Welk beestje is dit? Ongedierte in huis herkennen

Een beestje in huis herken je in een vaste volgorde: tel de poten, kijk waar je het vond, meet het lijf zonder poten en sprieten, en bekijk pas daarna de kleur. De vindplaats zegt het meest, want in onze lijst van 39 huisbeestjes past bruin bij 27 soorten en de kledingkast maar bij 5. Twaalf van die 39 soorten vragen snelle actie, omdat ze wol vreten, steken, hout uithollen of alleen binnen kunnen leven, en negen zijn tuinbeesten of jagers die je buiten zet of laat lopen. Twijfel je tussen twee soorten, kijk dan of de aanpak verschilt, want alleen dan hoef je het zeker te weten.
Alle gidsen over beestje herkennen
Groot zwart insect in huis
Een groot zwart insect in huis is meestal een bezoeker uit de tuin of de kruipruimte: een loopkever, een stinkende…
Klein bruin insect in huis
Een klein bruin insect in huis is meestal een voorraadkevertje, een tapijtkever of zijn larve, een motje, een mier of…
Insecten buiten houden
Insecten buiten houden draait om drie fronten: de openingen, de lokmiddelen en de strook rond de gevel. Horrengaas van 1,2…
Vier vragen brengen de meeste beestjes op naam
Wie een beestje over de vloer ziet lopen, kijkt eerst naar de kleur, en juist die vraag levert het minst op. In onze eigen lijst van 39 soorten die in Nederlandse woningen opduiken, past bruin bij 27 soorten en zwart bij 17. De kledingkast als vindplaats past maar bij 5 soorten, en hout bij 3.
Bijna elk beestje dat je vindt, wijst naar een van vijf dingen: open voedsel, vocht, wol of dons, een dood dier of vogelnest, of een open route naar buiten. Hoe die oorzaken samenhangen met voorraad, schoonmaken en ventileren, staat in het overzicht van schoonhouden, opruimen en ongedierte in huis.
Werk daarom in een vaste volgorde: eerst de bouw, dan de vindplaats, dan de maat en als laatste de kleur. Die volgorde volgt uit hoe vast elk kenmerk is. Het aantal poten verandert nooit, een Duitse kakkerlak groeit van 3 naar 15 mm, en een bedwants wordt na een maaltijd donkerder en boller.
Met bouw, vindplaats, maat en kleur blijven er bij de meeste soorten twee of drie kandidaten over. De beestjeszoeker stelt precies die vier vragen en zet de soorten die het best passen bovenaan, met de bron, de aanpak en de haast erbij.
Wat daarna overblijft is een keuze tussen dubbelgangers. Bij een deel daarvan verandert het verschil de hele aanpak, bij een ander deel maakt het niets uit, en dat onderscheid scheelt je veel zoekwerk met een loep.

Tel de poten voordat je naar de kleur kijkt
Een insect heeft zes poten en een lijf in drie delen: kop, borststuk en achterlijf. Alles met acht poten is een spin, een mijt of een boekenschorpioen, met veertien poten een pissebed, en met tientallen poten een duizendpoot of miljoenpoot.
Dat onderscheid is geen biologieles maar een beslissing. Spinnen, duizendpoten en de boekenschorpioen zijn jagers: ze vreten niets in huis aan en zitten alleen waar hun prooi zit. Vind je er veel, dan is de vraag welke kleine beestjes en welk vocht ze te eten geven.
De pissebed is een landkreeftje dat via kieuwachtige organen ademt en in een droge kamer binnen een dag uitdroogt. Een pissebed binnen wijst daardoor naar een vochtige route uit de kruipruimte, de gevel of een lekkende afvoer, en niet naar een vieze vloer.
Binnen de insecten zegt de rug het meest. Twee harde dekschilden met een rechte naad maken een kever, vier geschubde vleugels die als een dakje liggen een mot, en twee doorzichtige vleugels een vlieg of mug.
Bij kevers gaat de herkenning daarna verder via de kop, de sprieten en het oppervlak van het schild. Hoe je dat met een loep aanpakt, staat bij een kever op naam brengen aan sprieten, kop en schild.
| Wat je ziet | Groep | Voorbeelden in huis | Wat dat meteen zegt |
|---|---|---|---|
| Zes poten, twee harde dekschilden met een rechte naad | Kever | Tapijtkever, broodkever, spekkever, loopkever | Zoek naar voorraad, wol, een dood dier of vochtig hout |
| Zes poten, plat, lange sprieten, geen dekschilden | Kakkerlak | Duitse kakkerlak van 10 tot 15 mm | Een binnensoort die op de warmte van apparaten leeft |
| Zes poten, plat en ovaal als een appelpit, geen vleugels | Wants | Bedwants van 4 tot 5 mm | Zoek in naden binnen ongeveer 2 m van het bed |
| Zes poten, zijdelings plat, springt tientallen centimeters | Vlo | Kattenvlo van 2 tot 3 mm | Dier en woning tegelijk aanpakken |
| Zes poten, smalle taille, loopt in een spoor | Mier | Zwarte wegmier, faraomier | Volg het spoor naar het punt waar ze binnenkomen |
| Zes poten, drie staartdraden, geschubd lijf | Zilvervisje of papiervisje | 8 tot 15 mm, grijs | Vocht in de badkamer, of papier en karton in droge kamers |
| Zes poten, 1 tot 2 mm, dikke kop, kruipt traag | Stofluis | Doorschijnend lichtbruin | Schimmel bij een luchtvochtigheid boven ongeveer 60 procent |
| Springt weg, 1 tot 2 mm, geen staartdraden | Springstaart | Wit, grijs of donker | Te veel vocht, verder niets |
| Twee doorzichtige vleugels | Vlieg of mug | Fruitvlieg, bromvlieg, varenrouwmug, afvoervliegje | Zoek het broedmateriaal: fruit, afval, potgrond of afvoer |
| Vier geschubde vleugels, in rust als een dakje | Mot | Kleermot, voorraadmot | De rups doet de schade, niet het motje |
| Pootloos wormpje met een spitse kop | Made | Wit tot crème, 5 tot 18 mm | Een vlieg kon bij vlees, afval of een dood dier |
| Wormpje met korte pootjes vooraan, harig of geringd | Keverlarve of motrups | Tapijtkeverlarve, meelworm, voorraadmotrups | De larve is de vreter en zit dichter bij de bron dan het insect |
| Acht poten, lijf in twee delen | Spin | Grote huisspin, trilspin | Een jager die vliegen en motjes volgt |
| Acht poten, kleiner dan 1 mm | Mijt | Meelmijt, vogelmijt, klavermijt | Vochtige voorraad, een vogelnest of een zonnige gevel |
| Acht poten en twee scharen vooraan, geen staart | Boekenschorpioen | 3 tot 4 mm, bruin | Een ongevaarlijke jager op mijten en stofluizen |
| Veertien poten en een geschubd rugschild | Pissebed | 10 tot 15 mm, grijs | Een vochtige route naar binnen |
| Eén paar poten per segment, plat en snel | Duizendpoot | Steenduizendpoot, huisduizendpoot | Een jager die op vocht en prooi afkomt |
| Twee paar poten per segment, rolrond en traag | Miljoenpoot | Glanzend zwart tot bruin | Na regen van buiten binnengelopen |
Waar je het vond zegt meer dan hoe het eruitziet
Elk huisbeestje zit dicht bij wat het eet of bij het vocht dat het nodig heeft. De vindplaats haalt daardoor in één keer het grootste deel van de lijst weg: in de kledingkast blijven vooral de kleermot, de tapijtkever en de museumkever over, in een eiken balk alleen de houtkevers.
Er is één uitzondering, en die verklaart de meeste verkeerde conclusies. Soorten die vliegen, gaan op licht af en verlaten daarvoor hun bron: een broodkever uit de voorraadkast eindigt op de vensterbank, en een tapijtkever uit een vogelnest in de dakrand duikt eerst op de slaapkamer op.
Rupsen en larven doen iets vergelijkbaars, want een voorraadmotrups kruipt ver bij zijn eten vandaan om te verpoppen. Tel daarom de plek van huidjes, spinsel en vraatsporen zwaarder dan de plek waar een volwassen vlieger zit.
Een deel van de vindplaatsen ligt op de grens van binnen en buiten: de vloer bij de buitendeur, de hal naast het kruipluik, de vensterbank onder de klimop. Wat daar binnenkomt, houd je tegen met een deurstrip, gaas en een vrije strook langs de gevel, en hoe je die routes afsluit zonder de ventilatie te smoren staat bij kieren, roosters en ramen insectvrij maken.
| Waar je het vindt | Wat het meestal is | Waar de bron dan zit |
|---|---|---|
| In of bij pakken in de voorraadkast | Voorraadmot, rijstmeelkever, broodkever, rijstklander, meelmijt | Een open pak meel, muesli, rijst, noten of dierenvoer, en poppen in de schroefgaten van de legbordsteunen |
| Specerijenrek en theedoos | Tabakskever, broodkever | Een potje of zak die al lang open staat, met ronde gaatjes van ongeveer 1 mm in deksel of karton |
| Boven de fruitschaal en bij het gft-bakje | Fruitvlieg, huisvlieg | Gistend fruit, het bakje zelf, lege flessen of aanslag in het afvoerputje |
| Achter koelkast, vaatwasser of koffiemachine | Duitse kakkerlak, faraomier | De warmte van apparaten en leidingen, ook midden in de winter |
| Uit de pot van een kamerplant | Varenrouwmug, springstaart | Potgrond die nooit opdroogt en een schotel met water eronder |
| Badkamertegel en doucheputje | Afvoervliegje, zilvervisje, springstaart | Biofilm in de afvoer, kieren onder de badrand en vochtige lucht na het douchen |
| Kledingkast en wollen kleding | Kleermot, tapijtkever, museumkever | Wol, zijde, dons of bont dat maanden ongestoord hangt |
| Langs de plint en onder een kast die nooit verschuift | Tapijtkeverlarve, papiervisje, Duitse kakkerlak | De rand van een wollen kleed, vloernaden en karton; lege huidjes wijzen op een haard |
| Matras, lattenbodem en hoofdbord | Bedwants, huisstofmijt | Naden binnen ongeveer 2 m van de slaapplek; de mijt zelf zie je niet |
| Mand, bank en tapijt waar een huisdier ligt | Kattenvlo | Eitjes, larven en poppen zitten grotendeels in vloer en mand en maar voor een klein deel op het dier |
| Vensterbank, lamp en raam | Broodkever, tabakskever, museumkever, klavermijt, bromvlieg | Vliegers die hun bron verlaten: die zit elders in huis of buiten |
| Hout, balken en kapconstructie | Houtworm, bonte knaagkever, huisboktor | Hout dat te vochtig is, of bij de huisboktor naaldhout in een warme kap |
| Zolder, dakgoot en kamer onder de dakrand | Spekkever, tapijtkever, vogelmijt, een groep bromvliegen | Een vogelnest of een dood dier |
| Vloer bij de buitendeur, hal of kruipluik | Loopkever, pissebed, oorwurm, steenduizendpoot | Tuin of kruipruimte; binnen drogen ze uit |
| Plafondhoek, kelder en garage | Trilspin, grote huisspin | Rustige hoeken met prooi; niets om aan te pakken |
| Kast met papier, boeken of archiefdozen | Papiervisje, stofluis, boekenschorpioen | Karton en papier, of schimmel boven ongeveer 60 procent luchtvochtigheid |
In de keuken zegt de hoogte welk beestje het is
De keuken is de kamer waar de meeste groepen samenkomen: voorraadbeestjes, vliegjes, mieren en de soorten die op de warmte van apparaten leven. Ze houden elk hun eigen hoogte aan, en die hoogtes liggen vast omdat een keuken op vaste maten gebouwd is.
In de onderste 30 cm lopen de soorten die een rand zoeken. Een Duitse kakkerlak glijdt langs de plint van 10 cm, die 5 cm terugligt, naar de warme motor onder de koelkast, en een meelworm kruipt uit de zak brokken of vogelvoer onderin de kast. Een faraomier van 2 mm zoekt dezelfde warmte, maar dan in de holtes bij de vaatwasser en achter de koffiemachine.
Op het werkblad van 90 cm hangen de fruitvliegen boven de fruitschaal en loopt het mierenspoor langs de naad tegen de wand. Het afvoervliegje zit plat als een grijs driehoekje bij de spoelbak en komt uit de aanslag in de sifon en de overloop.
Hoog in de keuken zit de voorraadmot. Het motje rust met de vleugels als een dakje op de muur, en de rupsen verpoppen tegen de bovenrand van een kastdeur, in de hoek van een legbord en in een schroefgat. Broodkevers en tabakskevers vliegen nog verder, naar de lamp en het raam.
Lees de hoogte dus als eerste aanwijzing. Laag betekent warmte of dierenvoer, werkbladhoogte betekent fruit, zoet of afvoer, en hoog betekent een mot of kevertje dat de voorraad al verlaten heeft, zodat je niet zoekt waar het zit maar welk pak openstaat.

Witte, grijze, rode en gevlekte beestjes
Zwart en bruin zijn de kleuren waar de meeste vragen over gaan, en die hebben elk hun eigen overzicht: wat een groot zwart insect in huis betekent, en welke bruine insecten van 1 mm tot 1,5 cm in keuken, bed en kast opduiken. De andere kleuren sluiten meer uit, omdat er minder soorten bij passen.
Wit betekent in huis bijna altijd een larve, een rups of een springstaart, want volwassen insecten die binnen leven zijn zelden wit. Een wit wormpje zonder poten is een made, een wit rupsje onder een spinseldraad een motrups.
Grijs en zilver horen bij beestjes die aan vocht vastzitten. Het zilvervisje glanst metaalachtig en blijft in de badkamer, het papiervisje is matter en loopt door droge kamers, en de pissebed en de huisduizendpoot volgen de natte route uit kelder en kruipruimte.
Rood valt in twee groepen uiteen. Rode stipjes van onder 1 mm zijn een mijt: in het voorjaar op een zonnige vensterbank meestal een onschuldige klavermijt, in juni en juli in een slaapkamer onder de dakrand een vogelmijt die steekt.
Gevlekt of gestreept is het bruikbaarste kleurkenmerk, omdat het patroon per soort vastligt. Een mozaïek van gele, witte en zwarte schubjes is een tapijtkever, een lichte band over de voorste helft een spekkever, en twee donkere lengtestrepen op het halsschild een Duitse kakkerlak.
| Kleur en maat | Wat het meestal is | Waar je het vindt | Hoeveel haast |
|---|---|---|---|
| Wit tot crème, pootloos, 5 tot 18 mm, spitse kop | Made | Afvalbak en kattenvoer, of bij een dood dier in vloer of plafond | Nu |
| Wit rupsje van 8 tot 10 mm onder een spinseldraad | Larve van de kleermot | Plooi of kraag van wollen kleding | Nu |
| Witte rupsjes van 10 tot 15 mm, spinsel in de voorraad | Rups van de voorraadmot | Muesli, noten en rijst, tot in het deksel van de pot | Nu |
| Doorschijnend wormpje van ongeveer 5 mm met zwarte kop | Larve van de varenrouwmug | Bovenste centimeters van natte potgrond | Rustig |
| Wit, grijs of donker, 1 tot 2 mm, springt weg | Springstaart | Badkamervloer, plantenpot, plint in nieuwbouw | Geen haast |
| Doorschijnend lichtbruin, 1 tot 2 mm, springt niet | Stofluis | Kozijn, papier, boekenkast tegen een koude muur | Rustig |
| Zilvergrijs en glanzend, 8 tot 12 mm, drie staartdraden | Zilvervisje | Bij het doucheputje en onder de badrand | Rustig |
| Matgrijs tot grijsbruin, 10 tot 15 mm, lange staartdraden | Papiervisje | Droge kamers, dozen met papier, archief | Rustig, maar reken in maanden |
| Grijs, 10 tot 15 mm, veertien poten, geschubd rugschild | Pissebed | Hal, kelder, kruipluik, onder de keukenkast | Geen haast |
| Grijs vliegje van 2 tot 4 mm, plat als een driehoekje | Afvoervliegje | Badkamertegel naast het putje of de overloop | Rustig |
| Grijsbruin met lange gestreepte poten, lijf 2 tot 3 cm | Huisduizendpoot | Muur of plafond van badkamer en kelder | Geen haast |
| Felrood stipje onder 1 mm, in groepjes in het voorjaar | Klavermijt | Zonnige vensterbank en gevel | Geen haast |
| Grijswit tot rood stipje van 0,7 tot 1 mm, jeukende bultjes | Vogelmijt | Slaapkamer onder een nest in de dakrand, in juni en juli | Nu |
| Roodbruin, plat en geleed, snel, 1,5 tot 3 cm | Steenduizendpoot | Kruipruimte, natte plint, kelderdeur | Geen haast |
| Gele, witte en zwarte schubjes, rond, 2 tot 3 mm | Tapijtkever | Vensterbank in het voorjaar, larven bij wol en dons | Nu |
| Zwart met een geelgrijze band voorop, 7 tot 9 mm | Spekkever | Zolder of dakgoot, bij een dood dier of oud nest | Nu |
| Lichtbruin met twee donkere strepen op het halsschild, 10 tot 15 mm | Duitse kakkerlak | Achter koelkast, vaatwasser of cv-ketel | Nu |
Gaatjes, huidjes en poeder als sporen zonder beestje
Veel huisbeestjes zie je zelf nooit, omdat ze 's nachts actief zijn, in hout of een matras zitten of te klein zijn om te zien. Wat ze achterlaten is vaak betrouwbaarder dan het beestje, want een spoor ligt stil en hoort meestal bij één groep.
Bij gaatjes in hout zegt de vorm meer dan het aantal. Ronde gaatjes van 1 tot 2 mm zijn houtworm, ronde van 3 tot 4 mm de bonte knaagkever, en ovale gaten van 6 tot 10 mm de huisboktor, de enige houtkever in huis die geen ronde gaten maakt.
Poeder en korreltjes vragen een tweede blik. Zwarte stipjes ter grootte van een balpenpunt in de matrasnaad zijn uitwerpselen van bedwantsen, zwarte korreltjes uit een vacht die op vochtig wit papier roodbruin uitlopen zijn vlooienuitwerpselen, en bruingrijs poeder op de rand van een pot dat zoetig en muf ruikt is een massa meelmijten.
Een geluid is ook een spoor. In een stil oud huis klopt de bonte knaagkever in het voorjaar kort met zijn kop tegen het hout, en op een warme dag kan de larve van de huisboktor raspend knagen, met pauzes ertussen.
Bij kevers in hout en voorraad gaat het daarna om de details van gat, boormeel en schild. Die stap staat uitgewerkt bij houtkevers en voorraadkevers uit elkaar houden.
| Wat je vindt | Van welk beestje | Waaraan je het zeker weet |
|---|---|---|
| Ronde gaatjes van 1 tot 2 mm met fijn lichtbruin boormeel | Houtworm (kleine klopkever) | Verse gaatjes hebben scherpe lichte randen, oude zijn donker en stoffig |
| Ronde gaten van 3 tot 4 mm met korrelige bolletjes in het boormeel | Bonte knaagkever | Alleen in oud, vochtig loofhout, meestal eiken |
| Ovale gaten van 6 tot 10 mm in balken of dakbeschot | Huisboktor | Alleen in naaldhout, vooral in de kap |
| Ronde gaatjes van ongeveer 1 mm door karton, papier of een deksel | Larve van de broodkever of tabakskever | Poeder dat uit het pak of potje gelopen is |
| Klontjes meel of muesli die door draden aan elkaar plakken | Rups van de voorraadmot | Witte rupsjes van 10 tot 15 mm tot in het deksel |
| Rijstkorrels met ronde gaatjes die in water blijven drijven | Rijstklander | Een vuistregel: aangevreten korrels zitten vol lucht |
| Lege bruine huidjes langs de plint of onder een kast | Larve van de tapijtkever of museumkever | Harige wormpjes van 4 tot 5 mm in de buurt |
| Onregelmatige gaten in wol, zijde of dons | Kleermot of tapijtkever | Spinseldraden en witte rupsjes wijzen op de mot, huidjes op de kever |
| Afgeknaagde randen en gaatjes in papier, karton en foto's | Papiervisje | Ook in droge kamers, en overdag in een doos |
| Zwarte stipjes ter grootte van een balpenpunt in de matrasnaad | Bedwants | Lege huidjes en kleine bloedvlekjes op het laken |
| Zwarte korreltjes in een vacht of mand | Kattenvlo | Op vochtig wit papier lopen ze roodbruin uit |
| Bruingrijs poeder op de rand van een pot dat lijkt te bewegen | Meelmijt | Een zoetige, muffe geur die een beetje naar munt ruikt |
| Bruine stipjes op ramen en lampen | Huisvlieg | Grijze vliegen van 6 tot 8 mm met vier strepen op het halsschild |
| Zand tussen de terrastegels en een spoor langs de plint | Zwarte wegmier | Nest onder de bestrating, en in juli of augustus een zwermdag |
| Kort tikken uit een balk in het voorjaar | Bonte knaagkever | Het mannetje klopt met zijn kop; ronde gaten van 3 tot 4 mm |
| Raspend knagen met pauzes op een warme dag | Larve van de huisboktor | Ovale uitvlieggaten en een warme zolder |
Welke beestjes steken, bijten of klachten geven
Van de 39 soorten in onze lijst zijn er drie die in huis om bloed steken: de bedwants, de kattenvlo en de vogelmijt. Een steenduizendpoot kan bijten als je hem oppakt, wat bij deze maat als een speldenprik voelt, en de huisduizendpoot doet dat zelden. Geen enkele kever in een Nederlandse woning steekt, en de grote huisspin en de trilspin komen in de praktijk niet door de huid.
Het patroon van de bultjes zegt welke van de drie het is. Bedwantsen steken 's nachts in een groepje of rijtje op de huid die tegen het matras lag, vlooien in groepjes rond enkels en onderbenen, en vogelmijten op armen, nek en romp in een kamer onder een nest.
Beten alleen zijn geen diagnose, omdat niet iedereen erop reageert. Zoek daarom altijd het spoor erbij: in de matrasnaad, in de mand of op de vensterbank onder de dakrand. Welke kleine bruine beestjes je verder in bed, op de bank of in de mand kunt tegenkomen, staat naast elkaar bij bultjes in bed en vlooien in de mand.
Andere klachten komen zonder beet. De uitwerpselen van de huisstofmijt zijn een van de grootste oorzaken van huisstofallergie, en een Duitse kakkerlak verspreidt bacteriën en allergenen die bij gevoelige mensen de luchtwegen irriteren. Vliegen lopen van afval en ontlasting naar je eten en nemen bacteriën mee.
De kattenvlo heeft nog een tweede kant: bij huisdieren kan hij lintworm overbrengen. Behandel het dier via de dierenarts met een middel dat op soort en gewicht is afgestemd, want een verkeerd middel is voor katten gevaarlijk.
Hoeveel haast een beestje vraagt en waarom
Wij delen de soorten in drie groepen in: geen haast, rustig aanpakken en nu aanpakken. Die indeling hangt niet af van hoe eng een beestje eruitziet, maar van wat er gebeurt als je een maand niets doet.
Negen soorten vragen geen haast. Het zijn tuinbeesten die binnen uitdrogen, zoals de loopkever, de oorwurm en de pissebed, of jagers die andere beestjes opruimen, zoals spinnen, duizendpoten en de boekenschorpioen. Ze vertellen iets over een kier of over vocht, en daar zit de klus.
Achttien soorten pak je rustig aan, binnen een paar dagen. Een pak dat openstaat, een afvoer met aanslag of een vochtige badkamer blijft een probleem tot je de bron weghaalt, maar er gaat intussen niets onherstelbaar kapot.
Twaalf soorten vragen meteen actie, om vier verschillende redenen. Larven van de kleermot en de tapijtkever vreten ongezien door, bedwantsen, vlooien en vogelmijten steken, een huisboktor holt 3 tot 10 jaar lang een balk uit, en faraomieren en Duitse kakkerlakken leven alleen binnen en zitten dus als kolonie in het gebouw zelf.
Bij die laatste twee meld je het in een appartement of rijtjeshuis bij de verhuurder of de VvE, omdat ze via leidingschachten naar de buren lopen. Buitenbeesten die telkens terugkomen, houd je tegen door de routes onder de deur en achter de roosters dicht te zetten.
| Groep | Soorten | Waarom deze haast | De eerste stap |
|---|---|---|---|
| Geen haast: tuinbeesten | Loopkever, oorwurm, pissebed | Ze vinden binnen geen eten of te weinig vocht en drogen uit | Buiten zetten en de kier op vloerhoogte zoeken |
| Geen haast: jagers | Grote huisspin, trilspin, steenduizendpoot, huisduizendpoot, boekenschorpioen | Ze eten vliegen, zilvervisjes, mijten en stofluizen | Laten lopen, of hun prooi en het vocht aanpakken |
| Geen haast: vochtsignaal | Springstaart | Hij eet schimmel en verdwijnt als het droger wordt | Luchtvochtigheid naar 50 tot 60 procent |
| Rustig: voorraad | Broodkever, tabakskever, rijstmeelkever, rijstklander, meelkever, meelmijt | De schade blijft beperkt tot de partij die al besmet is | Kast leeg, pakken nalopen, voorraad in glas of een dichte bak |
| Rustig: vocht en papier | Zilvervisje, papiervisje, stofluis, huisstofmijt | Ze hangen aan vocht, schimmel of papier en nemen langzaam toe | Meten met een hygrometer en papier in dichte dozen |
| Rustig: vliegen en muggen | Fruitvlieg, huisvlieg, bromvlieg, varenrouwmug, afvoervliegje | Ze komen uit broedmateriaal dat je zelf kunt weghalen | Fruit, gft, potgrond of afvoer aanpakken |
| Rustig: overig | Zwarte wegmier, museumkever, houtworm | Het mierennest zit buiten, en houtworm vreet alleen in vochtig hout en werkt jarenlang langzaam | Lokaas op het spoor, en bij hout eerst het vocht zoeken |
| Nu: vreters van wol en voorraad | Kleermot, tapijtkever, voorraadmot | De larven vreten door zolang de bron er ligt | De haard zoeken, wassen op 60 graden of 72 uur invriezen |
| Nu: steken | Bedwants, kattenvlo, vogelmijt | Ze blijven steken tot de bron weg is, en bedwantsen verspreiden zich | Plaagdierbedrijf bij bedwantsen, dierenarts bij vlooien, het nest bij vogelmijten |
| Nu: bedorven voedsel of een dood dier | Maden, spekkever | Het kadaver of het afval trekt steeds nieuwe vliegen en kevers aan | Het afval of dode dier weghalen met handschoenen |
| Nu: hout in de constructie | Huisboktor, bonte knaagkever | Ze kunnen de draagkracht van balken aantasten | Een bouwkundige en een plaagdierbedrijf laten kijken |
| Nu: binnensoorten | Faraomier, Duitse kakkerlak | Ze leven alleen binnen en lopen via schachten door het gebouw | Niet spuiten, melden bij verhuurder of VvE en laten behandelen |
Dubbelgangers en wanneer het verschil de aanpak verandert
Een deel van de soorten is zonder loep niet uit elkaar te houden, en bij een ander deel zie je het verschil wel maar doet het er niet toe. Stel daarom eerst de vraag of de aanpak verschilt, want is het antwoord nee, dan is een zeker benoemde groep genoeg.
Waar het wel verschil maakt, gaat het bijna altijd om een maatregel die bij de ene soort werkt en bij de andere averechts. Een contactspray op een spoor van zwarte wegmieren verplaatst alleen het spoor, maar bij faraomieren leidt hij tot knopvorming: de kolonie splitst zich in meerdere nesten en het probleem wordt groter.
Hetzelfde speelt bij zilvervisjes en papiervisjes. Het zilvervisje verdwijnt als de badkamer droger wordt, terwijl het papiervisje van papier en karton in droge kamers leeft en zich niets aantrekt van een hygrometer.
Bij kleine vliegjes is de bron het verschil. Een fruitvlieg met rode ogen hangt boven fruit, een tenger zwart muggetje dat opvliegt bij het gieten komt uit de potgrond, en een grijs vliegje dat plat als een driehoekje op de tegel zit komt uit de afvoer: drie vliegjes van 2 tot 4 mm met drie verschillende klussen.
| Twijfel tussen | Waar je het verschil ziet | Verandert de aanpak? |
|---|---|---|
| Zwarte wegmier en faraomier | De faraomier is ongeveer 2 mm, geelbruin en doorschijnend, en loopt ook in de winter binnen | Ja: bij faraomieren nooit spuiten, alleen lokaas via een plaagdierbedrijf |
| Zilvervisje en papiervisje | Het zilvervisje glanst en blijft in de badkamer; het papiervisje is matter, groter en loopt door droge kamers | Ja: vocht aanpakken helpt alleen tegen het zilvervisje |
| Kleermot en voorraadmot | De kleermot zoekt het donker en fladdert de kast in; de voorraadmot fladdert 's avonds door de keuken | Ja: de ene zit in wol, de andere in de voorraadkast |
| Fruitvlieg, varenrouwmug en afvoervliegje | Rode ogen boven fruit; zwart en tenger uit potgrond; grijs driehoekje op de tegel | Ja: fruit en gft opruimen, potgrond laten opdrogen, of de afvoer borstelen |
| Vogelmijt en klavermijt | De vogelmijt is grijswit tot donkerrood en steekt in juni en juli; de klavermijt is felrood en zit in het voorjaar in de zon | Ja: bij de vogelmijt het nest zoeken, bij de klavermijt niets |
| Bultjes van bedwants of vogelmijt | Bij de bedwants liggen zwarte stipjes in de matrasnaad; vogelmijten bewegen als stipjes over vensterbank en laken | Ja: bedwantsen vragen een plaagdierbedrijf, vogelmijten het weghalen van een nest |
| Springstaart en stofluis | De springstaart springt weg, de stofluis kruipt traag door | Nee: bij allebei is droger maken het antwoord |
| Broodkever en tabakskever | Alleen met een loep: gladde dekschilden en zaagvormige sprieten bij de tabakskever | Nee: voorraad nalopen en in glas zetten |
| Tapijtkever en museumkever | De museumkever is minder bont, en dat zie je alleen met een loep | Nee: haard zoeken, naden uitzuigen, wol wassen of invriezen |
| Eén bromvlieg of een groep | Tien of meer in dezelfde kamer binnen een paar dagen | Ja: bij een groep ligt er binnen een dood dier |
| Steenduizendpoot en huisduizendpoot | De steenduizendpoot is plat en roodbruin; de huisduizendpoot heeft lange gestreepte poten en sprint over de muur | Nee: allebei jagers, allebei geen haast |
| Huisvlieg en kleine kamervlieg | De kleine kamervlieg draait rustige achtjes rond de lamp midden in de kamer | Deels: de bron van de kleine kamervlieg zit vaker in de kruipruimte of een vogelnest |
Hoe je de beestjeszoeker invult zodat de uitkomst klopt
De zoeker legt je vier antwoorden naast de kenmerken van alle 39 soorten. Elke soort krijgt per vraag een punt als jouw antwoord bij die soort past, de soorten met de meeste punten komen bovenaan, en bij een gelijke stand gaat de soort met de minste missers voor.
Je ziet maximaal drie soorten die op minstens twee van de vier vragen passen. Past geen enkele soort op twee vragen, dan toont hij de twee die het dichtst in de buurt komen, en dat is meestal een teken dat een van je antwoorden niet klopt.
Omdat elke vraag even zwaar telt, kost één verkeerd antwoord de goede soort meteen een plaats. Een kleur die onder lamplicht roodbruin leek, of een maat waarin je de poten hebt meegeteld, schuift een verkeerde soort naar boven.
Bekijk het beestje daarom bij daglicht op wit papier, en verander bij twijfel steeds één antwoord. De soort die bij elke variant bovenaan blijft staan, is de sterkste kandidaat, en die proef doe je in de zoeker met vragen over maat, kleur, vindplaats en vorm.
De uitkomst is een richting en geen determinatie. Bij hout in de constructie en bij een plaag die na een behandeling terugkomt, laat je een vakman kijken voordat je geld aan een middel uitgeeft.
| Vraag in de zoeker | Hoe je hem beantwoordt | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Hoe groot is het? | Meet het lijf zonder poten, sprieten en staartdraden, op ruitjespapier van 5 mm; de keuze is kleiner dan 2 mm, 2 tot 5 mm, 5 tot 10 mm of groter dan 1 cm | Een huisduizendpoot met een lijf van 2 tot 3 cm lijkt met poten veel groter; zit je op een grens, probeer dan beide klassen |
| Welke kleur heeft het? | Bij daglicht en van boven bekeken | Een bedwants wordt na een maaltijd donkerder en een vogelmijt rood; twijfel je tussen bruin en roodbruin, probeer dan allebei |
| Waar vond je het? | De plek van larven, huidjes en vraatsporen, niet die van een vliegend exemplaar | Een kevertje op de vensterbank komt uit de voorraadkast of van wol; bij vondsten in meerdere kamers kies je ‘Door het hele huis’ |
| Hoe ziet het eruit? | Kies de vorm die het dichtst in de buurt komt | Wantsen, vlooien en mijten staan in de lijst onder ‘Hard schild, kruipt’, en een pissebed onder ‘Bol en grijs, rolt op’ of ‘Heel veel poten’ |
Beestjeszoeker
Beschrijf wat je ziet: grootte, kleur, waar je het vond en hoeveel. Je krijgt de waarschijnlijke soort, waar hij vandaan komt en wat er werkt. Open de volledige beestjeszoeker
Veelgestelde vragen
Welk beestje is dit en hoe kom je daar snel achter?
Tel de poten, noteer waar je het vond, meet het lijf zonder poten en sprieten en kijk dan pas naar de kleur. Met die vier gegevens blijven er bij de meeste soorten twee of drie kandidaten over.
Die antwoorden kun je invullen in onze zoeker voor 39 huisbeestjes, die de best passende soorten bovenaan zet met de bron en de aanpak erbij. Twijfel je daarna tussen twee soorten, kijk dan of de aanpak verschilt; is dat niet zo, dan hoef je het niet zekerder te weten.
Hoe herken je ongedierte in huis zonder loep?
Zonder loep werk je met bouw, gedrag en sporen. Het aantal poten, of het springt, vliegt of in een spoor loopt, en of er gaatjes, huidjes, spinsel of poeder liggen, zie je met het blote oog.
Wat je zonder loep niet kunt, is een paar dubbelgangers scheiden, zoals de broodkever en de tabakskever of de tapijtkever en de museumkever. Bij die paren is de aanpak gelijk, dus daar hoeft het ook niet.
Wat zijn kleine witte beestjes in huis?
Wit is in huis bijna altijd een jong stadium of een springstaart. Een pootloos wormpje van 5 tot 18 mm is een made, een wit rupsje met spinsel in muesli of noten een voorraadmotrups, en een wit rupsje in de plooi van een wollen trui een kleermotlarve.
Springt een wit beestje van 1 tot 2 mm weg op een vochtige vloer of plantenpot, dan is het een springstaart. Een doorschijnend wormpje met een zwarte kop in de potgrond is de larve van een varenrouwmug.
Wat is een zilverkleurig beestje in de badkamer?
Een slank, metaalachtig glanzend beestje van 8 tot 12 mm met drie staartdraden dat kronkelend wegschiet, is een zilvervisje. Het leeft bij een luchtvochtigheid boven ongeveer 75 procent van schimmelfilm, zeepresten en huidschilfers, en verdwijnt als de badkamer na het douchen goed droogt.
Is het matter, grijsbruiner en tot 15 mm groot, en loopt het ook door droge kamers, dan is het een papiervisje. Dat vraagt dichte dozen voor papier en maanden geduld, want droger maken helpt daar niet.
Wat zijn kleine rode beestjes op de vensterbank?
Felrode stipjes van minder dan 1 mm die in het voorjaar in groepjes over een zonnige vensterbank lopen, zijn meestal klavermijten. Ze leven buiten op gras, mos en algen, steken niet en laten alleen een rode veeg achter als je ze platdrukt, dus opzuigen en de kier in het kozijn dichten is genoeg.
Zie je in juni of juli bewegende stipjes die na een maaltijd rood kleuren en heb je jeukende bultjes, dan gaat het eerder om vogelmijten uit een nest in de dakrand of de goot. Dan is het nest de klus, en dat mag je pas weghalen als de jongen zijn uitgevlogen.
Wat zijn kleine zwarte beestjes in huis?
Klein en zwart past op meer soorten dan je zou denken: een zwarte wegmier van 3 tot 5 mm in een spoor, een varenrouwmug van 2 tot 4 mm bij de kamerplanten, een donkere springstaart op een vochtige vloer, of een rijstklander met snuit in de rijst. Het gedrag scheidt ze sneller dan de kleur.
Is het zwarte beest groter dan een centimeter, dan gaat het meestal om een loopkever, een bromvlieg of een meelkever. Die staan met hun kenmerken naast elkaar in het overzicht van zwarte kruipers en vliegers van loopkever tot kakkerlak.
Wat betekent een groot zwart insect in huis?
Meestal niet meer dan een verdwaald beest uit de tuin: een loopkever die onder de deur door liep, of een bromvlieg die door het raam kwam. Die drogen binnen uit of vliegen weer naar buiten, en de klus is de kier op vloerhoogte of een hor.
Een reden tot actie is het pas bij een groep of een bron. Tien of meer bromvliegen in één kamer of meerdere spekkevers wijzen op een dood dier, een meelkever op een open zak voer, en ovale gaten van 6 tot 10 mm in de kap op de huisboktor.
Welke beestjes in huis zijn gevaarlijk?
De beestjes die in huis leven zijn voor een gezond mens zelden gevaarlijk, maar een paar soorten geven wel klachten. Bedwantsen, vlooien en vogelmijten steken, de uitwerpselen van huisstofmijten geven allergie, en Duitse kakkerlakken en vliegen verspreiden bacteriën over eten en werkbladen.
Voor het huis zelf zijn de huisboktor en de bonte knaagkever het serieuste, omdat ze de draagkracht van balken kunnen aantasten. Een vlo kan bij huisdieren bovendien lintworm overbrengen.
Welk beestje steekt 's nachts in bed?
Bultjes in een groepje of rijtje op huid die tegen het matras lag, wijzen op bedwantsen. Zoek in de matrasnaad, op de lattenbodem en achter het hoofdbord naar zwarte stipjes ter grootte van een balpenpunt, lege huidjes en kleine bloedvlekjes.
Zitten de bultjes vooral rond enkels en onderbenen en is er een huisdier, dan is een vlo waarschijnlijker. Vogelmijten steken ook 's nachts, maar vooral in juni en juli en in een kamer onder een vogelnest.
Wat is een klein beestje in huis dat wegspringt?
Twee soorten springen. Een donkerbruin, zijdelings plat beestje van 2 tot 3 mm dat tientallen centimeters ver springt, is een kattenvlo, en die vind je bij de mand, het tapijt en de bank.
Een wit, grijs of donker beestje van 1 tot 2 mm dat korte sprongetjes maakt op een vochtige plek, is een springstaart. Die eet schimmel en verdwijnt als je de ruimte droger maakt, dus daar hoeft niets bestreden te worden.
Wat zijn wormpjes op de vloer in huis?
Een wit, pootloos wormpje met een spitse kop is een made die wegkruipt om te verpoppen: zoek de afvalbak, of bij een kamer zonder afval een dood dier. Een bruin harig wormpje van 4 tot 5 mm langs de plint is een tapijtkeverlarve.
Een geelbruin, hard geringd wormpje tot 3 cm is een meelworm uit een zak voer, en witte rupsjes van 10 tot 15 mm buiten de voorraadkast zijn voorraadmotrupsen op zoek naar een plek om te verpoppen.
Wat zijn kleine vliegjes in huis die niet weggaan?
Kijk waar ze opvliegen. Boven fruit en het gft-bakje, met rode ogen, is het een fruitvlieg; uit de potgrond bij het gieten, tenger en zwart, een varenrouwmug; plat als een grijs driehoekje op de badkamertegel een afvoervliegje.
Ze blijven zolang het broedmateriaal er is. Een vergeten stuk fruit levert bij kamertemperatuur binnen een tot twee weken een nieuwe lichting op, natte potgrond houdt de muggen in stand, en een sifon met aanslag houdt de afvoervliegjes aan de gang.
Waarom zie ik beestjes in een nieuwbouwwoning?
In het eerste jaar zit er nog bouwvocht in de dekvloer en het stucwerk, en daarop groeit schimmel waarvan stofluizen en springstaarten leven. Zilvervisjes profiteren van dezelfde vochtige lucht in de badkamer.
Ventileren en stoken tegelijk brengt de luchtvochtigheid omlaag: roosters open, mechanische ventilatie aan, en een hygrometer om te zien of je onder 55 procent komt. Onder 50 procent verdwijnen stofluizen binnen enkele weken zonder middel.
Zijn beestjes in huis een teken dat het vies is?
Vaak niet. Bedwantsen liften mee in een koffer of tweedehands meubel, voorraadmotten en rijstklanders komen al mee in een pak uit de winkel, en zilvervisjes, stofluizen en springstaarten wijzen op vocht en niet op vuil.
Bij een paar soorten speelt schoonmaken wel mee. Fruitvliegen en huisvliegen leven van gft en rottend fruit, afvoervliegjes van aanslag in de sifon, en Duitse kakkerlakken van vet achter de kookplaat, dus daar haalt een schoonmaakronde de bron echt weg.
Hoe weet je of een beestje binnen of buiten hoort?
Kijk of het binnen iets te eten vindt. Loopkevers, oorwurmen, pissebedden en miljoenpoten vinden in een droge kamer niets en drogen uit, dus die zijn verdwaald en horen buiten, terwijl faraomieren en Duitse kakkerlakken in Nederland alleen binnen overleven.
Blijven buitenbeesten binnenkomen, dan staat er een route open, zoals een naad van meer dan 5 mm onder de buitendeur of een rooster zonder gaas. Met een deurstrip, fijn gaas en een vrije strook rond de gevel neemt die aanloop duidelijk af.
Kun je aan het seizoen zien welk beestje je hebt?
Het seizoen sluit soorten uit. Tapijtkevers en museumkevers zitten in het voorjaar op de vensterbank, houtwormkevers vliegen van mei tot augustus, vogelmijten spelen in juni en juli, en zwarte wegmieren zwermen op een warme dag in juli of augustus.
In september en oktober lopen de mannetjes van de grote huisspin rond, en wat midden in de winter binnen loopt, zoals de faraomier en de Duitse kakkerlak, leeft op de warmte van het huis. De maanden voor kleine soorten staan op een rij bij wanneer welk klein bruin beestje opduikt.
Wanneer schakel je een plaagdierbedrijf in?
Bij bedwantsen, Duitse kakkerlakken en faraomieren, omdat zelf spuiten die soorten verspreidt in plaats van opruimt en omdat de eitjes in kieren zitten die je niet bereikt. Bij de huisboktor en bij houtkevers in dragende balken laat je daarnaast een bouwkundige beoordelen hoe ver de aantasting reikt.
Bij een papiervisje dat door het hele huis loopt en bij een zware vlooienbesmetting is een bedrijf de snellere route. Voor bijna alle andere soorten in onze lijst is de bron zoeken en weghalen genoeg.