Houten hanglamp: hoogte, maat en wat hout met het licht doet
Een houten hanglamp hangt boven de eettafel met de onderkant van de kap op 80 cm boven het blad, wat bij een blad van 75 cm neerkomt op 155 cm boven de vloer. De kap blijft aan alle kanten minstens 30 cm binnen de rand van de tafel, dus boven een tafel van 90 cm diep past een kap van hooguit 30 cm. Hout laat vrijwel geen licht door, dus zo'n lamp verlicht de tafel en niet de kamer: reken op minstens één ander lichtpunt. Kies een lichtbron van 2700 K met Ra 90 of hoger, want bij een lagere kleurweergave zien hout, huid en eten er vlak uit.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een uur om op te hangen, een middag om er zelf een te maken
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen, met de groep uit
- Kosten
- Snoerset, plug en schroefoog zijn een kleine post, de lamp zelf bepaalt het bedrag
Gereedschap
- Rolmaat van 5 m
- Spanningszoeker of tweepolige spanningstester
- Boormachine met steenboor 6 mm of houtboor
- Schroevendraaierset, waaronder een kleine platte voor de kroonsteen
- Striptang of een scherp mesje
- Trapje dat hoog genoeg is om met twee handen bij het plafond te kunnen
Materiaal
- Schroefoog of plafondhaak die bij het plafondtype past
- Nylon plug 6 mm voor beton, of een houtschroef van minstens 40 mm in de balk
- Snoerset met fitting, trekontlasting en baldakijn
- Lasklemmen of een kroonsteen
- Lichtbron van 2700 K met Ra 90 of hoger, dimbaar als er een dimmer op de groep zit
Wat hout met het licht doet
Een houten hanglamp gedraagt zich anders dan een lamp van glas of geperforeerd metaal, en dat komt door één eigenschap. Hout laat vanaf ongeveer twee millimeter dikte geen licht meer door, dus alles wat de lamp geeft komt uit de onderkant en uit de opening bovenin.
Daarmee is een dichte houten kap een lamp voor een tafel en niet voor een kamer. Boven een eettafel is dat precies goed, maar als enige lichtpunt in een woonkamer blijven het plafond en de hoeken donker. Hoeveel lichtpunten een ruimte nog meer nodig heeft en op welke hoogte die horen, staat bij de opbouw van het licht per kamer.

Het tweede verschil zit in de kleur van wat er terugkaatst. Hout slikt het blauwe deel van het spectrum en gooit rood en geel terug, dus het licht dat via de binnenkant van de kap op tafel valt is warmer dan wat de lichtbron zelf uitstuurt.
Hoeveel licht er terugkomt, hangt af van de afwerking aan de binnenzijde. Een witgelakte binnenkant kaatst het grootste deel terug, blank eiken ongeveer een derde en geolied noten minder dan een vijfde. Dat verschil merk je op tafel sterker dan een stap in lumen.
De tabel zet de gangbare uitvoeringen naast wat ze met het licht doen. Weet je welk effect je zoekt, dan lees je hem van rechts naar links.
| Uitvoering van de kap | Wat er met het licht gebeurt | Wat je in de kamer ziet |
|---|---|---|
| Dicht hout, vanbinnen wit gelakt | Kaatst het grootste deel van het licht naar beneden terug, vrijwel zonder de kleur te verschuiven | De helderste lichtvlek op tafel, in de kleurtemperatuur die op de doos van de lamp staat |
| Dicht hout, vanbinnen blank eiken of essen | Kaatst ruwweg een derde terug en verschuift dat naar geel | Zachter licht op tafel dat merkbaar warmer oogt dan de opgegeven 2700 K |
| Dicht hout, vanbinnen geolied noten of donker gebeitst | Kaatst minder dan een vijfde terug, de rest verdwijnt in het hout | Een smalle harde bundel met een donkere rand eromheen, en een kap die van onderen zwart oogt |
| Fineer van 0,6 tot 1 mm op een open frame | Laat een deel van het licht door en gloeit amberkleurig op | De kap is zelf een lichtbron en blijft ook van opzij zichtbaar, dus hij vult de kamer meer |
| Lamellen of latten met ruimte ertussen | Laat strepen licht opzij ontsnappen | Een strepenpatroon op wand en plafond dat breder uitwaaiert naarmate de lamp hoger hangt |
| Geperforeerd multiplex of gefreesde gaatjes | Houdt de opbrengst naar beneden vrijwel intact en laat puntjes licht opzij door | Een scherpe lichtvlek op tafel met een stippenpatroon op de wand ernaast |
| Open houten ring of kooi zonder binnenkap | Schermt vrijwel niets af | Licht in de hele kamer, maar je kijkt vanaf elke stoel recht in de lichtbron |
Kijk bij twee kappen die je mooi vindt eerst naar de binnenkant en pas daarna naar de buitenkant. Van onderaf zie je aan tafel vooral hout, maar de binnenzijde bepaalt hoeveel licht er op het blad terechtkomt.
Op welke hoogte de lamp komt te hangen
De maat die telt is de onderkant van de kap, niet het midden van de lamp en niet de lengte van het snoer. Boven een eettafel houden wij 80 cm boven het blad aan, met 75 tot 90 cm als bruikbare marge.
Bij een tafelblad op 75 cm komt de onderrand daarmee op 155 cm boven de vloer. Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om de persoon tegenover je aan te kijken zonder om de lamp heen te schuiven.
Die 80 cm is geen voorschrift maar een maat die uit twee dingen volgt. Het licht moet onder de ooglijn van wie zit blijven, en de verlichtingssterkte neemt af met het kwadraat van de afstand: hang je de lamp van 80 naar 115 cm, dan halveert de hoeveelheid licht op tafel ongeveer.
Boven een kookeiland ga je iets lager zitten, op 75 cm boven het blad. Bij een werkblad van 90 cm komt de onderkant dan op 165 cm en dat is ongeveer ooghoogte, dus de kap moet de lichtbron van onderaf afschermen.
Waar je onderdoor loopt geldt maar één maat: 210 cm boven de vloer, met 200 tot 230 cm als marge. Boven een trap meet je die hoogte vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt, niet vanaf de vloer van de hal.
Hang je op meer plekken iets op, dan kun je de hoogtes van lampen en meubels naast elkaar opzoeken voordat je boort.
| Waar de lamp hangt | Onderkant van de kap | Marge die werkt | Waarom die maat |
|---|---|---|---|
| Boven de eettafel | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Bij een blad van 75 cm is dat 155 cm boven de vloer; bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger |
| Boven een kookeiland | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Bij een werkblad van 90 cm kom je op 165 cm, dus kies een kap die de lichtbron van onderen afdekt |
| In de hal, boven de trap of in een doorloop | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop; boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt |
| Boven een salontafel tussen twee zitplaatsen | 140 cm boven de vloer | 135 tot 150 cm | Wie zit heeft zijn ogen op ongeveer 115 cm, dus lager hangt de lamp midden in de zichtlijn |
| Naast het bed, in plaats van een lamp op het nachtkastje | 60 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed valt het licht op je boek; meet vanaf de matras, want een boxspring scheelt 20 cm |
| In een kamer met een plafond van 240 cm | 80 cm boven het blad blijft staan | Kap plus snoer samen hooguit 85 cm | Boven de onderrand op 155 cm is er niet meer ruimte; een hoge kap past dan alleen met een kort snoer |
| Aan een schuin plafond | Gemeten onder het ophangpunt zelf | Zelfde maten als hierboven | Een schuine baldakijn of een kogelgewricht houdt het snoer verticaal, anders hangt de kap scheef |
Meet de hoogte pas af als de lamp echt hangt en het snoer een dag heeft uitgehangen. Een opgerold snoer zakt de eerste dagen nog een tot twee centimeter uit, en precies die centimeters bepalen of je bij het opstaan tegen de kap aan komt.
Hoe breed de kap mag zijn boven je tafel
De breedte van de kap volgt uit de tafel en niet uit de kamer. Houd aan alle kanten minstens 30 cm tussen de kap en de rand van het blad, want anders stoot je je hoofd als je aanschuift of langs de tafel loopt.

Daarmee is de grootste doorsnede simpel te rekenen: de smalste tafelmaat min 60 cm. Bij een tafel van 90 cm diep, de gangbare maat, komt dat neer op een kap van hooguit 30 cm.
Dat valt bij veel mensen tegen, en dat is meteen de reden dat er boven langere tafels vaker twee of drie kleinere lampen hangen. Reken bij meer lampen op 70 tot 90 cm hart op hart, en houd voor de buitenste lamp dezelfde 30 cm aan tot de kopse rand.
Dat legt de tafellengte vast die je nodig hebt. Drie kappen van 25 cm op 70 cm hart op hart beslaan 140 cm tussen de buitenste hartlijnen, plus twee halve kappen en twee keer 30 cm marge: samen ruim 220 cm tafel.
Naast de doorsnede bepaalt de vorm van de kap hoe groot de lichtvlek wordt. Een kap die dieper is dan zijn opening breed, knijpt de bundel samen tot een strakke vlek in het midden, terwijl een vlakke schaal het licht breed uitgooit en de lichtbron eerder in het zicht laat komen.
| Tafel | Eén lamp, grootste doorsnede | Meer lampen | Waar het op knelt |
|---|---|---|---|
| Rechthoekig 120 bij 80 cm | 20 cm | Niet zinvol | De diepte van 80 cm bepaalt de maat, niet de lengte; een bredere kap hangt boven de stoelen |
| Rechthoekig 160 bij 90 cm | 30 cm | Twee kappen van 20 cm op 70 cm hart op hart | Bij twee lampen blijft er aan de kopse kanten 35 cm over, dus dat past net |
| Rechthoekig 180 bij 90 cm | 30 cm | Twee kappen van 25 cm op 90 cm hart op hart | De buitenste kap blijft dan precies 32 cm binnen de kopse rand |
| Rechthoekig 200 bij 100 cm | 40 cm | Drie kappen van 20 cm op 50 tot 55 cm hart op hart | Voor 70 cm hart op hart is 200 cm te kort; dan wordt het twee lampen |
| Rechthoekig 220 cm of langer | 40 cm | Drie kappen van 20 tot 25 cm op 70 cm hart op hart | Onder een lange tafel met één kleine lamp blijven de uiteinden in het donker |
| Rond 120 cm, voor vier personen | 60 cm | Niet zinvol | Een ronde tafel vraagt één lamp in het midden; drie lampen op een rij halen de symmetrie eruit |
| Rond 140 cm | 80 cm | Eventueel drie kleine lampen in een driehoek | Een kap van 80 cm weegt fors, dus hier gaat het gewicht eerder knellen dan de maat |
| Kookeiland 180 bij 90 cm | 30 cm | Twee of drie kappen op 70 tot 90 cm hart op hart | Hier hangt de lamp op ooghoogte, dus de afscherming van onderen weegt zwaarder dan de breedte |
Knip de doorsnede van de kap uit een stuk krantenpapier en leg dat op tafel voordat je bestelt. Je ziet dan in één keer hoeveel blad er overblijft en waar de schalen straks niet meer kunnen staan.
Massief, fineer of lamellen en hoe het hout door het jaar werkt
Hout krimpt en zwelt met de luchtvochtigheid, en vrijwel alleen dwars op de nerf. In een Nederlandse woning zakt de relatieve luchtvochtigheid in de winter met de verwarming aan van ruwweg 55 tot 65 procent naar 30 tot 40 procent, en het hout zakt mee van ongeveer elf naar zeven procent vocht.
Over de breedte van een massieve kap van 40 cm is dat een verschil van enkele millimeters. Kan het hout die beweging niet kwijt, bijvoorbeeld omdat het in een vaste ring of tussen twee schijven is verlijmd, dan scheurt het langs de nerf. Die scheur loopt altijd in de lengterichting van de vezel en nooit dwars erop.
Een kap van gebogen multiplex of van fineer op een frame heeft dat probleem niet, omdat de lagen kruislings verlijmd zijn en elkaar tegenhouden. Daar zit een ander risico: damp en vet kunnen de lijmnaad op den duur openen, dus zo'n kap hangt beter niet pal boven een fornuis.
Bij lamellen valt de beweging uiteen over veel naden, dus elke lat beweegt maar een paar tienden millimeter. Open naden in februari en dichte naden in augustus horen daar gewoon bij.
Het gewicht verschilt per opbouw sterk, en dat bepaalt weer wat je aan het plafond nodig hebt. Reken voor de meeste meubelhoutsoorten op ongeveer 0,7 kg per liter hout, dus een massieve kap voelt vier tot zes keer zo zwaar als dezelfde vorm in fineer. Hoe verschillende materialen zich in huis gedragen staat ook bij stof, leer en hout naast elkaar.
| Opbouw van de kap | Gewicht bij ongeveer 40 cm doorsnede | Hoe het hout beweegt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Massief, uit één stuk gedraaid of gefreesd | 2 tot 4 kg, bij een dikke wand meer | Krimpt en zwelt dwars op de nerf, enkele millimeters over 40 cm tussen zomer en winter | Fijne scheurtjes langs de nerf horen bij massief hout; een vastgelijmde ring scheurt wel echt door |
| Verlijmde segmenten of losse lamellen | 1,5 tot 3 kg | De beweging valt uiteen over de naden, dus per lat een paar tienden millimeter | Naden die in de winter opengaan en in de zomer sluiten, zijn geen mankement |
| Gebogen multiplex of fineer op een frame | 0,5 tot 1,5 kg | Kruislings verlijmde lagen houden elkaar vast, dus vrijwel geen beweging | Damp en vet kunnen de lijmnaad openen; niet boven een fornuis en niet in een doucheruimte |
| Bamboe, geperst of strand woven | 1 tot 3 kg | Dicht en hard, beweegt weinig, maar de lijm tussen de stroken bepaalt de levensduur | Splintert langs de vezel als je er met een pan of een stoelleuning tegenaan komt |
| Onbehandeld grenen of vuren | 1 tot 2,5 kg | Beweegt het meest van alle gangbare soorten en heeft veel kwasten | Vergeelt onder uv binnen een paar jaar zichtbaar, vooral aan de raamzijde van de kap |
Hang een massieve houten kap niet recht boven een radiator of vlak naast een houtkachel. De warme, droge lucht die daar omhoogkomt haalt de kap sneller onder de zes procent houtvocht en dat is precies het gebied waarin scheuren ontstaan.
Wat je plafond houdt en waar je de lamp aan hangt
Een lamp hangt aan een plafond in zuivere trek, en dat is de belasting waar pluggen het slechtst tegen kunnen. Begin daarom bij de vraag wat voor plafond je hebt en niet bij de vraag welke plug in de la ligt.
Tik met je knokkel: klinkt het massief, dan zit er beton of steen boven je. Klinkt het hol met om de 50 tot 80 cm een massieve plek, dan hangt er een plafond aan een houten balklaag en zit dat harde punt op de balk.
De centraaldoos waar het snoer uitkomt is geen ophangpunt. Dat is een kunststof doos voor de bedrading, vaak alleen vastgezet in de plaat of ingestort in beton, en het gewicht van de lamp hoort aan een schroef of haak in de constructie te hangen.
Zit het lichtpunt niet boven de tafel, wat in de meeste Nederlandse woonkamers zo is, dan verplaats je niet het lichtpunt maar de lamp. Een haak boven de tafel, een langer snoer en een lus vanaf de centraaldoos lossen dat op.
Let daarbij op de richting van de kracht. Een lamp die schuin hangt, trekt de haak omlaag en tegelijk opzij. Die zijdelingse trek is wat een plug in een enkele gipsplaat uiteindelijk laat losbreken.
| Plafond | Hoe je het herkent | Waar je de lamp aan hangt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Betonnen verdiepingsvloer | De boor komt moeizaam vooruit en het gruis is fijn en grijs | Nylon plug 6 mm met schroefoog; bij een zware lamp een chemisch anker | In beton zitten wapening en elektrabuizen; stuit je op staal, verplaats het gat 3 tot 5 cm |
| Houten balklaag met gipsplaat of zachtboard | Hol geluid, met om de 50 tot 80 cm een massief punt | Houtschroef of schroefoog rechtstreeks in de balk, minstens 40 mm diep in het hout | De balk is het sterkste punt in een oud huis; de plaat eronder houdt vrijwel niets |
| Verlaagd gipsplafond aan metalen profielen | Overal hol, met om de 40 tot 60 cm een dunne harde lijn | Kiepplug of metalen hollewandplug, en alleen voor een lichte kap | De plaat van 12,5 mm hangt zelf al aan het profiel; zwaar werk hoort aan de constructie erboven |
| Riet en stuc, in woningen van voor 1940 | Zacht, brokkelig, en de boor zakt ineens weg | Altijd in de balk, die je opspoort met een priem of aan de spijkerkoppen | Het stucwerk houdt niets en scheurt in banen als je er gewicht aan hangt |
| Systeemplafond met losse panelen | De panelen liggen los in een metalen raster | Aan de constructie of de originele vloer erboven, met een doorvoer door het paneel | Een paneel draagt alleen zichzelf; het raster is bedoeld voor de tegels en niet voor een lamp |
Zet de groep uit voordat je de baldakijn losdraait en controleer met een spanningszoeker of er echt geen spanning meer op de draden staat. In oudere woningen zitten licht en wandcontactdozen soms op dezelfde groep en is de schakelaar op de muur niet waar de stroom vandaan komt.
Welke lichtbron in een houten kap hoort
Hout heeft rood en geel pigment, en dat maakt de kleurweergave van de lamp belangrijker dan bij een kap van glas. Kies Ra 90 of hoger boven een eettafel, want bij Ra 80 wordt vaak bezuinigd op het diepe rood in het spectrum en dan zien hout, huid en eten er vlak uit.
Voor de kleurtemperatuur is 2700 K de gangbare keuze binnen. Houd binnen één zichtveld één kelvinwaarde aan: zet je 2700 K en 4000 K naast elkaar, dan ijkt je oog zich op het gemiddelde en lijkt de warme lamp oranje en de koele lamp blauw.
In hoeveelheid licht heb je boven een tafel minder nodig dan mensen denken. Een lamp van 470 lumen, vergelijkbaar met een oude gloeilamp van 40 watt, is op 80 cm afstand al genoeg voor eten en lezen; 806 lumen is de grens waarboven je van een dichte kap een fel schijnsel op het blad krijgt.
Dimmen vraagt bij led een eigen keuze. Een gedimde led blijft op zijn kelvinwaarde staan terwijl een gloeilamp bij het dimmen naar ongeveer 2200 K zakt, dus gedimd ledlicht voelt kouder aan bij dezelfde helderheid. Wil je die warme zak wel, zoek dan lampen waar dim to warm op staat, en kies een dimmer die bij de belasting past. Hoe dat uitpakt bij een dimmer op een vloerlamp en bij een dimbare tafellamp werkt precies zo bij een hanglamp.
Let ook op wat je vanaf je stoel ziet. Hangt de lichtbron onder de rand van de kap, dan kijkt iedereen aan tafel recht in de bron, ook bij een matte lamp. Houd het glas gelijk met de rand of erboven, of kies een lamp met een spiegelende kop.
Warmte is bij een dichte houten kap het laatste punt. Een gloeilamp of halogeenlamp hoort er niet in, want het glas daarvan wordt zo heet dat hout bij langdurige opwarming donker verkleurt, en een led heeft rondom zijn voet ook lucht nodig om zijn elektronica koel te houden.
Vervang de lichtbron in een dichte kap liever voordat hij helemaal op is. Led in een warme, afgesloten kap verliest sneller lumen dan in een open armatuur, en die achteruitgang gaat zo geleidelijk dat je hem pas ziet als er een nieuwe lamp naast hangt.
Hout bij hout in dezelfde kamer
Een houten hanglamp komt zelden als enige hout in een kamer binnen. Er ligt een vloer, er staat een tafel, en de vraag is of die drie zich tot elkaar verhouden of elkaar tegenwerken.
Het oog vergelijkt vooral de ondertoon en pas daarna de soort. Eiken heeft een gele tot licht groene ondertoon, noten een grijs tot paarsbruine, kersen en mahonie trekken naar rood en grenen naar geel. Twee soorten met dezelfde donkerte maar een verschillende ondertoon lezen als een vergissing, terwijl hetzelfde hout of juist een duidelijk verschil in donkerte wel werkt.
De lamp hangt boven de tafel op 80 cm van het blad, dus je oog legt hem naast het tafelblad en niet naast de vloer. Wil je één ding laten matchen, kies dan de tafel. Welke soorten en patronen er op de vloer liggen en hoe die zich gedragen, staat bij een houten vloer en zijn patroon.
Het licht in de kamer verschuift die tonen nog eens. In een kamer met ramen op het noorden krijg je diffuus hemellicht van 6500 K of hoger, en daarin trekt de grijsbruine ondertoon van noten zichtbaar naar grijs, terwijl eiken en kersen hun warmte vasthouden. Wat het licht per windrichting met een kleur doet kun je per kamer nalopen.
Zonlicht verandert het hout zelf ook, en niet allemaal dezelfde kant op. Grenen en kersen worden onder uv geler en donkerder, terwijl noten in direct zonlicht juist verbleekt. Hangt de lamp vlak bij een raam op het zuiden, dan is dat na twee jaar zichtbaar aan de kant die het licht vangt.
Zelf een staande lamp maken van hout
Wie zelf een staande lamp wil maken van hout, maakt in de praktijk het houtwerk en koopt het elektrische deel als geheel. Een snoerset met fitting, trekontlasting en stekker met keurmerk is het enige onderdeel waar je niets aan hoeft te bedenken.
Begin bij de hoogte, want die ligt vast in het gebruik. Naast een bank hoort de onderkant van de kap op ongeveer 140 cm, met 130 tot 150 cm als marge, omdat je hoofd op de bank op zo'n 130 cm zit en je anders in het lampje kijkt. Naast een leesstoel zakt die maat naar 110 cm, met 100 tot 125 cm als bereik, zodat het licht net over je schouder op de pagina valt.
De voet bepaalt of de lamp blijft staan. Een lamp kantelt zodra het zwaartepunt buiten de voet valt, dus de voet moet minstens zo ver reiken als de kap aan die kant uitsteekt. Een plaat van 30 bij 30 bij 4 cm in eiken weegt ongeveer 2,5 kg en dat is voor een rechte staander van 150 cm meestal genoeg.
Het snoer loopt door de staander en dat is het lastigste stuk. Boor 8 tot 10 mm voor een gewoon snoer van twee bij 0,75 mm², of frees een groef in twee helften en lijm die tegen elkaar: over een lengte van meer dan 40 cm is doorboren zonder uitloop vrijwel niet te doen.
Bij het afwerken schuur je van korrel 120 naar 180 en niet fijner, want een te glad oppervlak neemt olie ongelijk op. Eén dunne laag olie die je na een kwartier terugveegt, houdt langer dan een dikke laag die plakkerig blijft.
Elektrisch hoeft een zelfgemaakte lamp van hout geen aarde, zolang er geen aanraakbare metalen delen aan de fitting vastzitten. Zitten die er wel, bijvoorbeeld een metalen buis of een beugel tegen de fitting, dan hoort daar aarde op en gebruik je een driepolig snoer. Hoe zo'n lamp zich verhoudt tot de rest van de inrichting staat in het overzicht van woondecoratie en verlichting.
Monteer altijd de trekontlasting die bij de fitting zit en trek daarna aan het snoer om te controleren of hij pakt. Zonder trekontlasting komt elke ruk aan de lamp op de schroefklemmen in de fitting te staan, en daar schiet vroeg of laat een ader los.
Zo hang je een houten hanglamp op zijn plek
De volgorde loopt van de tafel naar het plafond, want de maten van de lamp volgen uit de tafel en niet uit de ruimte.
-
Meet de tafel en reken de grootste kapmaat uit
Neem de smalste maat van het blad en haal daar 60 cm af: dat is de doorsnede die er maximaal boven past. Bij een tafel van 90 cm diep kom je zo op 30 cm, en pas bij een tafel van 100 cm diep of een ronde tafel wordt de kap echt breder.
-
Bepaal de onderkant van de kap in centimeters boven de vloer
Tel 80 cm op bij de hoogte van het blad. Bij een gangbaar blad van 75 cm komt de onderrand op 155 cm, en die maat schrijf je op, want vanaf nu meet je alles ten opzichte van de vloer.
-
Kijk waar het lichtpunt zit ten opzichte van het midden van de tafel
Meet de horizontale afstand tussen de centraaldoos en het punt boven het midden van de tafel. Is dat meer dan een handbreedte, dan heb je een haak boven de tafel nodig en een snoer dat de omweg langs het plafond kan maken.
-
Stel het plafondtype vast en kies de bevestiging
Tik het plafond af en boor een proefgat van een paar centimeter. Grijs poeder met een stroef lopende boor betekent beton, wit poeder met een boor die er zo doorheen zakt betekent gipsplaat, en dan zoek je de balk of het profiel erachter.
-
Weeg de lamp of schat het gewicht voordat je boort
Zet de lamp op een weegschaal, inclusief kap, snoer en baldakijn. Kun je dat niet, reken dan met ongeveer 0,7 kg per liter hout: een massieve kap van 40 cm komt zo al snel op 2 tot 4 kg en dat is meer dan een plug in een losse gipsplaat houdt.
-
Zet de groep uit en sluit de lamp aan
Controleer met een spanningszoeker dat er geen spanning meer staat en sluit dan aan: bruin op de fase, blauw op de nul, geelgroen op de aarde als het armatuur aanraakbaar metaal heeft. Monteer de trekontlasting voordat je de baldakijn tegen het plafond schuift.
-
Hang de lamp op en stel de hoogte af terwijl er iemand aan tafel zit
Laat het snoer een dag uithangen en meet daarna pas de onderkant na. Ga zitten en kijk naar de overkant: zie je het gezicht van de persoon tegenover je over de kap heen, dan hangt hij goed, en zie je de lichtbron zelf, dan moet hij omhoog of heb je een andere lamp nodig.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je boort
Uit de praktijk
De tafel blijft donker terwijl de lamp gewoon brandt
Het symptoom is een lamp die aan staat en een blad waarop je toch moeilijk leest. Bijna altijd hangt de kap dan te hoog, omdat hij bij het ophangen in de weg leek te zitten en er twintig centimeter bij is gegaan.
De verlichtingssterkte neemt af met het kwadraat van de afstand, dus van 80 naar 115 cm boven het blad halveert de hoeveelheid licht op tafel ongeveer. Een donkere binnenkant van de kap haalt daar nog eens een flink deel af, want geolied noten kaatst minder dan een vijfde terug.
De meetbare correctie is de kap terugbrengen naar 80 cm boven het blad en pas daarna naar een sterkere lichtbron kijken. Blijft de lamp op die hoogte in de weg hangen, dan is de kap te breed voor de tafel en niet te laag.
In de winter loopt er een scheur door de kap
Een scheur die in februari verschijnt en in de lengterichting van de nerf loopt, komt niet door de warmte van de lamp maar door droge lucht. Met de verwarming aan zakt de relatieve luchtvochtigheid binnen naar 30 tot 40 procent en zakt het houtvocht mee naar ongeveer zeven procent.
Hout krimpt daarbij vrijwel alleen dwars op de nerf, en over een kap van 40 cm gaat het om enkele millimeters. Zit het hout vast tussen een metalen ring of tegen een verlijmde bodem, dan kan het die krimp nergens kwijt en scheurt het op de zwakste plek.
Massief hout dat wel kan werken, laat hooguit een haarscheurtje zien dat in de zomer weer dichttrekt. Wil je die beweging helemaal vermijden, kies dan gebogen multiplex, fineer op een frame of losse lamellen, en hang de lamp niet pal boven een radiator.
De lamp hangt scheef of draait steeds terug
Een kap die niet waterpas hangt, heeft in bijna alle gevallen zijn ophangpunt niet boven het zwaartepunt. De kap kantelt dan net zo lang tot het zwaartepunt wel recht onder het snoer hangt, en dat is natuurkunde die je met bijstellen niet wint.
Bij een kap met een dikke wand aan één kant, een zware fitting of een asymmetrische vorm ligt het zwaartepunt buiten het midden. Verplaats het ophangoog of voeg aan de lichte kant tegengewicht toe, bijvoorbeeld door de kabelklem daar te bevestigen.
Draait de lamp steeds terug in dezelfde stand, dan zit de torsie nog in het snoer van het oprollen. Hang hem los en laat hem een dag uitdraaien, of rol het snoer een halve slag de andere kant op bij de trekontlasting.
Veelgemaakte fouten
De lamp uitzoeken voordat de tafel vaststaat
De grootste doorsnede van de kap volgt uit de smalste tafelmaat min 60 cm, dus zonder tafel kun je die maat niet bepalen. Wie eerst de lamp koopt, hangt straks een kap van 50 cm boven een tafel van 90 cm diep en stoot bij het aanschuiven zijn hoofd.
Verandert de tafel later alsnog, dan is het aantal lampen makkelijker aan te passen dan de maat. Drie kleine kappen verdelen een langere tafel wel, één grote kap wordt nooit smaller.
Een gloeilamp of halogeenlamp in een dichte houten kap
Het glas van een gloeilamp of halogeenlamp wordt zo heet dat hout dat er langdurig dicht tegenaan zit donker verkleurt en uitdroogt. In een afgesloten kap blijft die warmte bovendien hangen, want er is geen opening waardoor de lucht weg kan.
Een led geeft veel minder warmte, maar de elektronica in de voet heeft nog steeds lucht nodig. Laat de bovenkant van de kap open of kies een fitting die de lamp een paar centimeter vrij van het hout houdt.
De lamp aan de centraaldoos hangen
De kunststof doos waar het snoer uit het plafond komt is bedoeld voor de bedrading en niet voor gewicht. In gipsplaat zit hij vaak alleen met twee klemmetjes vast, en in beton is hij ingestort met een rand van enkele millimeters.
Hang het gewicht van de lamp aan een schroefoog of haak die in de balk, het profiel of het beton vastzit, en gebruik de baldakijn alleen om de doos af te dekken. Een lamp die aan de doos hangt, komt er meestal pas uit als er iemand langs loopt en het snoer raakt.
Eén hanglamp als enige licht in de kamer
Een dichte houten kap stuurt vrijwel al het licht naar beneden, dus het plafond en de hoeken van de kamer blijven donker. De kamer lijkt daardoor kleiner dan hij is, ook al staat er genoeg lumen op de doos.
Verdeel het licht over meer punten en meer hoogtes: de hanglamp boven de tafel, iets op ooghoogte rond 160 cm en iets laag bij de zithoek. Richting doet in een kamer meer dan vermogen.
Twee houtsoorten kiezen die net niet gelijk zijn
Een eiken vloer met een lamp in een noten look zit dicht bij elkaar in donkerte maar verschilt in ondertoon: geel tegenover grijspaars. Het oog leest dat verschil als een mislukte poging tot matchen en niet als een keuze.
Neem dan dezelfde soort, of ga juist duidelijk uit elkaar. Een lichte essen kap boven een donkere vloer geeft rust omdat het contrast opzettelijk is.
De lamp ophangen waar het lichtpunt zit
In de meeste woonkamers zit de centraaldoos in het midden van de ruimte en staat de tafel daar niet onder. Wie de lamp toch aan dat punt hangt, krijgt een lichtvlek naast de tafel en een tafel die in het donker staat.
Verplaats de lamp en niet het lichtpunt: een haak boven het midden van de tafel, een langer snoer en een lus naar de centraaldoos is het werk van een kwartier. Houd er rekening mee dat de haak dan ook zijwaarts belast wordt.
Het snoer op maat trekken in plaats van op maat maken
Een snoer dat je met een knoop of een klem korter maakt, hangt zelden precies waterpas en die knoop komt bij elke aanraking weer los. Kort het snoer af bij de baldakijn met de stroom eraf, en sluit het daar opnieuw aan.
Laat de lamp daarvoor eerst een dag hangen, want een opgerold snoer zakt nog een tot twee centimeter uit. Kort je meteen af, dan hangt de kap na een week hoger dan je had bedoeld.
Veelgestelde vragen
Op welke hoogte hang je een houten hanglamp boven de eettafel?
Met de onderkant van de kap op 80 cm boven het tafelblad, met 75 tot 90 cm als bruikbare marge. Bij een gangbaar blad van 75 cm komt de onderrand daarmee op 155 cm boven de vloer.
Lager dan 75 cm zit de kap in de zichtlijn naar de overkant van de tafel, hoger dan 90 cm verliest het blad merkbaar licht omdat de verlichtingssterkte afneemt met het kwadraat van de afstand. Bij een plafond boven 280 cm mag je iets hoger gaan zitten.
Hoe groot mag een houten hanglamp zijn boven een tafel van 180 cm?
De maat volgt uit de smalste kant van het blad. Bij een tafel van 180 bij 90 cm is dat de diepte van 90 cm, en daar gaat twee keer 30 cm vanaf, dus past er één kap van hooguit 30 cm.
Wil je meer licht over de lengte, hang dan twee kappen van 25 cm op 90 cm hart op hart. De buitenste kap blijft dan ongeveer 32 cm binnen de kopse rand, precies binnen de maat waarbij je nog zonder je hoofd te stoten aanschuift.
Hoeveel lampen hang je boven een lange tafel?
Reken op 70 tot 90 cm hart op hart en houd voor de buitenste lamp dezelfde 30 cm aan tot de kopse rand. Drie kappen van 25 cm op 70 cm hart op hart vragen daarmee een tafel van ruim 220 cm.
Is de tafel 200 cm, dan kom je uit op twee lampen of op drie kleine kappen met 50 tot 55 cm hart op hart. Onder 180 cm tafellengte blijft één lamp in het midden de rustigste keuze.
Welke lichtbron past in een houten hanglamp?
Een ledlamp van 2700 K met Ra 90 of hoger, en boven een eettafel rond 470 tot 806 lumen. De hoge kleurweergave is bij hout merkbaar, omdat bij Ra 80 vaak op het diepe rood in het spectrum wordt bezuinigd en hout, huid en eten er dan vlak uitzien.
Een gloeilamp of halogeenlamp hoort niet in een dichte houten kap, want het glas daarvan wordt te heet voor het hout eromheen. Houd het glas van de lamp gelijk met de rand van de kap of erboven, anders kijk je vanaf elke stoel in de bron.
Wat houdt een plafond aan gewicht en waar hang je de lamp aan?
Aan de constructie en niet aan de centraaldoos. In beton gebruik je een nylon plug van 6 mm met een schroefoog, in een houten balklaag schroef je rechtstreeks in de balk met minstens 40 mm in het hout.
Bij een verlaagd gipsplafond houdt de plaat van 12,5 mm zelf bijna niets, dus daar werk je met een kiepplug voor een lichte kap of hang je door naar de constructie erboven. Weeg de lamp eerst: een massieve kap van 40 cm komt al snel op 2 tot 4 kg.
Hoe hang je een hanglamp op als het lichtpunt niet boven de tafel zit?
Je verplaatst de lamp en niet het lichtpunt. Zet een haak of schroefoog boven het midden van de tafel, hang de lamp daaraan en laat het snoer in een lus terug naar de centraaldoos lopen.
Houd er rekening mee dat de haak daardoor ook zijwaarts wordt belast, want het snoer trekt schuin. Dat is precies de belasting waar een plug in een enkele gipsplaat op bezwijkt, dus zoek voor die haak de balk, het profiel of het beton op.
Kan een houten hanglamp boven een kookeiland hangen?
Dat kan, met de onderkant op 75 cm boven het werkblad. Bij een blad van 90 cm hoog kom je dan op 165 cm en dat is ongeveer ooghoogte, dus de kap moet de lichtbron van onderaf afschermen.
Hangt het eiland vlak bij een fornuis of een wok, houd dan rekening met vet in de lucht. Dat slaat neer op de kap en onbehandeld hout kun je niet met een ontvetter schoonmaken zonder dat het vlekt, dus kies daar liever gelakt hout of een kap die je met een droge doek bijhoudt.
Hoe maak je zelf een staande lamp van hout?
Maak het houtwerk zelf en koop het elektrische deel als geheel: een snoerset met fitting, trekontlasting en stekker met keurmerk. Het snoer loopt door de staander, waarvoor je 8 tot 10 mm boort of twee helften met een gefreesde groef tegen elkaar lijmt.
De hoogte volgt uit het gebruik: naast een bank hoort de onderkant van de kap op ongeveer 140 cm, naast een leesstoel op 110 cm. De voet moet minstens zo ver reiken als de kap uitsteekt, want een lamp kantelt zodra het zwaartepunt buiten de voet valt.
Wordt een houten hanglamp warm en kan dat kwaad?
Met een ledlamp blijft de kap handwarm en gebeurt er niets met het hout. De warmte die er is komt vooral van de voet van de lamp, waar de elektronica zit, en die heeft lucht nodig om zijn levensduur te halen.
Mis is het bij een gloeilamp of halogeenlamp in een dichte kap: het glas daarvan wordt heet genoeg om hout dat er langdurig tegenaan zit te laten verkleuren en uitdrogen. Houd de bovenkant van de kap open, dan kan de warme lucht weg.
Hoe maak je een houten lampenkap schoon?
Stof de bovenkant regelmatig af met een droge doek of een plumeau, want een laagje stof op de binnenzijde kost zichtbaar licht. Gelakt hout mag met een licht vochtige doek, daarna meteen nadrogen.
Onbehandeld of geolied hout houd je droog en behandel je hooguit één keer per jaar met een dunne laag meubelolie die je na een kwartier terugveegt. Allesreiniger en schuurmiddel horen er niet op, want die trekken vlekkerig in de open vezel.
Welke houtsoort past bij een eiken vloer?
Eiken zelf werkt het rustigst, omdat vloer en lamp dan dezelfde gele tot licht groene ondertoon hebben. Wil je verschil, ga dan duidelijk uit elkaar in donkerte: een lichte essen of berken kap boven een donkere vloer leest als een keuze.
Vermijd de combinatie die net niet klopt, zoals een noten look bij eiken. Die twee zitten dicht bij elkaar in donkerte maar verschillen in ondertoon, en dat verschil valt precies op omdat het op matchen lijkt.
Kan een houten hanglamp in de badkamer of boven de trap?
Boven de trap kan hij goed, met de onderkant op 210 cm gemeten vanaf de hoogste trede die eronder ligt. Zo loopt niemand ertegenaan en houd je de doorloop vrij.
In een badkamer is hout minder op zijn plek. De luchtvochtigheid loopt daar bij elke douche op en weer terug, en die wisseling laat massief hout werken en lijmnaden in fineer op den duur openen. Komt er toch een lamp, dan moet die buiten de zones rond bad en douche hangen en aan de bijbehorende eisen voldoen.
Wanneer je beter een vakman belt
Een lamp aansluiten op een bestaand lichtpunt doe je zelf, met de groep uit en na controle met een spanningszoeker. Voor drie dingen ligt de grens anders.
Een nieuw lichtpunt bijmaken betekent werken in de groepenkast of een aansluitdoos aanpassen, en alles achter de hoofdzekering hoort bij een elektricien. Datzelfde geldt voor verlichting binnen de zones rond bad en douche, waar eisen aan het armatuur en aan de groep gelden.
Hangt er een zware kap aan een plafond van riet en stuc of aan een verlaagd systeemplafond, laat dan een timmerman kijken waar de constructie zit. Een balk opsporen en een draagpunt maken is daar meer werk dan een gat boren, en een uitgescheurd stucplafond herstel je niet met vulmiddel.
Verder lezen over dit onderwerp
Tafellamp dimbaar
Dimmer vloerlamp
