Planten in de woonkamer: ideeën per plek en per lichtzone

Een plant voor de woonkamer kies je bij de plek en niet andersom: vlak bij een raam op het zuiden staat een Strelitzia of een Yucca, op 1 tot 2,5 meter van het glas een Monstera of een Kentia, en achter in de kamer houden alleen een Zamioculcas, een Aspidistra of een Sansevieria het vol. Je ogen passen zich aan het licht aan, dus een hoek die jij licht vindt haalt vaak nog geen 300 lux. Houd de looproute van 90 cm vrij van blad, hang een hangpot boven een doorloop met de onderkant op 200 cm of hoger, en giet pas als de bovenste centimeters grond droog zijn.
Hoeveel licht een plant op elke plek in de kamer krijgt
Bijna elk plantenidee voor de woonkamer strandt op dezelfde vraag: krijgt de plant op die plek genoeg licht. Wie begint bij de plant die in de winkel zo mooi stond, zet hem thuis vaak in een hoek waar hij binnen een seizoen zijn onderste blad laat vallen. Het overzicht van planten, potten en groen in huis behandelt alle plekken; hier gaat het om de woonkamer.
Je ogen zijn daarbij een slechte lichtmeter. Pupil en netvlies stellen zich binnen minuten in op wat er is, dus een kamer die jij prettig licht vindt, haalt achterin 200 lux terwijl het buiten 20.000 lux is. Een plant past zich niet zo aan: hij maakt suiker uit het licht dat er valt, en onder zijn ondergrens teert hij in op zijn voorraad.
Daglicht neemt snel af met de afstand tot het glas. Als vuistregel komt bruikbaar daglicht 2 tot 2,5 keer de hoogte van de bovenkant van het raam de kamer in, dus bij een pui tot 220 cm zo'n 4,5 tot 5,5 m. Een plant op de vloer onder een raam met een borstwering van 90 cm staat bovendien in de schaduw van die muur: hij ziet geen lucht, alleen het plafond.
De luxwaarden in de tabel zijn een orde van grootte op een lichtbewolkte dag en geen meting van jouw kamer. Een lichtmeter-app op je telefoon is goed genoeg om twee plekken te vergelijken: houd het toestel op de hoogte van het blad met de camera naar het raam, en meet in december nog een keer, want dan zakt alles naar een fractie van de zomerwaarde.
Hoeveel directe zon daar nog bij komt, hangt af van de kant waar het raam op ligt. In de lichtwijzer zie je per richting welke uren de zon binnenvalt.
| Plek in de woonkamer | Licht op een lichtbewolkte dag | Wat daar groeit | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Vensterbank of tot 50 cm van het glas, raam op zuid of west | 1.000 tot 3.000 lux, in de zon 20.000 lux en meer | Strelitzia, Yucca, cactussen, jadeplant, String of Pearls | Blad van Calathea of Monstera tegen het glas krijgt in de zomerzon bruine, droge vlekken |
| Vensterbank op noord of oost | 500 tot 1.500 lux, weinig of alleen ochtendzon | Calathea, Pothos, Pilea, Spathiphyllum, varens | Blad dat in de winter het koude glas raakt, krijgt glazige plekken |
| 1 tot 2,5 m van het raam | 500 tot 1.500 lux | Monstera, Kentia, Philodendron; een Ficus lyrata alleen dicht bij de 1 m | Een plant achter de rugleuning van de bank of achter een gordijn valt een zone terug |
| 2,5 tot 4,5 m van het raam | 150 tot 500 lux | Pothos, Aspidistra, Sansevieria, Zamioculcas | Groeit nauwelijks, en bont blad wordt groen omdat de plant het lichte deel opgeeft |
| Voorbij 4,5 m of in een hoek zonder raam | Onder 150 lux | Zamioculcas en Aspidistra een tijd, of een plant onder een groeilamp | Zonder kunstlicht teert elke plant hier in, de een alleen langzamer dan de ander |
| Op de vloer onder een raam met borstwering | Duidelijk minder dan op vensterbankhoogte ernaast | Een lage schaduwplant, of een grotere plant op een standaard van 40 tot 60 cm | De plant ziet alleen muur en plafond en geen lucht |
Meet op een grijze middag en niet op een zonnige: dan zie je wat de plant het grootste deel van het jaar krijgt. Haalt een plek dan minder dan de helft van wat de plant op het kaartje vraagt, kies dan een soort een regel hoger in de tabel.
Welke plant bij welke plek past
De tabel loopt van weinig naar veel licht. Zoek eerst de zone van je plek op in de tabel hierboven en kies daarna uit de planten die op die regel passen. Die volgorde werkt, omdat je de plant wel kunt verplaatsen en het raam niet.
Makkelijk bestaat niet los van de plek. Een Zamioculcas is makkelijk omdat hij water opslaat in zijn dikke stengels en wortelknollen en een maand vergeten verdraagt, maar zet je hem in een pot zonder afvoer en giet je elke week, dan rot diezelfde knol weg.
Een Calathea hoort niet in het rijtje schaduwplanten. Hij wil licht zonder directe zon, een grond die nooit helemaal uitdroogt en een luchtvochtigheid boven 50 procent, en kalkrijk kraanwater en droge verwarmingslucht geven hem bruine bladranden.
De hoogte in de tabel is wat de plant binnen in een paar jaar haalt, niet de maat in de winkel. Een Strelitzia nicolai van 100 cm staat na een paar jaar tegen een plafond van 260 cm en is dan ook 150 cm breed: in een kleine kamer is dat geen hoekplant meer maar een halve zithoek.
Luchtzuiverend is geen goede reden om te kiezen. In een woning met gewone ventilatie ververst de lucht vele malen sneller dan blad stoffen opneemt, en een handvol potplanten maakt daarin geen meetbaar verschil. Kies op blad, maat en plek, en ventileer voor de lucht.
| Plant | Licht | Water | Hoe groot binnen | Kat of kind |
|---|---|---|---|---|
| Zamioculcas (ZZ-plant) | Vanaf ongeveer 150 lux, geen felle zon | Pas als de grond helemaal droog is | 60 tot 100 cm | Giftig: irriteert mond en keel |
| Aspidistra | Vanaf ongeveer 100 lux, geen zon | Als de bovenste helft droog is | 50 tot 80 cm | Niet als giftig bekend |
| Sansevieria | Van schaduw tot zon, groeit pas vanaf ongeveer 1.000 lux | Pas als de grond helemaal droog is | 30 tot 120 cm | Licht giftig: maagklachten |
| Pothos (Epipremnum) | Vanaf ongeveer 300 lux; bont blad wil meer | Als de bovenste 3 cm droog zijn | Ranken van 1 tot 3 m | Giftig: irriteert mond en keel |
| Spathiphyllum | 500 tot 1.500 lux, bloeit alleen bij genoeg licht | Grond licht vochtig houden | 40 tot 80 cm | Giftig: irriteert mond en keel |
| Calathea | 500 tot 1.500 lux, geen directe zon | Nooit helemaal laten uitdrogen, liefst regenwater | 40 tot 80 cm | Niet als giftig bekend |
| Kentia-palm | 500 tot 1.500 lux | Als de bovenste 3 cm droog zijn | 150 tot 300 cm, groeit langzaam | Niet als giftig bekend |
| Monstera deliciosa | 1.000 tot 2.500 lux, ochtendzon mag | Als de bovenste 3 tot 5 cm droog zijn | 150 tot 250 cm hoog en 100 tot 150 cm breed | Giftig: irriteert mond en keel |
| Pilea | 1.000 tot 2.000 lux, geen middagzon | Als de bovenste 2 cm droog zijn | 20 tot 40 cm | Niet als giftig bekend |
| Areca-palm | 1.500 tot 3.000 lux | Grond licht vochtig houden | 150 tot 250 cm | Niet als giftig bekend |
| Ficus lyrata | 2.000 lux en meer, wat zon mag | Als de bovenste 5 cm droog zijn | 150 tot 300 cm | Melksap irriteert huid en mond |
| Strelitzia | 3.000 lux en meer, zon | Als de bovenste 5 cm droog zijn | Reginae 100 tot 150 cm, nicolai 150 tot 300 cm | Licht giftig |
| Yucca | Zon | Als de grond bijna helemaal droog is | 100 tot 250 cm | Licht giftig; harde bladpunten |
| String of Pearls | Veel licht, wat zon | Als de grond droog is | Ranken van 50 tot 90 cm | Giftig |
Knaagt je kat aan blad, kies dan uit de regels met niet als giftig bekend. Monstera, Pothos, Spathiphyllum en Zamioculcas bevatten naaldvormige kristallen van calciumoxalaat die mond en keel irriteren. Veel gevaarlijker voor een kat is een bos lelies op de salontafel: daar kan zelfs het stuifmeel dat hij van zijn vacht likt de nieren beschadigen.
Waar een grote plant in de indeling past
Een grote plant gedraagt zich in de indeling als een meubel: hij neemt vloer, en zijn blad neemt meer ruimte dan zijn pot. Meet daarom de breedte van het blad en niet de potmaat, want een Monstera in een pot van 27 cm is al snel 100 cm breed.
Houd de hoofdroute door de kamer op 90 cm, en dan zonder blad erin. Blad dat in die strook hangt, raak je elke dag aan, en een Monstera of een Ficus lyrata reageert daarop met gescheurde bladeren en een plant die van de route af groeit. Een Yucca heeft harde bladpunten die voor wie op de bank zit op ooghoogte uitkomen; zet hem minstens 60 cm van de armleuning.
Draai elke plant bij het gieten een kwartslag. Het groeihormoon auxine hoopt zich op aan de schaduwkant van de stengel, die kant strekt zich sneller, en zo buigt de plant naar het raam. Wie niet draait, heeft na een jaar een plant die met zijn rug naar de kamer staat.
Vervang je de bank door twee fauteuils, zoals bij een woonkamer zonder grote bank, dan houd je ongeveer een meter wand over. Dat is precies de plek voor één grote plant naast het raam, buiten de route en binnen het licht.
In een kleine woonkamer waar elke vierkante meter telt werkt één grote plant meestal beter dan zes kleine. Dat is een smaakkeuze, maar er zit een praktische kant aan: zes potjes staan op de vensterbank die je als lichtbron nodig hebt, terwijl één plant van 150 cm naast het raam de vensterbank vrijlaat en in de hoogte groeit.
Wat de windrichting en de verwarming met een plant doen
De windrichting bepaalt hoeveel directe zon er bij het hemellicht komt, en die zon verandert met het seizoen. Rond midwinter staat de zon om het middaguur nog geen 15 graden hoog en schijnt hij door een raam op het zuiden tot diep in de kamer. Rond midzomer staat hij ruim 60 graden hoog en houdt een balkon of overstek hem al voor het glas tegen.
Een plant op 3 m van een zuidraam krijgt daardoor in januari zon op zijn blad en in juli niet. Een plant die in de winter op de vensterbank goed stond, kan in mei in dezelfde straal verbranden, omdat het licht in een paar weken vele malen sterker wordt.
Wat buiten voor het raam staat, telt mee. Een loofboom of een hoge heg neemt van mei tot oktober een groot deel van het licht weg, en wie dat groen zelf plant, kiest het bij het inrichten van de tuin met planten liefst zo dat de kamer erachter niet donker wordt.
De radiator onder het raam is de tweede factor. Buitenlucht van 0 graden en 90 procent luchtvochtigheid die je binnen opwarmt tot 20 graden, zakt naar ongeveer 25 procent, want warme lucht kan bijna vier keer zoveel waterdamp bevatten. Koken, douchen en ademen tillen dat binnen op naar 35 tot 45 procent, en dat is voor een Calathea of een varen nog steeds te droog.
Staat de plant op de vensterbank boven die radiator, dan zit hij precies in de warme luchtstroom die langs de voorrand omhoog gaat, en de warme vensterbank droogt de pot ook van onderen uit. Een vensterbank vanaf 20 cm diep geeft een pot houvast, en onder de vensterbank hoort 10 cm vrij te blijven voor die luchtstroom; beide maten staan in de maatwijzer met hoogtes en diepten in huis.
| Raam op het | Wat er binnenkomt | Op de vensterbank | Een meter of meer terug |
|---|---|---|---|
| Noorden | Diffuus hemellicht, de hele dag bijna gelijk; alleen in de zomer vroeg en laat een streep zon | Calathea, Pothos, Pilea en varens, tot vlak bij het glas | Alleen schaduwplanten; een Monstera haalt hier te weinig licht om te groeien |
| Oosten | Zon van zonsopkomst tot rond het middaguur, daarna vlak hemellicht | Bijna alles, ook Monstera en Ficus lyrata; ochtendzon verbrandt zelden blad | Monstera, Kentia en Philodendron |
| Zuiden | Veel en harde zon; in de winter laag en diep de kamer in, in de zomer hoog | Strelitzia, Yucca, cactussen en vetplanten | Monstera en Ficus lyrata op 1 tot 2 m, of dichterbij achter vitrage |
| Westen | Hemellicht tot het middaguur, daarna lage zon horizontaal tot achter in de kamer | Vetplanten en cactussen; tropisch blad niet in de avondzon achter glas | Monstera en Areca, maar let op dat de lage zon ook op 3 m nog vol op het blad valt |
Blad dat in de winter het glas raakt, bevriest niet maar koelt wel af tot ver onder de kamertemperatuur. Tropische planten krijgen daar onder ongeveer 12 graden glazige, later bruine plekken van. Zet ze van november tot maart een hand breed van de ruit, en uit de tocht van een tuindeur die elke dag opengaat.
Hangplanten en planten aan de muur ophangen
Een hangplant gebruikt ruimte die anders leeg blijft, maar hij hangt op een plek waar je hoofd, je gieter en je plug allemaal iets van vinden. Boven een doorloop houden we voor de onderkant van de pot 200 tot 230 cm aan, dezelfde maat als voor een hanglamp in een hal. Boven een kast of een vensterbank waar niemand loopt, mag hij lager, tot ongeveer 150 cm.
Hoger dan ooghoogte, rond 160 cm, zie je de grond niet meer en giet je blind. Kies daar een hangpot met een waterreservoir en een peilstok, of een haak met een katrol waarmee je de pot laat zakken.
Reken voor het gewicht met ongeveer 1 kilo per liter potinhoud als de grond net nat is, plus de pot zelf. Dat is aan de ruime kant, en precies daar hoort een haak te zitten. Een pot van 17 cm houdt 2 tot 2,5 liter grond, dus in een keramische hangpot hang je 3 tot 4 kilo op, en bij het gieten trek je daar ook nog aan.
Wat een haak aan de muur houdt, hangt af van de wand erachter. Een spijkerhaakje houdt in gipsplaat hooguit 2 kilo per punt, een X-haak in stucwerk op steen tot 4 kilo, een metalen hollewandplug in gipsplaat tot 10 kilo en een nylon plug van 8 mm in beton tot 25 kilo. Zoek je eigen combinatie op in de ophangwijzer, die per wand en per kilo rekent; twee haken houden daarbij anderhalf keer zoveel, niet het dubbele.
Aan het plafond trekt het gewicht de plug recht uit het gat in plaats van langs de wand, en daarom rekenen wij daar met de helft van de wandwaarde. In een betonnen plafond gaat een schroefhaak in een nylon plug van 8 mm, in een houten balklaag direct in de balk, en in een gipsplaten plafond door de plaat heen in de balk of regel erboven en nooit in de plaat zelf.
Een hangpot zonder afvoergat houdt het gietwater binnen, maar alleen als je niet meer giet dan de grond opneemt. Met een gat en een schotel eronder druppelt het na, dus hangt de plant dan liefst boven een vloer die daar tegen kan en niet boven de bank.
| Wat je ophangt | Gewicht met natte grond | Aan de muur | Aan het plafond |
|---|---|---|---|
| Pothos in pot 12 cm, kunststof hangpot | 1 tot 1,5 kg | X-haak in stucwerk op steen; in gipsplaat een metalen hollewandplug, want je trekt eraan bij het gieten | Schroefhaak met nylon plug in beton, of direct in de balk |
| Plant in pot 17 cm, keramische hangpot | 3 tot 4 kg | Nylon plug 8 mm in steen of beton; in gipsplaat een metalen hollewandplug of de regel erachter | Nylon plug in beton of schroefhaak in de balk, niet in gipsplaat |
| Plant in pot 21 cm met schotel of macramé | 5 tot 7 kg | Nylon plug in steen of beton; in gipsplaat alleen in de houten regel | Alleen in beton of in een balk |
| Wandplank met vijf potten van 14 cm | 7 tot 10 kg plus de plank | Plankdragers met nylon pluggen in steen, of geschroefd in de regels van een gipsplaten wand | Niet van toepassing |
| Plantenbak aan de wand met 20 liter grond | 20 kg en meer | Twee punten met nylon plug in beton of kalkzandsteen, of een chemisch anker in zwakkere steen | Niet van toepassing |
Weeg een hangpot na het gieten op de weegschaal in de badkamer: ga er met de pot in je armen op staan en trek je eigen gewicht eraf. Dan hang je hem op aan een getal in plaats van aan een schatting.
Potten, gieten en grond zonder wortelrot
Meer kamerplanten gaan dood aan te veel water dan aan te weinig. Wortels hebben lucht nodig, en in grond die dagen verzadigd blijft, is die lucht verdrongen door water. De wortels stikken, gaan rotten en nemen dan ook geen water meer op, waardoor een plant met natte voeten er precies zo slap uitziet als een plant die droogstaat.
Zet een plant daarom in een kweekpot met afvoergat, en die kweekpot in een sierpot die 2 tot 4 cm ruimer is. Kijk een half uur na het gieten in de sierpot en giet weg wat er onderin staat. Zo kun je de plant ook even optillen: een pot die licht aanvoelt, heeft water nodig.

Een laag hydrokorrels onderin een pot zonder gat lost dat niet op. Fijne potgrond houdt water vast door capillaire werking en geeft het pas af aan de grove korrels als de grond erboven verzadigd is, dus schuift de natte zone alleen omhoog, de wortels in. Hydrocultuur, waarbij de plant helemaal in korrels staat met een waterstandsmeter, is een ander systeem en werkt wel.
Giet op de grond en niet op een vast schema. Steek een vinger in de pot: bij de meeste planten mogen de bovenste 2 tot 3 cm droog zijn, een Zamioculcas en een Sansevieria mogen helemaal uitdrogen en een Calathea nooit. In de winter, met minder licht, verdampt dezelfde plant veel minder en is een week later gieten meestal goed.
Verpot in het voorjaar naar een pot die 2 tot 4 cm groter is, niet meteen naar de maat die hij over vijf jaar nodig heeft. In een veel te grote pot zit grond waar nog geen wortel komt, en die grond blijft nat. Vliegen er kleine zwarte muggetjes op zodra je giet, dan leven hun larven in die natte bovenlaag; met de beestjeszoeker weet je zeker welk vliegje het is en wat ertegen helpt.
| Pot | Wat hij met water doet | Past bij | Let op |
|---|---|---|---|
| Terracotta, ongeglazuurd | Verdampt water door de wand, dus de grond droogt sneller en blijft koeler | Sansevieria, Zamioculcas, cactussen en wie de neiging heeft te veel te geven | Wordt wit van kalk en zet vocht door naar een houten vloer eronder |
| Geglazuurd keramiek | Houdt het water vast; alleen de bovenkant verdampt | Calathea, varens, Spathiphyllum | Vaak zonder afvoergat, dus altijd met een kweekpot erin |
| Kunststof | Houdt het water vast en weegt het minst | Hangpotten en grote planten die je nog wilt verschuiven | Verbleekt en wordt bros in de volle zon |
| Beton | Zwaar en poreus; vers beton geeft kalk af die de grond minder zuur maakt | Grote planten die niet mogen omvallen | Zonder binnenpot trekt de wand water uit de grond en verkleurt hij |
| Metaal of zink | Houdt het water vast en warmt op in de zon | Planten op de noord- of oostkant | Condens aan de onderkant laat een kring of roestrand op de vloer achter |
| Mand of rotan | Houdt niets vast, het is alleen een omhulsel | Een kweekpot met een dichte schotel erin | Gietwater loopt door het vlechtwerk op de vloer |
Zet een pot op een houten of pvc-vloer op een schotel met pootjes of een plantenroller. Met 1 tot 2 cm lucht eronder kan condens opdrogen, terwijl een schotel die plat op de vloer ligt er binnen een seizoen een donkere kring in trekt.
Planten groeperen en laten aansluiten bij kleur en stijl
Een groep planten leest als één geheel als de hoogtes verschillen en de bladvormen ook. Een gewoonte die vaak werkt is drie planten van ongeveer 30, 60 en 120 cm, met één groot blad zoals een Monstera, één fijn blad zoals een varen en één rechtop groeiende plant zoals een Sansevieria. Dat is een smaakregel en geen wet, maar hij werkt omdat het oog dan een lijn van laag naar hoog volgt in plaats van drie losse potten te tellen.
Groepeer alleen planten die dezelfde plek en hetzelfde gietritme verdragen. Een cactus naast een Calathea betekent dat je er altijd één verkeerd behandelt. Samen houden ze de lucht om het blad een fractie vochtiger, maar dat verschil is klein; voor echt droge winterlucht helpt het meer om de groep uit de warme stroom van de radiator te halen.
Bij een urban jungle met veel planten is licht de beperking en niet de ruimte. Werk in lagen die elkaar niet overschaduwen: hangplanten hoog voor het glas, lage planten op de vensterbank, grote planten naast het raam en niet ervoor. Een plant die achter een andere staat, krijgt de schaduw van die eerste en schuift een zone terug.
Tegen de wand bepaalt contrast in lichtheid of een plant opvalt, en niet de tint. Donkergroen blad tegen een diepgroene of donkerblauwe muur valt weg, terwijl dezelfde plant tegen een warm gebroken wit een scherp silhouet krijgt. Welke muurkleur daar in je kamer bij past, staat bij kleurideeën voor de woonkamer.
Voor een rustige, symmetrische kamer werken twee gelijke planten in gelijke potten, bijvoorbeeld twee Kentia-palmen aan weerszijden van de bank of een doorgang, zoals je dat in een woonkamer in hotel chique stijl ziet. In een industrieel interieur passen stevige bladeren in beton of metaal, en wie met feng shui werkt, kiest planten met ronde bladeren zoals de jadeplant; hoe die leer de rest van de kamer indeelt, staat bij de woonkamer per stijl, van industrieel tot feng shui. Feng shui is een traditie en geen plantkunde: een jadeplant blijft een vetplant die zon wil, ook in de hoek die de leer aanwijst.
Als het daglicht in de kamer niet genoeg is
Achter in een diepe kamer of in een hoek zonder raam komt geen plant op daglicht alleen uit. Gewone woonkamerverlichting helpt nauwelijks: een lamp van 2700 K levert op de hoogte van een plant een paar honderd lux, en alleen zolang hij aan staat. Een groeilamp maakt die plek wel bruikbaar.

Kies in een woonkamer een witte groeilamp met een volledig spectrum en niet een paarse met alleen rood en blauw licht. Die paarse doet zijn werk voor de plant, maar kleurt de muur, de bank en je gezicht mee en maakt van de hoek een laboratorium. Hang de lamp 30 tot 60 cm boven het blad en zet hem op een tijdschakelaar van 10 tot 12 uur per dag.
Let daarbij op de kleurtemperatuur. Brandt de rest van de kamer op 2700 K, dan valt een groeilamp van 4000 K ernaast koud en blauw op, want je oog stelt zich in op het gemiddelde. Een lamp van 3000 K of een armatuur dat van opzij en niet in je zichtlijn schijnt, voorkomt dat; meer over lampen en lichtpunten staat bij woondecoratie en verlichting.
Een kunstplant is de eerlijke keuze voor een plek waar ook een groeilamp niet kan. Hij heeft wel onderhoud: op blad van kunststof blijft stof zichtbaar liggen, en in de volle zon achter glas verbleken kunststof en textiel door uv-licht. Zet hem dus juist op de donkere plek en niet op de vensterbank.
Planten die veel zon willen, zoals een Strelitzia, een Yucca of een olijf, kunnen van half mei tot eind september naar buiten. Laat ze eerst een week in de schaduw staan: blad dat binnen is gegroeid, kan de sprong naar tientallen keren meer licht niet in één dag aan en verbrandt. Hoe je ze daar neerzet, staat bij het balkon inrichten met planten.
Zo zet je een plant op een plek waar hij blijft groeien
Je begint bij het licht en eindigt bij de haak, omdat elke stap de keuze voor de volgende beperkt.
-
Meet het licht op de plek die je in gedachten hebt
Houd een lichtmeter-app op bladhoogte met de camera naar het raam, op een grijze middag. Noteer ook de afstand tot het glas, want daarmee zoek je de zone op als de meting twijfelachtig is.
-
Zoek de zone en kijk welke planten erbij passen
Leg je meting naast de tabel met lichtzones en daarna naast de plantentabel. Kies uit de planten die bij die zone horen, en niet de plant die je mooi vindt en hoopt dat hij zich aanpast.
-
Controleer de ruimte die het blad inneemt
Meet de breedte die de plant over een paar jaar heeft en kijk of de looproute van 90 cm vrij blijft. Blad in een route breekt, en een plant die je steeds opzij duwt groeit scheef.
-
Kies de pot bij de plant en bij je gietgedrag
Zet de plant in een kweekpot met afvoergat in een sierpot die 2 tot 4 cm ruimer is. Giet je snel te veel, kies dan terracotta; laat je planten eerder droogvallen, kies geglazuurd keramiek.
-
Hang op aan een punt dat het natte gewicht houdt
Reken met ongeveer 1 kilo per liter potinhoud plus de pot, zoek de wand of het plafond op en kies de bevestiging die daar ruim boven zit. Boven een doorloop komt de onderkant van de pot op 200 cm of hoger.
-
Draai de plant en kijk na een maand opnieuw
Draai bij elke gietbeurt een kwartslag. Worden nieuwe bladeren na een maand kleiner en de stengels langer, dan krijgt de plant te weinig licht en schuif je hem een zone naar het raam.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je een plant neerzet of ophangt
Uit de praktijk
De onderste bladeren worden geel terwijl de grond nat is
Gele onderbladeren bij grond die nog vochtig aanvoelt, wijzen op wortels die geen lucht krijgen. De grond is te lang verzadigd gebleven, meestal door een sierpot waar water in blijft staan of door gieten op vaste dagen terwijl de plant in de winter veel minder verdampt.
De plant trekt stoffen uit zijn oudste bladeren terug omdat de rottende wortels niets meer aanvoeren. Haal de kluit uit de pot: bruine, zachte wortels die naar rot ruiken, knip je weg, en de plant gaat in verse grond in een pot die niet groter is dan de overgebleven kluit.
Bruine, droge bladranden zodra de verwarming aangaat
Verschijnen er in oktober of november bruine randen en punten aan het blad, dan is de lucht om de plant te droog geworden. Verwarmde buitenlucht zakt naar 25 tot 45 procent luchtvochtigheid, en een plant uit het regenwoud verdampt dan aan de randen van zijn blad meer dan de wortels aanvoeren.
Vernevelen helpt hooguit een kwartier, want de druppels verdampen snel. Wat blijvend werkt: de plant uit de warme stroom boven de radiator halen, hem bij andere planten zetten, en bij een Calathea kalkarm water of regenwater gebruiken, want kalk en fluoride in kraanwater geven dezelfde bruine punten.
De plant wordt lang, dun en hangt naar het raam
Lange stengels met veel ruimte tussen de bladeren, kleinere nieuwe bladeren en een plant die zich naar het glas buigt: dat is een plant die licht zoekt. Hij investeert in lengte om bij het licht te komen en niet meer in blad.
Draaien lost het scheefgroeien op, maar niet het tekort. Zet de plant een zone dichter bij het raam of hang er een groeilamp boven; de uitgerekte stengels trekken niet meer bij, dus die snoei je in het voorjaar terug tot boven een blad, zodat de plant compact opnieuw uitloopt.
Veelgemaakte fouten
Een plant kiezen op hoe hij in de winkel staat
In een kas of een lichte winkel staat een plant op duizenden lux. Thuis in een hoek op 4 m van het raam krijgt hij een tiende daarvan, en dat merk je pas na weken, als het nieuwe blad kleiner blijft en het oude valt.
Hydrokorrels onderin gebruiken als afvoer
Een laag korrels onder de potgrond voert geen water af: de fijne grond houdt het vast tot hij verzadigd is. De natte zone schuift alleen omhoog, dichter bij de wortels. Een kweekpot met gat in een sierpot doet wat die korrels beloven.
Meteen verpotten in een veel grotere pot
Grond waar nog geen wortel in zit, droogt nauwelijks op en blijft wekenlang nat. Juist daar begint wortelrot. Ga elke keer maar 2 tot 4 cm omhoog in potmaat.
Een hangpot aan een plakhaak of spijkerhaakje
Een plakstrip houdt op een gesausde wand 1 kilo per punt en een spijkerhaakje in gipsplaat 2 kilo, gemeten voor een lijst die stil hangt. Een hangpot weegt nat al snel 3 kilo en krijgt bij elke gietbeurt een trek erbij, dus komt hij op een dag met grond en al naar beneden.
Een plant zonder gewenning in de zomerzon zetten
Blad dat binnen is gegroeid, heeft geen bescherming tegen de hoeveelheid licht van een zonnige dag buiten of in een zuidraam in mei. Binnen een paar uur ontstaan witte of bruine vlekken die niet meer herstellen. Bouw het licht in een week op.
Alle planten achter elkaar op de vensterbank
De plant het dichtst bij het glas neemt het licht van de plant erachter, en de hele rij neemt licht van de kamer. Zet op de vensterbank de lage planten en naast het raam de hoge.
Veelgestelde vragen
Wat zijn goede planten ideeën voor een woonkamer met weinig licht?
Kijk eerst hoe weinig het echt is. Tussen 150 en 500 lux, zo'n 2,5 tot 4,5 m van het raam, groeien een Pothos, een Aspidistra, een Sansevieria en een Zamioculcas nog langzaam door. Onder 150 lux houden alleen de Zamioculcas en de Aspidistra het een tijd vol.
Wil je daar toch een grotere plant, hang er dan een witte groeilamp boven op een tijdschakelaar van 10 tot 12 uur, of kies op die plek bewust voor een kunstplant.
Welke grote plant past het best in de woonkamer?
Dat hangt af van de afstand tot het raam. Vlak bij een raam op het zuiden of westen doen een Strelitzia en een Yucca het, op 1 tot 2,5 m een Monstera of een Kentia-palm, en een Kentia is daarvan de rustigste groeier.
Reken bij een Monstera op 100 tot 150 cm breedte en bij een Strelitzia nicolai op een plant die over een paar jaar tegen het plafond staat. Meet die breedte naast je looproute voordat je koopt.
Welke kamerplanten zijn makkelijk voor iemand zonder groene vingers?
Planten die water opslaan en een droge periode verdragen: Zamioculcas, Sansevieria en Pothos. Ze vergeven een vergeten gietbeurt veel beter dan te veel water, en de meeste beginners doen juist dat laatste.
Makkelijk geldt alleen op de goede plek. Zet ze niet in een pot zonder afvoergat en giet pas als de grond droog is; een Spathiphyllum laat zijn blad hangen als hij water wil, en dat maakt hem een goede leerplant.
Hoe maak je een urban jungle in de woonkamer?
Bouw hem op in lagen rond het licht: hangplanten hoog voor het glas, lage planten op de vensterbank, grote planten naast het raam en schaduwplanten verder de kamer in. Zo neemt geen enkele plant het licht van een andere weg.
Groepeer planten met hetzelfde gietritme, houd de looproute van 90 cm vrij van blad en controleer bij wandplanken het gewicht: vijf natte potten van 14 cm wegen samen al 7 tot 10 kilo.
Maken planten de lucht in de woonkamer schoner of vochtiger?
Nauwelijks. In een woning met gewone ventilatie ververst de lucht veel sneller dan blad stoffen uit de lucht opneemt, dus een handvol potplanten maakt geen meetbaar verschil in luchtkwaliteit.
Voor luchtvochtigheid geldt hetzelfde: een groep planten verdampt wat water, maar tegen verwarmde winterlucht van 30 procent helpt dat weinig. Ventileer voor de lucht en kies een plant om zijn blad en zijn plek.
Welke woonkamerplanten zijn veilig voor katten en kinderen?
Kentia-palm, Areca-palm, Calathea, Pilea en Aspidistra staan niet bekend als giftig. Monstera, Pothos, Philodendron, Spathiphyllum en Zamioculcas bevatten kristallen van calciumoxalaat die bij kauwen mond en keel irriteren.
Voor katten is een bos lelies het echte gevaar: stuifmeel dat een kat van zijn vacht likt, kan al nierschade geven. Hang planten waar je twijfelt buiten bereik, boven een meubel op 150 cm of hoger.
Hoe hoog hang je een hangplant in de woonkamer?
Boven een plek waar mensen lopen, houden we voor de onderkant van de pot 200 tot 230 cm aan, net als voor een hanglamp in een doorloop. Boven een kast, een vensterbank of een hoek waar niemand komt, kan hij naar ongeveer 150 cm.
Hangt de pot boven ooghoogte, rond 160 cm, dan zie je de grond niet bij het gieten. Kies dan een pot met waterreservoir en peilstok, of een haak met katrol.
Is een grote nepplant een goed alternatief voor de woonkamer?
Op een plek waar geen levende plant het volhoudt wel, bijvoorbeeld een hoek zonder raam op 5 m van het glas. Een kunstplant heeft geen licht en geen water nodig, maar wel een stofdoek: op kunststof blad blijft stof zichtbaar liggen.
Zet hem niet in de volle zon, want kunststof en textiel verbleken onder uv-licht. De levende plant hoort juist bij het raam, de kunstplant in het donker.
Kun je bamboe als kamerplant in de woonkamer zetten?
Echte bamboe is een buitenplant die veel licht, ruimte voor wortels en een koele winter wil, en die houdt het binnen zelden langer dan een seizoen vol. Wat als kamerbamboe verkocht wordt, is meestal een Dracaena sanderiana, die geen bamboe is.
Die Dracaena staat goed op 1 tot 2 m van een raam zonder felle zon, in water of in grond. Zoek je het beeld van hoge rechte stengels, dan geeft een Kentia-palm of een Yucca dat binnen langer.
Hoe vaak geef je planten in de woonkamer water?
Niet op een vast aantal dagen, maar als de grond erom vraagt. Steek een vinger in de pot: bij de meeste planten mogen de bovenste 2 tot 3 cm droog zijn, een Zamioculcas en een Sansevieria helemaal, een Calathea nooit.
In de zomer komt dat bij een plant op een lichte plek vaak neer op eens per week, in de winter op eens per twee tot drie weken, omdat de plant met minder licht veel minder verdampt. Giet een half uur later het water uit de sierpot.
Verder lezen over dit onderwerp
Balkon inrichten met planten
Tuin inrichten met planten

Kleur ideeën woonkamer

Hotel chique woonkamer
