Hoeveel liter is een normale prullenbak
Er is geen enkele maat die overal normaal heet, maar de gangbare inhouden liggen dicht bij elkaar: 3 tot 8…
Vul de maten van je kamer in, zet deuren en ramen op de juiste plek en schuif meubels op schaal rond. Je ziet meteen of het past en hoeveel loopruimte er overblijft.
OpenenDe hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt.
OpenenVul de maten van je kamer in, zet deuren en ramen op de juiste plek en schuif meubels op schaal rond. Je ziet meteen of het past en hoeveel loopruimte er overblijft.
OpenenKies de kleur die je al hebt: je bank, je vloer of je muur. Je krijgt de kleuren die daar bij passen, met de bijbehorende RAL- en verfcodes en het lichtadvies erbij.
OpenenGeef aan wat er in de ruimte gebeurt: vloerverwarming, huisdieren, kinderen, vocht en budget. Je ziet welke vloeren afvallen en waarom.
OpenenKies de windrichting en het uur waarop je de kamer gebruikt. Je ziet welk licht je krijgt, welke kleuren daarin standhouden en welke grauw worden.
OpenenKies je wandtype en het gewicht van wat je wilt ophangen. Je ziet welke bevestiging het houdt, tot hoeveel kilo, en wat je beter niet doet.
OpenenKies je boom, heester of haag en zie in welke maanden je hem snoeit, wat je dan weghaalt en wanneer je juist afblijft.
OpenenDecoratie is de laatste laag van een interieur, en binnen die laag ligt de volgorde vast: eerst het licht, dan de grote vlakken aan de wand, dan de losse objecten en als laatste de planten. Die volgorde werkt omdat het licht bepaalt hoe elke kleur en elk materiaal daarna gelezen wordt, en omdat een spiegel of een groot werk de hoogtelijn vastlegt waar het kleine werk zich naar voegt. De maten die het meeste verschil maken zijn een hartlijn van 145 cm voor wat je ophangt, 25 cm boven de rugleuning van een bank, 80 cm boven een eettafelblad voor een hanglamp en 2700 K als lampkleur in de zithoek.
Decoratie komt na de vloer, de wandkleur en de grote meubels, maar binnen die laatste laag zit zelf ook een volgorde. Die begint bij het licht, want de lichtpunten en de kleur van het lamplicht bepalen hoe elke kleur, stof en houtsoort die daarna binnenkomt eruitziet. Wie eerst de verlichting per zone regelt, kiest de rest maar één keer.
Daarna komen de grote vlakken aan de wand. Een spiegel, een groot werk of een klok legt de hoogtelijn vast waarnaar al het kleine werk zich later voegt, en die lijn ligt rond 145 cm boven de vloer.
Pas als die twee lagen staan, heeft een los object een plek om bij te horen. Dan gaat het over wat er op het dressoir, de tafel en de plank staat, en dat is meteen het onderdeel dat je het vaakst en het goedkoopst wijzigt; daarover gaat het stylen van een kamer.
Planten staan in deze volgorde achteraan, omdat hun plek volgt uit het daglicht dat je in de eerste stap al hebt bekeken. Blijft er daarna nog een grote lege muur over, dan is dat een vraag apart: wat je aan een lege wand hangt hangt af van de wandbreedte en van de afstand waarop je ernaar kijkt.
| Wat je eerst vastlegt | Waarom die volgorde | Wat er misgaat als je het omdraait |
|---|---|---|
| 1. Lichtpunten en lichtkleur | Alles wat je daarna kiest, beoordeel je onder dit licht | Een blauwgrijze vaas die bij daglicht klopt en onder lamplicht van 2700 K vuilgrijs wordt |
| 2. De grote vlakken aan de wand | Een spiegel, een groot werk of een klok legt de hartlijn en de zichtlijnen vast | Een wand vol kleine lijstjes zonder lijn, en gaten die je niet meer wegpoetst |
| 3. Wat op een blad of plank staat | Kleine objecten vullen de ruimte tussen de grote vlakken en horen daarbij | Losse groepjes die nergens bij aansluiten en als rommel lezen |
| 4. Planten | De plaats volgt uit het daglicht, en dat licht meet je niet opnieuw voor elke plant | Een plant die zes weken lang blad laat vallen op een plek waar te weinig licht komt |
| 5. Het wisselende accent | Kussens, kaarsen en seizoensgroen zijn de laag die je zonder gereedschap verandert | Je begint met het goedkoopste en het meest tijdelijke, terwijl de kamer nog geen lijn heeft |
Eén uitzondering op de volgorde: zit er een spiegel of een kastwand vast aan de muur die blijft zitten, behandel die dan als een raam. Hij weerkaatst licht of neemt het weg en bepaalt daarmee mee waar de lampen moeten komen.
Twee kamers met dezelfde verf en dezelfde spullen zien er anders uit zodra de ramen een andere kant op liggen. Dat komt door de kleurtemperatuur van het licht: diffuus hemellicht op het noorden zit rond 6500 K en bij een strakblauwe lucht hoger, directe zon rond het middaguur op 5000 tot 5500 K, en het laatste uur voor zonsondergang op 2000 tot 3000 K.
Een pigment kan alleen terugkaatsen wat er in het licht aanwezig is. In avondzon van 2500 K en in lamplicht van 2700 K zit bijna geen blauw meer, dus een blauwgrijs of lila object kantelt daar naar vuilgrijs. Een kleur met een rode of gele onderlaag heeft in noordlicht weinig warm licht om mee op te lichten, maar genoeg eigen pigment om overeind te blijven.
Daarom is de windrichting van je ramen de eerste vraag bij elke kleurkeuze, ook bij een kussen of een vaas. In de lichtwijzer per windrichting zoek je op wat jouw kant van het huis met kleur doet en welke lampkleur daarbij aansluit.
De tabel hieronder is de korte versie daarvan. Lees hem van links naar rechts als je de kamer kent, en van rechts naar links als je een kleur in je hoofd hebt en wilt weten waar die standhoudt.
| Kant waar de ramen op liggen | Wat het daglicht doet | Wat aan de wand standhoudt | Lamplicht dat erop aansluit |
|---|---|---|---|
| Noorden | Geen directe zon, diffuus hemellicht rond 6500 K, nauwelijks verandering over de dag | Gebroken wit met gele of roze onderlaag, zand, greige, terracotta, olijfgroen | 2700 K voor de avond en meer lichtpunten dan je denkt; 4000 K met Ra 90 waar je kleur beoordeelt |
| Noordoosten | Laag ochtendlicht in het zomerhalfjaar, daarna de hele dag hemellicht | Warm zand, leemkleur, gedempt roze, zachte oker | 4000 K bij het werkblad na een uur of tien, 2700 K en dimbaar in de avond |
| Oosten | Zon van zonsopkomst tot het middaguur, daarna vlak hemellicht | Gedempt groen, salie, warm wit, gebroken tinten met een gele onderlaag | 2700 K in de zithoek, met 4000 K erbij als je in de middag kleur wilt zien |
| Zuidoosten | Het langste stuk ochtendlicht, van 2000 K warm naar 5000 K bijna neutraal | Bijna alles houdt stand: gebroken wit, zand, greige, salie, diep groen, roodbruin | Overdag weinig nodig, 2700 K en dimbaar voor de avond |
| Zuiden | Direct zonlicht het grootste deel van de dag; buiten haalt vol zonlicht makkelijk 100.000 lux | Gedempte kleuren met veel pigment: kalkwit, zand, diep olijf, okerbruin | 2700 K met een dimmer, plus een dun gordijn tegen de harde zonvlek |
| Zuidwesten | Zon vanaf het midden van de dag tot zonsondergang, het laatste uur op 2000 tot 3000 K | Terracotta, warm grijsbruin, wit met een gele onderlaag, diep groen | De hele kamer op 2700 K, dan zie je geen breuk als de zon weg is |
| Westen | Hemellicht tot het middaguur, daarna lage zon die tot achter in de kamer schijnt | Leem, kalk, zandsteen, warm grijsbruin, een diepe roodbruine tint | 2700 K gedimd in de avond, één lamp van 4000 K voor de ochtend |
| Noordwesten | Het grootste deel van de dag noordlicht, in de zomer laat in de middag directe zon | Gebroken wit met warme onderlaag, greige, zand, gedempt groen | 2700 K voor zitten en eten, 3000 tot 4000 K met Ra 90 waar je werkt |
Eén punt aan het plafond verlicht een kamer van bovenaf en laat alles eronder in zijn eigen schaduw staan. Gezichten krijgen donkere oogkassen, de hoeken blijven leeg en de kamer leest als één vlak. Licht in drie soorten lost dat op: algemeen licht om je te kunnen bewegen, werklicht op de plek waar je iets doet, en accentlicht dat een wand, een plant of een werk uitlicht.
Reken in een woonkamer op minstens drie tot vijf lichtpunten op verschillende hoogtes, en zet ze op één kleurtemperatuur binnen hetzelfde zichtveld. Hangen 2700 K en 4000 K naast elkaar, dan ijkt je oog zich op het gemiddelde en lijkt de warme lamp oranje en de koele lamp blauw. Maak het verschil dus in helderheid en in richting, niet in kelvin.
Waar je kleur, huid of hout wilt kunnen zien, kies je lampen met Ra 90 of hoger. Bij Ra 80 wordt vaak bezuinigd op het diepe rood in het spectrum, en dan zien hout en huid er vlak uit. Boven een spiegel of een eettafel merk je dat meteen, in een kast of een gang niet.
Welke hoogte bij welke lamp hoort, staat in de tabel verderop en in de maatwijzer met hoogtes in huis. Welke lampsoort per plek werkt, van een leeslamp tot een hanglamp boven de eettafel, hangt vooral af van de afstand tussen de lamp en wat hij moet verlichten.
Dim je een gloeilamp of halogeen, dan zakt de kleurtemperatuur mee naar ongeveer 2200 K. Een gewone led blijft op zijn kelvinwaarde staan en voelt gedimd daarom koeler aan bij dezelfde helderheid. Wil je die warme zak wel, zoek dan lampen waar dim to warm op de verpakking staat.
De meeste wanden hangen te hoog vol, en dat komt doordat mensen mikken op het midden tussen het meubel en het plafond. Het oog van iemand die staat zit rond 150 cm, en daarom houden wij 145 cm aan als hartlijn: het midden van het werk op die hoogte, ongeacht of de lijst groot of klein is.
Dat is een vuistregel en geen norm, maar hij heeft een mechanisme. Hangt alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan leest de wand als één rustige band in plaats van als losse punten op verschillende hoogtes. Boven een meubel schuift die lijn omhoog, omdat de onderrand vrij moet blijven van de rugleuning of het blad.

Bij een groep lijsten telt de tussenruimte zwaarder dan de hoogte. Houd 5 tot 8 cm aan tussen de lijsten en de groep leest als één vlak; boven 10 cm valt hij uiteen in losse lijstjes. Welke lijsten je combineert en hoe je zo'n groep opbouwt, staat bij schilderijen en lijsten kiezen.
Een klok volgt een andere hoogte dan een werk, omdat je hem van de andere kant van de kamer moet kunnen lezen zonder dat er iemand voor staat. Daarom hangt een wandklok hoger dan ooghoogte, rond 180 cm. Alle hoogtes hieronder staan ook in de maatwijzer, waar je op onderdeel kunt zoeken.
| Wat je ophangt | Hoogte die wij aanhouden | Marge die werkt | Waarom juist daar |
|---|---|---|---|
| Schilderij of foto, midden van het werk | 145 cm boven de vloer | 140 tot 155 cm | Ooghoogte van iemand die staat; één hartlijn voor de hele kamer houdt de wand rustig |
| Werk boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager lijkt het werk op de bank te leunen; de hartlijn schuift hier naar 150 tot 165 cm |
| Werk boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg ruimte om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt |
| Groep lijsten, ruimte ertussen | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als één vlak lezen |
| Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen |
| Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje, en je kijkt nog in je gezicht in plaats van tegen je hals |
| Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat er niemand voor staat |
| Televisie, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte vanaf de bank; boven een schouw kijk je omhoog en voel je dat na een film in je nek |
| Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte; in een open lamp die lager hangt kijk je recht in de bron |
| Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg voor licht op het blad, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken |
| Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop; boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die eronder ligt |
| Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank rond 130 cm, dus blijft het lampje net uit het zicht |
| Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen |
Knip de lijst uit papier of oud inpakpapier en plak hem met schilderstape op de wand voordat je boort. Je ziet dan in één blik of het formaat klopt bij de wandbreedte, en je kunt het papiertje verschuiven zonder dat er een gat achterblijft.
Het gewicht dat je ophangt, hangt niet aan de plug maar aan het materiaal eromheen. Daarom is de eerste vraag nooit welke plug je koopt, maar wat voor wand het is. Tik met je knokkel: klinkt het hol en komt er wit poeder uit het boorgat, dan hang je aan 12,5 mm gips met een kartonlaagje en niet aan steen.
De waarden in de tabel liggen onder wat er op de verpakking staat, want die fabriekswaarden komen uit beton in een testopstelling. Verdeel bovendien het gewicht over twee punten waar dat kan: twee ophangpunten halveren de belasting per plug en houden een lijst of spiegel meteen recht.

Wil je niet boren, dan is de verflaag het zwakke punt en niet de lijm. Een plakstrip houdt op een gesausde wand ongeveer 1 kg per set, montagetape 1 tot 2 kg per punt en montagekit 2 tot 4 kg, en bij een gladde tegel of een geverfde houten wand ligt dat hoger dan op los stucwerk. Voor een spiegel geldt bovendien dat lijm met azijnzuur de zilverlaag aantast, waardoor de randen na een jaar zwart worden; neem een neutraal uithardende spiegellijmset.
Welke plug bij jouw wand en jouw gewicht hoort, zoek je op in de ophangwijzer per wandsoort. Bij een zware spiegel telt naast het gewicht ook de dikte van het glas, en dat werken we uit bij spiegels ophangen en plaatsen.
| Wand | Waaraan je hem herkent | Wat erin gaat | Wat wij per punt aanhouden |
|---|---|---|---|
| Gipsplaat of voorzetwand | Klinkt hol, elke 40 tot 60 cm massief; uit het gat komt wit poeder | Metalen hollewandplug of kiepplug, of een schroef in de houten regel erachter | 10 kg met een metalen hollewandplug, 12 kg met een kiepplug, 15 kg in de regel |
| Gestuukte steen | Eerst 5 tot 15 mm zacht, dan hard; het gruis kleurt rood of grijs | X-haak met geharde nagel voor licht werk, nylon plug van 8 mm voor de rest | 4 kg aan een X-haak, tot 15 kg aan een nylon plug |
| Beton | De boor komt nauwelijks vooruit en loopt warm, het gruis is fijn en grijs | Nylon plug met schroef, keilbout of chemisch anker voor zwaar werk | 25 kg met een nylon plug, 50 kg met een keilbout |
| Kalkzandsteen | Licht grijswit en hard, de steen is glad van vorm en scherp van kant | Nylon plug; voor zwaar werk chemisch anker, want spreidkracht laat de steen scheuren | 20 kg met een nylon plug, 50 kg met een chemisch anker |
| Gasbeton of cellenbeton | Licht en poreus, een spijker gaat er met de hand in | Lange gasbetonplug, boren zonder klopstand en precies op maat | 10 kg per punt, en een keilbout hoort hier niet in |
| Holle bouwsteen | De boor zakt na een paar centimeter door in een holte | Kiepplug, of chemisch anker met een zeefhuls | 10 kg met een kiepplug, 25 kg met een chemisch anker |
| Tegels | Hard en glad; begin zonder klopstand tot je door de tegel heen bent | Nylon plug in het materiaal achter de tegel, of montagetape voor licht werk | 12 kg met een nylon plug, 3 kg met montagetape |
| Hout of multiplex | De schroef pakt meteen en het boorsel komt er krullerig uit | Schroef zonder plug, met minstens 40 mm draad in het massieve hout | 30 kg met een schroef direct in het hout |
Boor nooit blind recht boven of onder een wandcontactdoos of een schakelaar. Leidingen lopen daar meestal verticaal naar boven of naar beneden, en in een gipsplaten wand liggen kabels los achter de plaat. Schuif de lijst desnoods 20 cm opzij.
De meeste decoratie is niet lelijk maar te klein. Een werk van 40 bij 50 cm boven een bank van 220 cm leest als een postzegel, en dat is geen smaakoordeel: het oog verbindt een vlak met het meubel eronder zolang dat vlak ongeveer twee derde van de meubelbreedte beslaat. Bij een bank van 220 cm kom je dan uit op 140 tot 150 cm aan lijst, in één werk of in een groep met 6 cm ertussen.
Bij een klok speelt de kijkafstand in plaats van de meubelbreedte. Op 2 m lees je een wijzerplaat van 25 tot 30 cm nog, maar in een kamer waar je vanaf 4 tot 6 m kijkt wordt dat een stip en heb je 40 tot 60 cm nodig. Datzelfde geldt voor een groot werk aan de kopse wand van een doorzonkamer.
Op een blad werkt het omgekeerde: daar gaat het niet om formaat maar om verschil. Een groep leest als één geheel wanneer de objecten duidelijk in hoogte verschillen en dichter bij elkaar staan dan bij hun buren, en dat lukt het makkelijkst met drie stuks in drie hoogtes. Hoe je beeldjes en objecten tot een groep maakt, gaat vooral over die onderlinge afstand.
Laat verder zeker de helft van elk blad leeg, anders leest de hele plank als één rommelige lijn. De regel dat een kamer op één hoofdkleur, één bijkleur en één accent uitkomt, is een gewoonte uit de interieurwereld en geen wet; hij werkt omdat het oog dan één vlak als rustpunt heeft. Meer daarover staat bij het aankleden van een woonkamer.
Daglicht komt ongeveer 2 tot 2,5 keer de hoogte van de bovenkant van het raam de kamer in. Bij een raam dat tot 220 cm doorloopt is dat 4,5 tot 5,5 m; daarachter leeft de kamer op lamplicht. Voor een plant is dat geen licht: een goed verlichte woonkamer haalt 's avonds honderd tot een paar honderd lux, terwijl zelfs een noordraam overdag duizenden lux geeft.
De plek bepaalt daarom de soort en niet andersom. Binnen een meter van een noordraam heb je halfschaduw, en dat is waar een zamioculcas, een sansevieria of een aspidistra het jaren volhoudt. Achter in dezelfde kamer, op 5 m van het glas, houdt vrijwel niets het vol zonder groeilamp.
Op het zuiden en zuidwesten speelt het omgekeerde. Directe middagzon achter glas verbrandt het blad van een monstera of calathea, terwijl een cactus of een olijfboom juist die zon nodig heeft. Zet gevoelig blad een tot twee meter terug of hang er vitrage tussen, en houd de afstand tot koud glas in de winter op minstens een paar centimeter.
Buiten werkt dezelfde vraag: een balkon op het noorden is een schaduwtuin, waar hosta, varens en hortensia thuishoren. Welke soorten bij welke kant horen, en hoe je een balkon met planten inricht, begint dus bij de windrichting die je ook in de lichtwijzer kunt opzoeken.
Een kamer die niet lekker zit, los je zelden op met iets extra's erbij. Vaker zit het probleem in een van de lagen hierboven, en dan helpt het om van het symptoom terug te redeneren naar de laag waar het ontstaat.
Kaal en rommelig lijken tegengesteld, maar ze komen allebei uit dezelfde oorzaak: veel kleine dingen zonder lijn. Zodra er één groot vlak per wand hangt en de rest zich daarop ordent, verdwijnen ze allebei.
Kil in de avond is bijna altijd een lichtprobleem en geen kleurprobleem. Eén niet dimbaar punt aan het plafond met een koele led geeft hetzelfde beeld als een gang, hoeveel textiel je er ook bij legt.
Herken je je kamer in een rij, ga dan terug naar die laag voordat je iets nieuws koopt. Een spiegel op de goede wand of een tweede lamp achter in de kamer doet meer dan een extra object erbij, en een grote lege wand vraagt om een ander formaat, niet om meer stuks.
| Wat je merkt | Wat er meestal aan de hand is | Welke laag je terugdraait |
|---|---|---|
| De kamer voelt kaal terwijl er van alles staat | De decoratie zit verdeeld over kleine losse stukken, allemaal onder ooghoogte | Eén groot vlak per wand op een hartlijn van 145 cm, de rest daaromheen |
| Het oogt rommelig | Veel objecten van bijna dezelfde hoogte, verspreid over hetzelfde blad | Groepeer in drieën met drie duidelijk verschillende hoogtes en laat de helft van het blad leeg |
| In de avond wordt het kil | Eén niet dimbaar punt aan het plafond, vaak met een koele led erin | Drie tot vijf punten op 2700 K en dimbaar, en de plafondlamp uit zodra de rest aan is |
| Achter in de kamer blijft het donker | Daglicht komt maar 2 tot 2,5 keer de raamhoogte naar binnen | Lamplicht achterin en een spiegel op de wand haaks op het raam |
| Kleuren kloppen overdag maar niet 's avonds | Koel pigment krijgt in lamplicht van 2700 K geen blauw meer terug | Verschuif het accent naar een warme onderlaag of houd het koele accent klein |
| Alles hangt te hoog | Er is gemikt op het midden tussen het meubel en het plafond | De hartlijn terug naar 145 cm, boven een bank naar 150 tot 165 cm |
| De wand zit vol gaten na elke wisseling | Per lijst is een nieuw gat geboord in plaats van één lijn aan te houden | Leg de groep eerst op de vloer en plak papieren mallen op de wand |
Stylen per seizoen: accessoires die het verschil maken
Er is geen enkele maat die overal normaal heet, maar de gangbare inhouden liggen dicht bij elkaar: 3 tot 8…
Een woonkamer style je van groot naar klein: eerst de stofvlakken van meters groot, zoals het vloerkleed en de gordijnen,…
Een prullenbak ruikt zelden door het afval en bijna altijd door wat er achterblijft: het vocht dat onder de zak…
Objecten en beeldjes: stylen zonder rommel
Een gouden beeldje is bijna nooit van goud, maar van messing, brons, verguld metaal of polyresin met goudkleurige lak, en…
Horen, zien en zwijgen verwijst naar drie aapjes die hun oren, ogen en mond bedekken: niet horen, niet zien en…
Een Krumble karaf is een glazen waterkaraf, en of hij in huis bevalt hangt af van vier dingen die je…
Wandklokken: maat, plek en stijl
Een wandklok heet groot vanaf ongeveer 50 cm doorsnede, en 60 tot 80 cm is de maat die de meeste…
Groot begint bij ongeveer 40 cm doorsnede, en de maat waar de meeste mensen op uitkomen ligt tussen 50 en…
Modern is bij een wandklok vooral weglaten: geen cijferring, een smalle of onzichtbare rand, een matte afwerking en twee rechte…
Verlichting in huis: lagen, hoogtes en lichtkleur
Een houten hanglamp hangt boven de eettafel met de onderkant van de kap op 80 cm boven het blad, wat…
Een tafellamp wordt dimbaar zodra drie dingen kloppen: een lichtbron die als dimbaar verkocht is, een dimmer die voor dat…
Een vloerlamp wordt dimbaar met een dimmer in het snoer, meestal een voetdimmer, zodra de lichtbron als dimbaar verkocht is…
Wanddecoratie: iets aan de muur dat geen poster is
Een muur wordt bijzonder van diepte en formaat, niet van het onderwerp van wat eraan hangt. Houd het object op…
Muurdecoratie in een moderne woonkamer werkt met weinig en groot: één werk of één strakke groep van 60 tot 75…
Iets origineels aan de muur is meestal een voorwerp dat er niet voor gemaakt is: een board, een gitaar, een…
Planten in huis: plek, licht en pot
Een plant voor de woonkamer kies je bij de plek en niet andersom: vlak bij een raam op het zuiden…
Een balkon richt je met planten in per plek en niet per balkon. Tel eerst de uren zon op de…
Een tuin richt je met planten in door eerst per plek de uren zon en de grondsoort vast te leggen,…
Spiegels: plek, maat en ophangen
Een slimspiegel installeer je in deze volgorde: eerst het gewicht en het wandtype bepalen, dan het stroompunt en het netwerkbereik…
Een spiegel maak je streeploos schoon met twee doeken: een licht vochtige die het vuil losmaakt en een kurkdroge die…
Een spiegel hang je op met vijf beslissingen voordat je boort: hoeveel hij weegt, waaraan hij hangt, wat je wand…
Schilderijen, posters en lijsten ophangen
Een schilderij dat in je kamer werkt, kies je vanuit de wand en niet vanuit het beeld. Boven een bank…
Een Bloomingville schilderij is in de regel een kant-en-klaar ingelijste illustratie in een smalle houten lijst, en de meeste formaten…
Een fotolijst met ketting laat de ophanging bewust zien: de ketting vormt een driehoek boven de lijst en telt mee…
De tools die bij decoratie & licht horen.
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt.