verlichtingssterkte afneemt met het kwadraat van de afstand: dezelfde lamp geeft op 50 cm ongeveer vier keer zoveel licht op het blad als op 1 meter.
Zet de bureaulamp aan de kant tegenover je schrijfhand en zo dat je de lichtbron zelf niet ziet. Licht dat van opzij en van boven op het blad valt, kaatst van het scherm weg in plaats van ernaartoe, dus met dezelfde plek houd je hem ook uit je beeld.
Een bureaulamp zonder ander licht maakt het blad fel en de kamer donker, en dan stellen je ogen zich bij elke blik opzij opnieuw in. Houd daarom ook algemeen licht aan, bij voorkeur indirect via plafond of wand, zodat de omgeving niet veel donkerder is dan het blad.
Kies overdag 4000 K, zodat het lamplicht aansluit op het daglicht van het raam, en 's avonds 2700 tot 3000 K. Hoe het daglicht op jouw kamer valt, per windrichting en per moment van de dag, zoek je op in de lichtwijzer voor raam en windrichting.
| Lichtbron | Wat hij op het blad doet | Waar hij komt | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Daglicht door het raam | Dicht bij het glas ruim genoeg; het reikt ongeveer 2 tot 2,5 keer de hoogte van de bovenkant van het raam de kamer in | Van opzij, met de korte zijde van het bureau naar het raam | Direct zonlicht op het scherm; op zuid en west zijn lamellen of een screen nodig |
| Plafondlamp midden in de kamer | Algemeen licht, op het blad meestal ruim onder 500 lux | Midden in de kamer, of indirect tegen het plafond | Schijnt over je schouder en legt de schaduw van je romp op het papier |
| Bureaulamp met arm | Plaatselijk 500 lux of meer, afhankelijk van de afstand | Aan de kant tegenover je schrijfhand, met de kap onder ooghoogte | Een lichtbron die je vanuit je stoel ziet, verblindt; de kap moet hem afschermen |
| Schermlamp op de bovenrand van het scherm | Een strook licht op het blad direct voor het scherm | Op de bovenrand, met de bundel naar het blad en weg van het beeld | Verlicht toetsenbord en papier, niet de rest van de kamer |
| Wandlamp of staande lamp met licht naar het plafond | Weinig op het blad, veel in de kamer | Naast of achter het bureau, gericht op wand of plafond | Alleen samen met een bureaulamp genoeg; houdt het verschil tussen blad en kamer klein |
| Lamp voor videobellen | Licht op je gezicht, niet op het blad | Naast of achter het scherm, op ooghoogte en iets schuin | Recht van voren wordt je gezicht vlak en zie je de lamp terug in brillenglazen |
Opbergen zonder dat het blad volloopt
Een werkplek zonder opberging verandert binnen een week in een blad waar alles op ligt. Het blad is dan geen werkvlak meer maar een plank, en op 120 of 160 cm breedte is dat al snel de helft van je ruimte.
Wat je opbergt, bepaalt de maat van de kast. Een A4-ordner is 32 cm hoog en 28 cm diep, dus een kast van 35 tot 40 cm diep met planken op 35 cm tussenafstand houdt hem staand en grijpbaar. Hangmappen vragen de volle 45 cm diepte van een archiefkast, en boeken staan allemaal binnen een schap van 25 cm.
Gewicht komt daarna. Een meter ordners of boeken weegt al snel 25 kg, en een plank van 18 mm plaatmateriaal zakt boven 80 cm overspanning zichtbaar door. Een kast met vakken van 80 cm blijft recht, een lange doorlopende plank heeft een steun in het midden nodig.
Zet wat je dagelijks pakt tussen ongeveer 70 en 150 cm hoogte, want dat haal je zonder te bukken of te reiken. Het archief dat je een paar keer per jaar opent, gaat onderin of bovenin.
Een plank boven het bureau kost geen vloer. Hang de onderkant 40 tot 60 cm boven het blad, zodat een ordner eronder past en je bij het opstaan je hoofd niet stoot. Wat jouw muur bij zo'n plank kan dragen, zoek je per wandsoort op in de ophangwijzer voor planken en kasten aan de muur.
| Wat je opbergt | Maat van het ding | Kast of plank die past | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| A4-ordners | 32 cm hoog, 28 cm diep, 8 cm breed | Kast of plank van 35 tot 40 cm diep, planken 35 cm uit elkaar | Twaalf ordners op een meter wegen samen 25 tot 30 kg; blijf onder 80 cm overspanning |
| Hangmappen | Hangen in een lade van 45 cm diep | Archiefkast van 80 bij 45 cm, of een ladeblok met een hangmaplade | Een uitgetrokken volle lade trekt de kast voorover als hij niet aan de wand vastzit |
| Boeken en naslag | Pocket 12 cm diep, gebonden boek 16 tot 20 cm | Schap van 25 cm diep | Dieper dan 30 cm en de rij erachter verdwijnt uit het zicht |
| Papier en schrijfspullen voor de dag | A4 is 21 bij 29,7 cm | Ladeblok van 40 bij 50 cm op wielen onder het blad | Past onder een blad van 72 tot 75 cm; houd rekening met een lade of goot die van de vrije hoogte afgaat |
| Printer | Wisselt per model; meet de papierlade uitgeschoven mee | Kastvak op 70 tot 100 cm hoogte, of een los kastje naast het bureau | De papierlade en de uitvoer aan de voorkant moeten vrij kunnen openen; geen vak met een deur ervoor |
| Kabels, laders en een verdeelblok | Alles wat permanent ingeplugd blijft | Kabelgoot of mand onder de achterrand van het blad | Een goot gaat af van de 68 cm vrije hoogte onder het blad; hang hem achteraan, waar je knieën niet komen |
| Wat je aan het eind van de dag wegzet | Laptop, toetsenbord, notitieblok | Een vak van 40 cm breed en 35 cm diep op heuphoogte | Een blad dat 's avonds leeg is, maakt de kamer weer bruikbaar voor iets anders dan werk |
Zet een archiefkast of een hoge boekenkast vast aan de wand. Met twee volle laden van 45 cm uitgetrokken schuift het zwaartepunt naar voren, en een boekenkast van 200 cm hoog en 30 cm diep kantelt al als er aan een bovenste plank getrokken wordt.
Waarom een kleine werkkamer hol klinkt en wat daartegen helpt
Een kleine kamer met een harde vloer, gladde wanden en een kaal raam klinkt hol, en dat hoor je vooral terug in gesprekken. Je stem kaatst tussen de wanden heen en weer en komt een fractie later nog eens bij de microfoon aan.
Hoe lang dat doorgaat, heet de nagalmtijd. Een lege kamer van 3 bij 3 meter met harde oppervlakken galmt ruim een seconde na, terwijl spraak prettig verstaanbaar is bij een halve seconde of korter. Dat verschil haal je met zachte vlakken, en het aantal vierkante meters telt daarbij meer dan het precieze materiaal.
Waar je die vlakken hangt, maakt uit. De sterkste vroege weerkaatsing komt van het vlak dat het dichtst bij je mond ligt en waar je stem recht op gericht is: de wand achter je scherm. Daarna volgen het plafond boven het bureau en de wand in je rug.
Twee kale wanden die evenwijdig tegenover elkaar staan, geven daarbij fladderecho: een snel ratelend tikje als je in je handen klapt. Eén zacht vlak op een van de twee is genoeg om dat te breken, want het geluid kan dan niet meer ongehinderd heen en weer.
Geluid van buiten is een andere kwestie. Tegen verkeer of buren helpt inrichting weinig; dan gaat het om dichten waar het geluid doorheen komt. Bij een binnendeur is dat bijna altijd de kier eronder, en een valdorpel scheelt meer dan een zwaardere deur, omdat geluid door de zwakste plek gaat en niet door het dikste deel.
| Maatregel | Wat het doet | Wat het niet doet |
|---|---|---|
| Vloerkleed onder bureau en stoel | Neemt de weerkaatsing van de vloer weg en dempt het rollen van de stoel | Doet weinig aan galm tussen de wanden, en de stoel rolt er zwaarder over |
| Gordijn in ruime plooi voor het raam | Absorbeert veel meer dan hetzelfde doek strak gespannen, omdat er meer stof en lucht achter zit | Houdt geen verkeersgeluid tegen; daarvoor tellen het glas en de kierdichting |
| Gevulde boekenkast | Verstrooit geluid over ongelijke ruggen en vult een hele wand | Een kast met gladde deuren ervoor kaatst net zo hard terug als een kale muur |
| Akoestisch paneel van ongeveer 4 cm dik op de wand achter het scherm | Pakt de sterkste vroege weerkaatsing bij videobellen | Dunne panelen van 1 cm schuim dempen vooral hoge tonen en laten de holle klank van spraak staan |
| Valdorpel of kierafdichting onder de deur | Dicht de kier waar spraak uit de gang doorheen komt | Verandert niets aan de galm in de kamer zelf, en sluit de weg af waarlangs de lucht de kamer uit gaat |
| Headset met microfoon dicht bij de mond | Je stem komt veel harder binnen dan de weerkaatsing, dus de kamer valt weg in het gesprek | Maakt de kamer voor jezelf niet stiller en dempt geen geluid van buiten |
Klap midden in de kamer een keer hard in je handen. Hoor je een snel ratelend tikje, dan staan er twee kale wanden tegenover elkaar en is één zacht vlak op een van beide al genoeg; hoor je een lange zachte staart, dan mist de hele kamer absorptie.
Frisse lucht en warmte met de deur dicht
Een kantoor thuis heeft een deur die dicht moet, en een dichte deur in een kamer van 8 m² verandert de lucht sneller dan je merkt. Een volwassene aan een bureau ademt ongeveer 20 liter CO2 per uur uit. In een kamer van 280 bij 300 cm met een plafond van 2,60 m, samen ongeveer 22 m³ lucht, stijgt het CO2-gehalte zonder ventilatie met zo'n 900 ppm per uur.
Buitenlucht zit rond 420 ppm. Na een uur met deur, raam en rooster dicht zit je dan boven 1200 ppm, de waarde die voor scholen en kantoren vaak als bovengrens wordt aangehouden, en na twee uur boven 2000 ppm. Rond die waarden klagen mensen vaker over een zwaar hoofd en een zakkende concentratie.
Wat de stijging stopt, is een constante luchtstroom. De tabel hieronder laat zien waar het CO2-gehalte zich instelt bij een bepaalde ventilatie, uitgaande van 20 liter CO2 per persoon per uur en buitenlucht van 420 ppm. Bij 7 liter per seconde blijft het voor één persoon rond 1200 ppm, en 7 liter per seconde is ook het minimum per verblijfsruimte dat het Besluit bouwwerken leefomgeving voor nieuwbouw vraagt.
In een bestaande woning komt die stroom van een ventilatierooster boven het raam of een raam op de ventilatiestand. In een huis met mechanische afzuiging moet de lucht er ook weer uit kunnen, via de kier onder de binnendeur naar de afzuiging in keuken of badkamer. Sluit je die kier af met een valdorpel, dan stopt ook de stroom door het rooster: lucht die er niet uit kan, komt er niet in.
Warmte telt ook mee. Je lichaam geeft ongeveer 100 watt af, een pc met twee schermen 150 tot 250 watt, en in een kleine kamer met een raam op zuid of west wordt het op een zomermiddag daardoor merkbaar warmer dan in de rest van het huis. Een screen buiten het glas houdt de zonnewarmte tegen voordat die binnen is, een gordijn binnen pas als hij er al is.
| Ventilatie in de kamer van 22 m³ | Waar het CO2 zich instelt bij één persoon | Bij twee personen | Wat dat betekent |
|---|---|---|---|
| Geen: deur, raam en rooster dicht | Blijft stijgen, ongeveer 900 ppm per uur | Blijft stijgen, ongeveer 1800 ppm per uur | Na een uur boven 1200 ppm, na twee uur boven 2000 ppm |
| 3,5 liter per seconde | Rond 2000 ppm | Rond 3600 ppm | De helft van het minimum voor nieuwbouw; na een ochtend merk je het |
| 7 liter per seconde | Rond 1200 ppm | Rond 2000 ppm | Het minimum per verblijfsruimte bij nieuwbouw: genoeg voor één persoon, krap voor twee |
| 14 liter per seconde | Rond 800 ppm | Rond 1200 ppm | Ruim voor één persoon, en genoeg voor twee die de hele dag in de kamer werken |
Een losse CO2-meter op het bureau maakt het onzichtbare zichtbaar. Kies er een met een NDIR-sensor, want meters die CO2 alleen afleiden uit andere gassen in de lucht, geven een schatting en geen meting.
Stroom en internet in een kamer die daar niet op gebouwd is
Een kleine slaapkamer die kantoor wordt, heeft meestal twee wandcontactdozen en geen netwerkaansluiting. Voor het stroomverbruik is dat zelden een probleem: een laptop, een scherm en een bureaulamp vragen samen een paar honderd watt, en een groep van 16 ampère levert 3680 watt.
Het knelt pas als er iets bij komt dat warmte maakt. Een elektrisch kacheltje van 2000 watt of een mobiele airco zit meestal op dezelfde groep als de andere slaapkamers en de overloop, en dan slaat de groep uit zodra daar ook een föhn aangaat. Kijk daarom in de meterkast welke kamers op de groep van je werkkamer zitten voordat je er iets zwaars op aansluit.
Internet is vaker het echte knelpunt. Wifi op 5 gigahertz haalt de hoogste snelheden, maar wordt door een betonvloer en steenachtige wanden sterker gedempt dan wifi op 2,4 gigahertz. Een werkkamer een verdieping boven de router krijgt daardoor precies het signaal dat bij videobellen tekortschiet.
Een snelheidstest meet vooral de downloadsnelheid gedurende een paar seconden, terwijl een videogesprek een stabiele uploadstroom met weinig pakketverlies vraagt. Daarom kan het beeld bevriezen terwijl de test prima uitvalt.
Een netwerkkabel van de router naar de werkkamer lost dat in één keer op: cat 6 haalt 1 gigabit per seconde over een lengte tot 100 meter. Kan er geen kabel door het huis, dan werkt een meshsysteem met een eigen verbinding tussen de stations beter dan een eenvoudige repeater, want die ontvangt en zendt op dezelfde radio en halveert daarmee ongeveer de snelheid.
Steek een elektrische kachel rechtstreeks in de wandcontactdoos en niet in een verdeelblok of een opgerolde kabelhaspel. Bij urenlang 2000 watt worden de contacten van een verdeelblok en het opgerolde snoer warm, en dat is de plek waar het misgaat.
Twee werkplekken in één kamer, of een kantoor waar bezoek komt
Werken twee mensen in dezelfde kamer, dan is de indeling niet het moeilijkste. Het moeilijkste is dat de een belt terwijl de ander nadenkt, en daar is geen opstelling die dat helemaal oplost. Wat een opstelling wel bepaalt, is of je elkaars stem recht van voren hoort of van achteren en afgewend.
Naast elkaar aan één wand vraagt de minste diepte: twee bladen van 140 cm naast elkaar en 90 cm stoelruimte erachter. Je ziet dan wel elkaars scherm en je praat allebei tegen dezelfde wand, dus een zacht vlak op die wand werkt meteen voor twee.
Rug aan rug, elk tegen een eigen wand, is voor bellen het rustigst, omdat je stemmen van elkaar af gaan. Die opstelling kost breedte: 70 cm blad, twee keer 90 cm stoelruimte en weer 70 cm blad, samen 320 cm. Met 120 cm gedeelde ruimte tussen de bladranden, en dus 260 cm kamerbreedte, werkt het ook, zolang jullie niet tegelijk opstaan.
Tegenover elkaar aan één blok is op papier het compactst en in gebruik het lastigst, want je kijkt over je scherm recht in het gezicht van de ander en je stemmen gaan naar elkaar toe.
Komt er bezoek voor je werk, dan verschuift de vraag van inrichting naar route. Een werkruimte bij de voordeur houdt klanten uit je woonkamer, en ze moeten een toilet kunnen gebruiken zonder door je privédeel te lopen. Voor dat bezoek is een gewone pot met fontein nodig; een urinoir in huis bespaart ruimte naast een bestaand toilet, maar is voor bezoekers geen vervanging.
Of zo'n ruimte fiscaal als werkruimte telt, beslist de Belastingdienst en niet de inrichting. Welke andere plekken zich lenen voor een werkplek met een eigen ingang, zoals een aanbouw of een zolder, staat in het overzicht van alle ruimtes in huis.
| Opstelling | Wat het aan vloer kost | Voor wie het werkt | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Twee bureaus naast elkaar aan één wand | Blok van 280 bij 160 cm: twee bladen van 140 bij 70 cm plus 90 cm stoelruimte | Twee mensen die weinig bellen, of die juist bij elkaar moeten meekijken | Je ziet elkaars scherm en hoort elk gesprek van dichtbij |
| Rug aan rug tegen twee wanden | Kamerbreedte van 260 cm met gedeelde stoelruimte, 320 cm om tegelijk op te staan | Twee mensen die allebei veel bellen | Kost de meeste breedte, en de route naar de deur loopt tussen de stoelen door |
| Tegenover elkaar aan één blok | Blok van 140 bij 320 cm: twee bladen van 70 cm diep plus 90 cm aan elke kant | Samen aan hetzelfde werken, zonder veel te bellen | Je kijkt over je scherm naar de ander en jullie stemmen gaan naar elkaar toe |
| Haaks op elkaar in een hoek | Een kamer van ongeveer 300 bij 300 cm; het tweede blad begint pas 160 cm uit de hoek | Twee mensen die elk een eigen wand willen zonder de breedte van rug aan rug | Begint het tweede blad eerder, dan komen de twee stoelen in elkaars ruimte terecht |
| Eén werkplek en een tafel voor bezoek | Ruim 4 m²: bureau met stoelruimte plus een ronde tafel van 90 cm met twee stoelen | Wie klanten ontvangt voor een gesprek | Een gesprek aan je eigen bureau zet de bezoeker naast je scherm en je papieren |
Zo richt je een kamer in tot kantoor
De volgorde loopt van wat vastligt naar wat je zelf kiest, zodat geen aankoop een eerdere beslissing ongedaan maakt.
-
Meet de kamer en teken de vaste punten in
Zet de wanden, de deur met zijn draaivlak, het raam, de radiator en alle wandcontactdozen op schaal op papier. Noteer ook op welke windrichting het raam ligt, want dat bepaalt straks of je zonwering nodig hebt.
-
Kies de wand voor het bureau vanuit het raam
Zet het bureau met de korte zijde naar het glas, met het raam aan de kant tegenover je schrijfhand en minstens 10 cm vrij van de radiator. Kan dat niet, reken dan op lamellen of een screen om tegenlicht of spiegeling weg te nemen.
-
Leg het bureau met zijn stoelruimte uit met tape
Plak de buitenmaat van het blad plus 90 cm stoelruimte op de vloer, en ook de kast met de ruimte ervoor. Zo zie je voordat je iets koopt of de deur nog vrij opengaat en of er 60 tot 80 cm voor de kast overblijft.
-
Kies de stoel en stel hem af voordat het bureau er is
De stoel legt je zithoogte vast en daarmee de bladhoogte die je nodig hebt. Stel hem af met je voeten plat op de vloer, meet dan je ellebooghoogte en kies een bureau dat op die hoogte kan staan, of een verstelbaar blad.
-
Zet het scherm op hoogte en op afstand
Breng de bovenrand naar 110 tot 125 cm boven de vloer en zet het beeld op 50 tot 80 cm van je ogen, afhankelijk van de schermgrootte. Een laptop gaat op een standaard met een los toetsenbord, dat 10 cm van de bladrand ligt.
-
Plaats het licht in twee lagen
Zorg voor algemeen licht in de kamer en een bureaulamp aan de kant tegenover je schrijfhand, met de lichtbron buiten je blikveld. Kies overdag 4000 K en voor de avond een tweede lichtpunt van 2700 K op een eigen schakelaar.
-
Werk een ochtend met de deur dicht en luister en meet
Voer een videogesprek en klap een keer in je handen; een holle klank of een ratelend tikje vraagt om een zacht vlak op de wand achter je scherm. Laat tegelijk een CO2-meter meelopen, en komt die binnen twee uur boven 1200 ppm, zet dan het rooster verder open of zorg dat de lucht onder de deur weg kan.
Nalopen voordat je de eerste werkdag begint
Uit de praktijk
Je klinkt hol in gesprekken terwijl de kamer vol spullen staat
Klink je in gesprekken hol of met een nagalm, terwijl de kamer helemaal niet leeg is, dan zitten de zachte spullen op de verkeerde plek. Een bed, een bank of een stapel dozen in je rug dempt de kamer, maar niet de weerkaatsing die de microfoon als eerste terugkrijgt.
Die komt van het vlak dat het dichtst bij je mond ligt en waar je stem recht op gericht is: de wand achter het scherm, bij een bureau tegen de muur vaak een kale wand op 70 cm. Het geluid komt daar een paar milliseconden na je stem nog eens bij de microfoon aan, en die twee samen klinken als praten in een doos.
De correctie is een absorberend vlak van ongeveer een vierkante meter op die wand, tussen blad en ooghoogte, of een gevulde boekenkast. Een headset met een microfoon dicht bij je mond haalt hetzelfde zonder iets aan de kamer te veranderen, omdat je stem dan veel harder binnenkomt dan de weerkaatsing.
Na de lunch zakt je concentratie en voelt je hoofd zwaar
Werk je 's ochtends goed en loopt het na de middag vast, met een zwaar hoofd dat verdwijnt zodra je even buiten bent geweest, kijk dan eerst naar de lucht en pas daarna naar je slaap of je koffie. Een kleine kamer met de deur en het rooster dicht kan na een ochtend ruim boven 1200 ppm CO2 zitten.
Het mechanisme is volume. In 22 m³ lucht voegt één persoon elk uur zo'n 900 ppm toe, en de naden rond een raam in een goed geïsoleerd huis verversen te weinig om dat bij te houden. Nieuwe kozijnen maken het erger, omdat de kieren die vroeger ventileerden nu dicht zijn.
Een open rooster of een raam op de ventilatiestand houdt het voor één persoon rond 1200 ppm. Luchten in de lunchpauze helpt ongeveer een uur, want daarna begint dezelfde stijging opnieuw.
Het zit-stabureau wiebelt zodra het op stahoogte staat
Staat een zit-stabureau zittend stevig en gaat het staand schommelen als je typt, dan is het frame breed maar niet diep. De twee kolommen staan op voeten van ongeveer 60 tot 70 cm lang, en hoe hoger het blad, hoe langer de hefboom waarmee je handen via het blad aan die voeten trekken.
De beweging gaat daarom vooral voor en achter en neemt toe met elke centimeter hoogte. Een monitorarm aan de achterrand maakt het erger, want een scherm van een paar kilo aan een arm van 40 cm slingert na bij elke aanslag.
Wat helpt, is een frame met een stevige dwarsbalk tussen de kolommen, een blad dat niet hoger staat dan je ellebooghoogte vraagt, en voeten die direct op de vloer rusten in plaats van op een zacht kleed dat meeveert.
Veelgemaakte fouten
De kamer kiezen op oppervlakte in plaats van op geluid en licht
Liggen er twee kamers vrij, dan telt de kant van het huis meer dan de vierkante meters. Verkeersgeluid aan de straatkant houd je met inrichting niet buiten, en een paar vierkante meter extra lossen geen gesprek op dat steeds wordt overstemd.
Kijk ook naar de windrichting van het raam: een kamer op het noorden geeft de hele dag gelijkmatig licht zonder zonvlek op het scherm, een kamer op het westen zet je vanaf de middag in de lage zon.
De deur dichtmaken zonder dat de lucht ergens heen kan
Een deur met een valdorpel houdt geluid tegen, en tegelijk de luchtstroom. In een huis met mechanische afzuiging komt verse lucht door het rooster binnen en gaat hij onder de deur door naar de afzuiging; sluit je die kier af, dan stopt ook de stroom door het rooster.
Wil je de deur voor het geluid dicht, zet dan het raam op de ventilatiestand of kies een geluiddempend overstroomrooster in de deur of het kozijn.
Een monitorarm vastklemmen op een blad dat daar niet op berekend is
Een scherm van een paar kilo aan een arm van 40 cm zet op de klem een draaiende kracht die veel groter is dan het gewicht zelf. Een massief of multiplex blad van 25 mm houdt dat, maar een blad met een honingraatkern of een glazen blad geeft na verloop van tijd mee of breekt aan de rand.
Leg een stalen plaat onder de klem, zodat de kracht over een groter vlak verdeeld wordt, of kies een arm die door een gat in het blad wordt vastgezet.
Een kast met draaideuren in een smalle werkkamer zetten
Een kast met draaideuren van 50 cm vraagt 100 cm vrij, want de deur zwaait de kamer in en jij staat er nog voor. In een kamer van 280 cm breed met een bureau van 80 cm diep en 90 cm stoelruimte blijft 70 cm over, en dan slaat de kastdeur tegen de rugleuning van je stoel.
Kies in zo'n kamer een open kast of een kast met schuifdeuren, die hebben aan 60 tot 80 cm genoeg.
Alle lampen op daglicht van 6500 K zetten
Een lamp van 6500 K oogt fris in de winkel en overdag, maar geeft na zonsondergang blauwrijk licht in een kamer waar je 's avonds nog even je mail leest. Blauw licht in de avond remt de aanmaak van melatonine, en dan duurt het langer voordat je slaperig wordt.
Houd 4000 K aan voor overdag en zet voor de avond een lamp van 2700 K op een eigen schakelaar. Zet ze niet tegelijk aan in hetzelfde zichtveld, want dan lijkt de ene oranje en de andere blauw.
Een repeater gebruiken voor een kamer waar je videobelt
Een eenvoudige repeater vangt het wifisignaal op en zendt het op dezelfde radio opnieuw uit, dus hij luistert en praat om beurten. De snelheid die in de werkkamer aankomt, is daardoor ongeveer de helft van wat de repeater zelf ontvangt, en de vertraging neemt toe.
Voor een vaste werkplek werkt een netwerkkabel beter, of een meshsysteem met een eigen verbinding tussen de stations.
Veelgestelde vragen
Hoe groot moet een kantoor thuis zijn?
Voor één werkplek met een kast is ongeveer 6 m² de ondergrens en werkt 8 m² ruim, bijvoorbeeld een kamer van 280 bij 300 cm. Dat getal komt uit drie blokken: het bureau met 90 cm stoelruimte erachter, de kast met 60 tot 80 cm ervoor, en het draaivlak van de deur.
Voor twee mensen reken je op minstens 10 m², en met de ruggen naar elkaar op een kamerbreedte van 260 tot 320 cm.
Welke kamer in huis kun je het beste als kantoor gebruiken?
Kies op geluid en licht voordat je op oppervlakte kiest. Een kamer aan de tuinkant is meestal stiller dan een aan de straat, en een raam op het noorden geeft de hele dag gelijkmatig licht zonder zon op je scherm.
Moet het bureau toch in de slaapkamer, dan zijn er opstellingen waarbij de stoelruimte samenvalt met de loopstrook langs het bed. Die staan uitgewerkt bij bureauopstellingen voor de slaapkamer.
Hoeveel lux heb je nodig op een thuiswerkplek?
Voor lezen, schrijven en beeldschermwerk noemt NEN-EN 12464-1 een waarde van 500 lux op het werkvlak. Die norm is geschreven voor kantoren en thuis niet verplicht, maar het is een bruikbare maat voor wat je ogen een werkdag lang nodig hebben.
Een plafondlamp haalt dat op het blad zelden; een bureaulamp op 40 tot 60 cm van het werk wel. Houd daarnaast algemeen licht aan, zodat de kamer rond het blad niet veel donkerder is.
Is warm of koel licht beter voor een kantoor thuis?
Overdag werkt 4000 K het best, omdat het aansluit op het daglicht dat door het raam binnenkomt en je ogen niet tussen twee kleuren licht hoeven te wisselen. 's Avonds is 2700 tot 3000 K prettiger, want blauwrijk licht na zonsondergang remt de aanmaak van melatonine.
Zet die twee op aparte schakelaars in plaats van één lamp die alles moet doen, en kies een lamp met Ra 90 of hoger als je vaak in beeld bent.
Hoe hoog moet de camera staan bij videobellen?
Op ooghoogte, en voor wie op een bureaustoel zit is dat rond 120 cm boven de vloer. Een laptopcamera op het blad kijkt van onderen tegen je kin op en laat vooral het plafond achter je zien.
Zet de laptop op een standaard tot de camera op die hoogte zit, of gebruik een losse camera op de bovenrand van je scherm. Staat die bovenrand tussen 110 en 125 cm, dan zit de camera vanzelf goed.
Hoe krijg je een kantoor thuis stiller?
Maak eerst onderscheid tussen galm in de kamer en geluid van buiten. Galm los je op met zachte vlakken: een kleed, een gordijn in ruime plooi en een gevulde kast of een paneel op de wand achter je scherm.
Tegen geluid van buiten helpt inrichting nauwelijks. Daar gaat het om de zwakste plek: de kier onder de deur, de naden rond het kozijn en een ventilatierooster zonder demping. Een geluiddempend rooster of een valdorpel doet meer dan een dikker gordijn.
Heb je een zit-stabureau nodig voor een kantoor thuis?
Nodig is het niet, maar het maakt afwisselen makkelijk voor wie vijf dagen per week thuiswerkt. Het voordeel zit in het wisselen van houding en niet in het staan zelf; urenlang staan belast je benen en je onderrug net zo goed.
Aan de plattegrond verandert niets, want het blad gaat alleen omhoog. Let wel op kabels met 60 cm speling en op een frame dat op stahoogte, rond je lichaamslengte min 75 cm, niet gaat wiebelen.
Moet je werkgever meebetalen aan je werkplek thuis?
De arboregels gelden ook als je structureel thuiswerkt: je werkgever moet zorgen dat je werkplek voldoet aan de eisen voor beeldschermwerk en je uitleggen hoe je hem inricht. Een letterlijke plicht om een bureau of een stoel te betalen staat daar niet in; veel werkgevers lossen het op met een budget of met meubilair in bruikleen.
Hoe het bij jou geregeld is, staat in je arbeidsvoorwaarden of je cao, net als de vraag of je een thuiswerkvergoeding krijgt.
Is een kantoor aan huis fiscaal aftrekbaar?
Voor werknemers in loondienst zijn de kosten van een werkruimte thuis in de regel niet aftrekbaar. Voor ondernemers kan het wel, maar onder strikte voorwaarden: de werkruimte moet een zelfstandig deel van de woning zijn, met onder meer een eigen opgang en eigen sanitair, en daarnaast gelden eisen aan het deel van je inkomen dat je er verdient.
De precieze voorwaarden staan bij de Belastingdienst. Een kamer op de verdieping met een bureau erin haalt die zelfstandigheid bijna nooit, hoe goed hij ook is ingericht.
Hoeveel ruimte heb je nodig voor twee werkplekken in één kamer?
Naast elkaar aan één wand is het compactst: een wand van 280 cm voor twee bladen van 140 cm, met 90 cm stoelruimte erachter, dus een blok van 280 bij 160 cm. Rug aan rug, elk tegen een eigen wand, vraagt een kamerbreedte van 260 cm als jullie de stoelruimte delen en 320 cm als jullie tegelijk willen kunnen opstaan.
Belt een van beiden veel, dan is rug aan rug de betere keus, omdat jullie stemmen dan van elkaar af gaan.
Welke kleur geef je de muren van een werkkamer?
Voor de wand achter je scherm werkt een middentoon beter dan helder wit. Een witte wand naast een scherm is een groot fel vlak in je blikveld, en je ogen stellen zich dan steeds opnieuw in tussen het beeld en de muur; een matte, gebroken kleur met wat grijs erin houdt dat verschil kleiner.
In een kamer op het noorden wordt een licht koel grijs grauw, dus kies daar een warme onderlaag. Welke tinten bij je vloer of kozijn passen, zoek je op in de kleurmatcher voor vloer, kozijn en muur.
Wanneer je beter een vakman belt
Een kantoor inrichten doe je zelf, maar werk in de groepenkast niet. Wil je de werkkamer op een eigen groep zetten, of komt er een elektrische kachel of airco bij die de bestaande groep te zwaar belast, dan is dat werk achter de hoofdzekering en daarmee voor een elektricien. Laat dan meteen nakijken of de aansluiting en de groepenkast ook ruimte hebben voor andere plannen, zoals een laadpaal bij je huis.
Een overstroomrooster in een binnendeur zet je zelf. Een mechanisch ventilatiesysteem inregelen of een dakraam in een zolder maken hoort bij een installateur of aannemer, omdat daar de balans van de installatie of de dakconstructie aan vastzit.
Verder lezen over dit onderwerp

Kleine slaapkamer inrichten met bureau

Slaapkamer bureau ideeën
