Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Laadpaal thuis: kiezen, plaatsen en laden

1 gidsen 14 minuten lezen

Een laadpaal thuis kies je in deze volgorde: eerst wat je hoofdzekering en de boordlader van je auto toelaten, dan de plek aan de gevel met de kortste leiding die nog bij de laadklep komt, en pas daarna de slimme functies. Rijd je tot ongeveer 60 km per dag, dan is een paal van 3,7 kW op één fase genoeg, want in een nacht van 10 uur gaat er ruim 30 kWh in. Een eigen eindgroep met een aardlekbeveiliging die gelijkstroomfouten ziet hoort er altijd bij, en op een aansluiting van 1x25 A of 1x35 A ook een paal die met het huis meeregelt. Zonder eigen oprit is een openbare laadpaal via de gemeente de gebruikelijke route, want een kabel over de stoep wordt meestal niet toegestaan.

Alle gidsen over laadpaal thuis

Consumentenbond laadpaal

Een test van laadpalen, zoals je die bij de Consumentenbond zoekt, is sterk in wat per paal verschilt: bediening, app,…

Welke situatie je hebt en waar het antwoord begint

Een laadpaal thuis is voor de helft een elektravraag en voor de andere helft een vraag over je parkeerplek. Wie een eigen oprit heeft, kiest een paal en een plek aan de gevel. Wie in de straat parkeert, in een appartement woont of huurt, loopt eerst tegen toestemming aan, en daar helpt geen enkele paal bij.

In de meterkast komt de paal naast alles wat daar al hangt, van een inductiekookplaat tot een warmtepomp, en hoe die samen op je aansluiting drukken staat bij apparaten en energie in huis. Welke paal het wordt, beslis je pas als je eigen situatie helder is.

Zoek die situatie op in de tabel. De tweede kolom zegt wat er kan, de derde welke vraag je als eerste beantwoordt, en de vierde waar het in die situatie het vaakst op vastloopt.

Twee rijen vragen een toelichting. Parkeer je op de openbare weg, dan mag een laadkabel in de meeste gemeenten niet over de stoep, omdat hij een struikelrand is waarvoor jij aansprakelijk bent.

Een paar gemeenten proberen een goot in de stoep uit, dus vraag het na. Veel gemeenten plaatsen op aanvraag of volgens een eigen wijkplan een openbare laadpaal in de buurt als je een elektrische auto hebt en geen eigen parkeerplek.

Op eigen terrein heb je voor een laadpunt aan de gevel in de regel geen vergunning nodig. Bij een monument, in een beschermd stadsgezicht of voor een vrijstaande paal in de voortuin kijk je dat na bij je gemeente, want daar gaat het om wat je vanaf de straat ziet.

Jouw situatieWat er kanDe eerste vraagWaar het op vastloopt
Eengezinswoning met eigen oprit of carportEen vaste paal aan de gevel, of op een voet naast de opritWat laat je hoofdzekering over, en aan welke kant zit de laadklepEen lange leiding of een sleuf door de voortuin, waar ook de huisaansluiting ligt
Garage aan of onder het huisEen paal aan de garagewand, droog en uit de zonHoe komt de leiding van de meterkast in de garageEen wand die al vol staat met kasten of een werkbank, precies waar de klep uitkomt
Parkeren in de straat voor de deurLaden bij een openbare laadpaal; een kabel over de stoep wordt meestal niet toegestaanWelke voorwaarden je gemeente stelt aan een aanvraagEen openbare paal is niet voor jou gereserveerd, dus je laadt als er plek is
Appartement met een plek in een gezamenlijke garageEen paal via de VvE, vaak aan één beheersysteem voor het hele gebouwWat de splitsingsakte zegt en wat de vergadering van eigenaars besluitDe aansluiting van het gebouw wordt over alle palen verdeeld, dus een losse paal met eigen app past er zelden in
Huurwoning met eigen opritEen vaste paal, met schriftelijke toestemming van de verhuurderWat er met paal en groep gebeurt als je verhuistGeen afspraak over weghalen en het herstel van de gevel
Monument of beschermd stadsgezichtEen paal uit het zicht, aan de zijgevel of in de garageIs er voor een paal aan de voorgevel een vergunning nodigHet aanzicht vanaf de straat, waarover de gemeente beslist
Nog geen elektrische auto, wel plannenEen lege buis of een voorbereide leiding meeleggen bij een verbouwing of nieuwe bestratingWaar komt de paal later en hoe loopt de leiding daarheenTwee keer graven en twee keer bestraten, omdat de buis de eerste keer ontbrak

Hoeveel laadvermogen je echt nodig hebt

De vraag is niet hoe snel een accu van leeg naar vol gaat, want dat doe je thuis bijna nooit. De vraag is of wat je die dag gereden hebt er in de uren aan de stekker weer in past. Dat reken je uit met je kilometers, het verbruik van de auto en het vermogen waarmee je laadt.

Reken met 18 tot 20 kWh per 100 km in de accu en tel er ongeveer tien procent bij voor verlies in de omvormer van de auto en in de kabel. In de winter komt daar nog 25 tot 30 procent bij, omdat een koude accu minder efficiënt laadt en de kachel meedraait. Bij 50 km per dag staat er dan in de zomer ruim 10 kWh op je meter en in januari ongeveer 13 kWh.

De laadtijd is die kilowattuur gedeeld door het laadvermogen. De tabel rekent dat voor een winterdag uit, want wie in januari uitkomt, komt het hele jaar uit; staat de auto 's nachts 10 tot 12 uur thuis, dan zie je meteen tot waar de lichtste paal volstaat.

Lees de tabel met de laagste van twee grenzen in je achterhoofd. Een paal van 11 kW laadt alleen op 11 kW als je drie fasen hebt en de auto die 11 kW aan boord aankan.

Laadt de boordlader op één fase, dan haalt dezelfde auto aan dezelfde paal 3,7 kW. Wil je zien welke van de twee bij jou de grens is, vul dan je aansluiting, je auto en je kilometers in bij de rekenhulp die je meterkast en je boordlader naast elkaar legt.

Het stopcontact staat in de tabel omdat het voor weinig kilometers echt een optie is. Het verlies ligt daar wel hoger dan tien procent, omdat de elektronica van de auto uren langer aan staat.

Kilometers per dagVan de meter in zomer en winterWinter aan het stopcontact, 2,3 kWWinter op 3,7 kWWinter op 7,4 kWWinter op 11 kW
20 km4,2 en 5,4 kWh2,3 uur1,4 uur0,7 uur0,5 uur
40 km8,4 en 10,7 kWh4,7 uur2,9 uur1,4 uur1,0 uur
60 km12,5 en 16,1 kWh7,0 uur4,3 uur2,2 uur1,5 uur
80 km16,7 en 21,4 kWh9,3 uur5,8 uur2,9 uur1,9 uur
100 km20,9 en 26,8 kWh11,6 uur, krap in één nacht7,2 uur3,6 uur2,4 uur
150 km31,4 en 40,1 kWh17,4 uur, past niet in een nacht10,8 uur5,4 uur3,6 uur
200 km41,8 en 53,5 kWh23,3 uur14,5 uur, past niet in een nacht7,2 uur4,9 uur

Wat je meterkast vertelt voordat er een installateur komt

De meterkast bepaalt het plafond, en het meeste lees je zelf af voordat je een offerte aanvraagt. De aansluitwaarde staat op de jaarnota of in de overeenkomst met je netbeheerder als 1x25A, 1x35A of 3x25A: het eerste getal is het aantal fasen, het tweede de waarde van de hoofdzekering.

Vermenigvuldig die twee met 230 volt en je hebt het vermogen voor huis en auto samen. Op 1x35 A is dat 8,05 kW en op 3x25 A 17,25 kW, en wie daar langer boven zit, laat de hoofdzekering doorslaan. Die zekering zit achter het zegel van de netbeheerder, dus vervangen of verzwaren gaat altijd via hen.

Het aantal fasen zie je ook aan de meter zelf. Op het typeplaatje van een driefasenmeter staat 3x230/400 V, en een slimme meter met drie fasen toont op zijn display aparte waarden voor L1, L2 en L3.

Kijk daarna of de slimme meter een P1-poort heeft, een klein aansluitpunt achter een klepje of onder een sticker. Via die poort leest een paal het verbruik van het huis uit om mee te regelen: een meter volgens DSMR 5 geeft elke seconde een nieuwe waarde, een oudere volgens DSMR 4 elke tien seconden.

De groepenkast vertelt de installateur of er ruimte is. Een laadpaal krijgt een eigen eindgroep met een eigen aardlekbeveiliging, en in een volle kast is daar geen plek voor. Wat je zelf in en rond de kast mag doen en waar de grens ligt, staat bij het werk aan de elektra in huis.

Wat je zietWat het betekentWat het voor de paal betekent
1x25A op de jaarnotaEén fase, 5,75 kW voor huis en auto samenLaden op 16 A laat 9 A over voor het huis, dus meeregelen is hier geen luxe
1x35A op de jaarnotaEén fase, 8,05 kW16 A laden gaat zonder meer; 32 A alleen met een paal die meeregelt
1x40A op de jaarnotaEén fase, 9,2 kW32 A laden laat 8 A over: genoeg voor licht en koelkast, te weinig om erbij te koken
3x25A op de jaarnotaDrie fasen, 17,25 kW11 kW laden laat 9 A per fase over, mits de zware groepen over de fasen verdeeld zijn
3x230/400 V op het typeplaatje, of L1, L2 en L3 op het displayDrie fasen in huis11 kW kan, maar alleen als de auto ook op drie fasen laadt
Een P1-poort op de slimme meterDe meter geeft het verbruik digitaal doorMeeregelen kan via een kabel of een kastje op die poort, zonder ingreep achter de hoofdzekering
Een meter zonder P1-poort, met een draaischijf of een telwerkGeen digitale uitlezingMeeregelen via stroomtangen om de hoofdkabels, of eerst een slimme meter aanvragen bij de netbeheerder
Geen vrije plek in de groepenkastGeen ruimte voor een extra eindgroep met aardlekbeveiligingUitbreiden of vervangen, en dat staat als aparte post op de offerte
Schroefzekeringen in plaats van automatenEen oudere installatieDe installateur beoordeelt de kast eerst en kan vervanging adviseren voordat er een laadgroep bij komt

Welke manier van laden bij je past

Thuis komen in de praktijk drie vermogens voor, 3,7, 7,4 en 11 kW, met 22 kW als uitzondering. Daaronder zit de mobiele kabel in een stopcontact, en daarbuiten de openbare paal en de snellader. Welke van die zeven bij jou past, volgt uit je kilometers en uit de aansluitwaarde in je meterkast.

Een vaste paal aan de muur, in winkels vaak wallbox genoemd, is technisch hetzelfde als een paal op een voet naast de oprit. Het verschil zit in de plek: een paal op een voet kan tussen twee parkeerplaatsen staan maar vraagt een sleuf en een fundering, terwijl een muurmodel op de gevel hangt waar de leiding binnendoor kan komen.

Zwaarder dan de vorm wegen drie eigenschappen die je bij elk vermogen apart kiest. Meeregelen met het huis heb je nodig op een krappe aansluiting, een MID-gecertificeerde kilowattuurmeter als een werkgever of leasemaatschappij de stroom vergoedt, en omschakelen van drie fasen naar één als je op zonne-overschot wilt laden.

Bij de mobiele kabel is het stopcontact de beperking en niet de kabel. Een gewone wandcontactdoos is niet gemaakt om uren achter elkaar op 10 A te staan, en de zwakke plek is de klem erachter: zit die een fractie los, dan wordt hij warm en verkleurt de contactdoos. Laat het stopcontact daarom nakijken, gebruik nooit een verlengsnoer of haspel en voel na een half uur aan de stekker.

De stekker zit in de laadpoort van de auto
De stekker zit in de laadpoort van de auto. De kabel loopt met een ruime bocht naar beneden.

Wie geen eigen plek heeft, laadt bij een openbare paal. Die levert meestal 11 kW per laadpunt, maar ook daar bepaalt de boordlader het maximum, en je betaalt per kWh via een laadpas, in de regel meer dan thuis. Een snellader langs de weg levert gelijkstroom rechtstreeks aan de accu en is bedoeld voor lange ritten, niet voor elke dag.

Manier van ladenVermogen en kilometers per uurPast bijWaar het op vastloopt
Mobiele kabel in een geaard stopcontact8 tot 10 A, 1,8 tot 2,3 kW, 10 tot 12 km per uurTot ongeveer 20 km per dag, of als overbrugging tot de vaste paal hangtDe contactdoos wordt warm bij een losse klem; nooit via een verlengsnoer of haspel
Vaste paal, 1 fase 16 A3,7 kW, ongeveer 20 km per uurTot ongeveer 60 km per dag met een auto die 's nachts thuis staatZelden iets: het is de lichtste installatie, en een auto met 3,7 kW aan boord haalt nergens meer
Vaste paal, 1 fase 32 A7,4 kW, ongeveer 40 km per uurVanaf ongeveer 100 km per dag, of een auto die maar een paar uur thuis isOp 1x35 A blijft er 3 A over voor het huis, dus alleen met meeregelen
Vaste paal, 3 fasen 16 A11 kW, ongeveer 55 km per uurDrie fasen in de meterkast en een auto met 11 kW aan boordEen auto die op één fase laadt, haalt hier 3,7 kW
Vaste paal, 3 fasen 32 A22 kW, ongeveer 115 km per uurMinstens 3x35 A en een auto die 22 kW aan boord aankan, en dat is zeldzaamOp 3x35 A blijft er 3 A per fase over; meestal betaal je voor vermogen dat je niet gebruikt
Openbare laadpaal in de straatMeestal 11 kW per laadpunt, begrensd door de autoGeen eigen parkeerplekGeen vaste plek voor jou, en een hoger tarief per kWh via een laadpas
Snellader langs de wegGelijkstroom van 50 kW tot enkele honderden kW, begrensd door de autoLange rittenDe duurste kilowattuur, en boven ongeveer 80 procent laadt de accu flink langzamer

Waar de paal aan de gevel komt

De plek van de paal is een afweging tussen twee lengtes: de leiding van de meterkast naar de paal, die de installateur één keer legt, en de laadkabel van de paal naar de klep, die jij elke dag uitrolt. Een korte leiding is goedkoper, maar een paal die daardoor aan de verkeerde kant van de auto hangt, maakt van elke laadbeurt een omweg.

Begin daarom bij de laadklep. Zit die links, rechts of in de neus, en parkeer je vooruit of achteruit de oprit op? Hoe je de lengte van een vaste kabel in beide parkeerrichtingen afmeet, staat uitgewerkt bij het vergelijken van laadpalen op hun specificaties.

De laadkabel hangt op de houder naast het laadpunt
De laadkabel hangt op de houder naast het laadpunt. De kabel ligt buiten de looproute over de oprit.

Daarna volgt de leiding. Tot ongeveer 20 m houdt een installateur 2,5 mm² aan bij 16 A laden en 6 mm² bij 32 A, en daarboven rekent hij de spanningsval na en gaat de kerndoorsnede vaak een stap omhoog. Loopt de leiding door de kruipruimte, dan is er een luik nodig waar iemand door kan en een doorvoer door de gevel die naar buiten afloopt, zodat regenwater niet langs de kabel naar binnen loopt.

Voor de hoogte volg je de installatiehandleiding van de paal. Gangbaar is het aansluitpunt rond 100 tot 120 cm boven de grond: hoog genoeg om niet te bukken en uit het opspattende water, laag genoeg dat een vaste kabel niet strak omhoog hangt. Een kabelhouder ernaast houdt de kabel van de grond, zodat je er niet overheen rijdt.

Let ook op zon en wifi. Een paal op een zuid- of westgevel in de volle middagzon wordt warm, en veel palen regelen dan hun laadstroom terug. Een paal die via wifi aan je router hangt, krijgt door een bakstenen buitenmuur vaak een zwak signaal; meet dat met je telefoon op de plek zelf, of trek een netwerkkabel mee in de buis.

Hangt de paal in een garage, dan telt vooral wat er al aan de wand staat. Hoe je die ruimte rond een auto met kasten en een werkbank indeelt, staat bij de indeling van een garage waar de auto nog in moet.

Een leiding door de tuin of onder de oprit

Hangt de paal niet aan het huis maar aan een carport, aan een schuur of op een voet naast de oprit, dan gaat de leiding de grond in. Daarvoor gebruikt de installateur een grondkabel met een scherm, zoals YMvKas, en onder een oprit trekt hij die door een buis, zodat de kabel later te vervangen is zonder de bestrating er opnieuw uit te halen.

Gangbaar is een diepte van ongeveer 60 cm, onder de laag waarin je nog spit of een paaltje slaat. Een waarschuwingslint zo'n 20 cm boven de buis vertelt wie later graaft dat er iets onder ligt. De buis loopt in ruime bochten, want door een haakse bocht trek je een kabel van 6 mm² niet meer door.

Voordat de schop erin gaat, moet je weten wat er al ligt. De huisaansluiting voor stroom, gas en water loopt meestal vanaf de straat door de voortuin naar de meterkast, precies waar een sleuf naar de oprit ook langs moet. Graaf je met een machine, dan is een KLIC-melding bij het Kadaster verplicht; met de hand is hij niet verplicht, maar hij laat wel zien waar de kabels en leidingen van de netbeheerders ongeveer liggen.

Aan de gevel komt de buis boven de grond en loopt hij met een bocht omhoog naar de paal. Laat de kabel daar een lus naar beneden maken voordat hij de paal in gaat, dan druipt water dat langs de kabel loopt eraf in plaats van de aansluitruimte in.

Meeregelen met wat er in huis aan staat

Een paal met dynamisch load balancing meet wat het huis op dat moment trekt en zet zijn laadstroom zo laag dat huis en auto samen onder de hoofdzekering blijven. Op 1x25 A en 1x35 A heb je dat vrijwel altijd nodig, op 3x25 A hangt het af van hoe de zware groepen over de fasen verdeeld zijn.

Het mechanisme is een aftreksom per fase. De paal neemt de waarde van de hoofdzekering, trekt het gemeten verbruik van het huis en een kleine veiligheidsmarge eraf, en geeft de rest aan de auto. Zakt die rest onder 6 A, de ondergrens van het laadprotocol, dan pauzeert de sessie en start hij weer zodra er ruimte is.

De tabel rekent dat door voor een paal die op 32 A is ingesteld aan een aansluiting van 1x35 A, zonder die marge. De vermogens zijn gangbare waarden bij vol vermogen; wat jouw apparaten trekken, staat op hun typeplaatje, en wat elk apparaat in een huishouden vraagt bij de huishoudelijke apparaten en hun aansluiting.

Een warmtepomp verandert de som op de koudste avonden. Hij draait dan op dezelfde uren dat de auto laadt, en een elektrisch bijverwarmingselement kan er nog 3 kW of meer bovenop zetten. Wie van het gas af gaat, rekent die avond mee voordat de paal wordt ingesteld, en hoe een warmtepomp bij je huis past staat bij het kiezen van een systeem voor huisverwarming.

Op drie fasen moet de paal per fase meten. Een inductiekookplaat hangt vaak op twee fasen en de wasdroger op de derde, dus één fase kan vol zitten terwijl het totaal nog ruimte laat. Een paal die alleen het totaal ziet, laadt dan door op precies de fase die de hoofdzekering overbelast.

Wat er in huis aan staatVermogenStroom op de faseWat de paal dan nog magLaadvermogen
Alleen de basislast: koelkast, modem, licht, stand-byongeveer 0,4 kWongeveer 2 A32 A, want daarop is hij ingesteld7,4 kW
Basislast en een waterkokerongeveer 2,6 kWongeveer 12 A23 A5,3 kW
Basislast en de warmtepomp op 2 kWongeveer 2,4 kWongeveer 11 A24 A5,5 kW
Basislast en de oven op 3 kWongeveer 3,4 kWongeveer 15 A20 A4,6 kW
Basislast, warmtepomp op 2 kW en bijverwarming van 3 kWongeveer 5,4 kWongeveer 23 A12 A2,8 kW
Basislast, waterkoker en oven tegelijkongeveer 5,6 kWongeveer 24 A11 A2,5 kW
Basislast, inductie op 5 kW en een vaatwasser die water verwarmtongeveer 7,4 kWongeveer 32 A3 A, onder de ondergrens, dus de sessie pauzeert0 kW

Wat er op de offerte van de installateur hoort te staan

Twee offertes voor een laadpaal zijn pas te vergelijken als ze hetzelfde werk beschrijven. Het verschil zit zelden in de paal en bijna altijd in wat eromheen gebeurt: de groep, de aardlekbeveiliging, de leiding, de route en het meeregelen.

NEN 1010 vraagt voor een laadpunt een eigen eindgroep met een aardlekbeveiliging die ook gelijkstroomfouten ziet. De elektronica in de auto kan een gelijkstroomlek veroorzaken, en een lek van meer dan 6 mA kan de kern van een gewone aardlekschakelaar verzadigen, waarna die ook een gewone fout niet meer afschakelt. Daarom komt er een type B in de kast, of een type A samen met detectie van 6 mA gelijkstroom die in de paal zit of in een schakelaar met de aanduiding A-EV.

Welke van de twee het wordt, hangt af van de paal, en dat scheelt in prijs. Een paal zonder eigen gelijkstroomdetectie vraagt een duurdere aardlekschakelaar, en dat kan het prijsverschil tussen twee palen omdraaien.

Vraag ook wat er bij de oplevering gebeurt. Laat de ingestelde maximale laadstroom zien, druk op de testknop van de aardlekschakelaar van de laadgroep, en zet de oven en de waterkoker aan terwijl de auto laadt om te zien of de laadstroom binnen een halve minuut zakt.

Wat er op de offerte staatWaarom het ertoe doetWat er misgaat als het ontbreekt
De maximale laadstroom waarop de paal wordt ingesteldHuis en paal moeten samen onder de hoofdzekering blijvenJe weet niet of de paal op 16 of 32 A staat tot de zekering doorslaat
Een eigen eindgroep, meestal een 20 A automaat bij 16 A laden en 40 A bij 32 AEen laadpaal hangt nooit aan een bestaande groepEen groep die ook de wasmachine voedt, raakt overbelast
Het type aardlekbeveiliging: type B, of type A met 6 mA gelijkstroomdetectieEen gelijkstroomlek uit de auto kan een gewone aardlekschakelaar blind makenEen aardlekschakelaar die bij een echte fout niet afschakelt
Kabeltype, kerndoorsnede en lengteTot ongeveer 20 m 2,5 mm² bij 16 A en 6 mm² bij 32 A; daarboven narekenenEen te dunne leiding wordt warm en kost laadvermogen aan het eind
De route en de doorvoeren: kruipruimte, gevel, buis en sleufDat bepaalt de uren, en wie de bestrating terugzetMeerwerk achteraf, of een kabel die los langs de gevel hangt
Hoe het meeregelen wordt aangesloten: P1-poort of stroomtangenStroomtangen zitten achter de hoofdzekering, een P1-aansluiting nietEen paal met meeregelfunctie die niets meet en dus op het maximum laadt
De terugvalstand als de meting wegvaltEen haperende verbinding mag niet leiden tot laden op vol vermogenBij een losgeraakte P1-kabel laadt de paal door alsof het huis niets gebruikt
De instellingen bij oplevering: laden zonder app, vergrendeling, laadtimerEen paal die alleen via een app start, staat stil als de verbinding wegvaltEen auto die 's ochtends leeg is omdat de app 's nachts geen verbinding had

Laden op zonnestroom, in het daltarief of op een dynamisch contract

Het tijdstip waarop je laadt, bepaalt wat een kilometer kost. Reken per 100 km op ongeveer 21 kWh van je meter in de zomer en 27 kWh in de winter, en vermenigvuldig dat met het kWh-tarief op je jaarnota, inclusief belastingen.

Bij een contract met dubbel tarief begint het dal afhankelijk van je regio om 21.00 of 23.00 uur en loopt het tot 07.00 uur, en in het weekend is het meestal de hele dag dal. Op 3,7 kW gaat er in die 8 tot 10 uur 30 tot 37 kWh in, meer dan een gewone dag rijden. De laadtimer in de auto is daarvoor genoeg, en een tweede timer in de paal maakt het alleen ingewikkelder.

Met zonnepanelen verschuift de goedkoopste kilowattuur naar het midden van de dag, en dat weegt zwaarder nu salderen op 1 januari 2027 stopt en leveranciers terugleverkosten rekenen. Om die stroom in de auto te krijgen, moet de auto overdag thuis staan, en dat is vooral zo als je thuiswerkt. Wat een vaste werkplek in huis verder vraagt, staat bij een kamer inrichten als kantoor thuis.

De grens zit weer bij 6 A per fase. Op één fase heb je minstens ongeveer 1,4 kW overschot nodig om te laden, op drie fasen ongeveer 4,1 kW. Een paal die tijdens de sessie van drie fasen naar één terugschakelt, laadt op een halfbewolkte dag door waar een paal zonder die functie steeds stopt en opnieuw start.

Bij een dynamisch contract wisselt de prijs door de dag heen, en dan wil je dat de auto of de paal zelf de goedkope uren kiest. Wat er in huis verder aan verbruik te sturen of te besparen valt, staat bij energie besparen in huis.

Hoe je stroom afrekentWanneer je laadtWat de auto of de paal daarvoor moet kunnen
EnkeltariefWanneer het uitkomt, want de prijs is de hele dag gelijkNiets extra's; op een krappe aansluiting wel meeregelen tijdens het koken
Dubbel tariefVanaf 21.00 of 23.00 uur tot 07.00 uur, en in het weekend meestal de hele dagEén laadtimer, in de auto of in de paal en niet in allebei
Dynamisch contractIn de uren met de laagste prijs, vaak 's nachts en op zonnige middagenEen auto of paal die de prijs uitleest en zelf start, met je vertrektijd als uiterste grens
Zonnepanelen met overschotOverdag, als de auto thuis staatDe meter uitlezen via P1 of stroomtangen, en terugschakelen naar één fase
Werkgever of leasemaatschappij vergoedtMaakt voor de vergoeding niet uit, wel voor wat je werkgever per kWh betaaltEen MID-gecertificeerde meter en registratie per sessie, vaak via OCPP
Laden bij een openbare paalAls er een laadpunt vrij isEen laadpas of app; het tarief per kWh ligt meestal hoger dan thuis

Onderhoud, levensduur en wat een test je wel vertelt

Een laadpaal vraagt weinig onderhoud, maar drie dingen slijten wel. Het eerste is de kabel, die wordt overreden, geknikt en in de winter stug opgerold; een beschadigde mantel is een reden om niet meer te laden tot hij vervangen is.

Het tweede is de elektronica. Voor een laadpaal houden wij geen eigen bandbreedte bij, maar de omvormer van zonnepanelen is technisch vergelijkbaar, elektronica in een kast die warm kan worden, en die gaat volgens onze tabel met de levensduur van installaties in huis 10 tot 15 jaar mee. Bij allebei gaan de condensatoren sneller achteruit naarmate ze warmer staan, dus een paal uit de middagzon veroudert langzamer.

Het derde is de software. Een paal zonder updates blijft laden, maar kan slimme functies verliezen als er aan de kant van de app, de laadpasbeheerder of het mobiele netwerk iets verandert. Een paal die OCPP spreekt, koppel je dan aan een andere beheerder.

Druk een paar keer per jaar op de testknop van de aardlekschakelaar van de laadgroep, en kijk dan meteen naar de stekker en de contactdoos. Verkleuring of een brandgeur wijst op een slecht contact dat warm wordt. Elke watt die de paal dag en nacht trekt zonder te laden, kost 8,8 kWh per jaar, en dat stand-byvermogen staat op het specificatieblad.

Een test van laadpalen, zoals die van de Consumentenbond, is sterk in wat per paal verschilt: bediening, app, afwerking en behuizing. De laadsnelheid bij jou haal je er niet uit, want die ligt vast in je hoofdzekering en je boordlader. Hoe je zo'n uitslag leest en welke regels je zelf op het blad natrekt, staat bij wat een laadpaaltest meet en wat je huis zelf bepaalt.

Levensduurtabel

Per apparaat de gemiddelde levensduur, wat hem verkort, en het punt waarop repareren duurder is dan vervangen. Bekijk alle gegevens

SoortApparaat of onderdeelGaat gemiddeld meeWat hem korter maaktRepareren of vervangen
Wassen en drogenWasmachine8 tot 12 jaarTe vol laden, te lage wastemperaturen waardoor er biofilm ontstaat, hard water zonder ontkalkenOnder de 6 jaar bijna altijd repareren; boven de 10 jaar is een reparatie boven 250 euro zelden de moeite
Wassen en drogenWasdroger, condens10 tot 14 jaarPluis dat achter het filter in de behuizing komt, drogen in een klein halletje zonder ventilatie, en de trommel vol laden in plaats van driekwartVerwarmingselement, thermostaat en riem zijn losse onderdelen en meestal de moeite; onder de 8 jaar repareren
Wassen en drogenWasdroger, warmtepomp8 tot 12 jaarDe warmtewisselaar achter de klep niet schoonmaken, waardoor de compressor tegen een dichtgeslibde wisselaar aan blijft werkenVentilator, sensoren en pomp zijn te repareren; een defecte compressor betekent vervangen, want het koudemiddelcircuit zit dicht
KokenOven, inbouw en elektrisch10 tot 15 jaarVet dat op het element inbrandt, pyrolyse op 500 graden vaker dan een paar keer per jaar, en een deur die je dichtslaat waardoor het scharnier verzaktElement, thermostaat, scharnier en deurglas zijn los te krijgen: bijna altijd repareren, ook omdat een nieuwe oven in dezelfde inbouwmaat moet passen
KokenCombimicrowave8 tot 10 jaarLeeg of met heel weinig eten aanzetten, vet op het micaplaatje voor de golfgeleider, en met de deur rammelen waardoor de deurschakelaars het opgevenDe deurschakelaar is de meest voorkomende storing en een goedkope reparatie; onder de 5 jaar repareren, daarboven wegen een nieuwe magnetronbuis plus arbeid zelden op
KokenInductiekookplaat10 tot 15 jaarDe ruimte onder de plaat dichtzetten met een volle lade, zodat de elektronica zijn warmte niet kwijt kan; overkoken tot er vocht onder het glas komt; een zware pan die valtEen vermogensmodule of de touchbediening is per zone te vervangen; gebarsten glas betekent bijna altijd een nieuwe plaat
KokenGasfornuis15 tot 20 jaarOverkoken in de branders, een vuile vonkontsteking en een dichtgeslibd thermokoppel, waardoor de vlam niet blijft staanBranderdeksels, thermokoppel en gaskraantjes zijn goedkope onderdelen: repareren. Nieuwbouw krijgt sinds 1 juli 2018 geen gasaansluiting meer (Wet VET), dus daar is elektrisch koken de reden om te vervangen
KokenAfzuigkap10 tot 15 jaarVetfilters die niet in een sopje of de vaatwasser gaan en een verzadigd koolstoffilter bij recirculatie, waardoor de motor tegen weerstand in blijft draaienMotor, schakelaar en verlichting zijn te vervangen: onder de 8 jaar repareren. Filters zijn onderhoud en geen reparatie: koolstof elk half jaar tot jaar
KokenAirfryer3 tot 5 jaarDe korf in de vaatwasser, waardoor de antiaanbaklaag eraf gaat, en de uitblaas aan de achterkant tegen een wand of onder een keukenkastjeNiet repareren: de behuizing zit geklonken of geplakt en het arbeidsloon komt boven de prijs van een nieuwe uit
KokenWaterkoker3 tot 6 jaarKalk op het verwarmingselement bij hard water, en koken met minder water dan de onderste streep waardoor het element drooglooptNiet repareren. Ontkalken is het onderhoud: bij hard water ongeveer maandelijks, bij zacht water een paar keer per jaar
KokenKoffiemachine, volautomaat5 tot 10 jaarNiet ontkalken, de zetgroep nooit uitnemen en invetten, en melkleidingen die na het schuimen niet worden doorgespoeldZetgroep, pomp en aftapventiel zijn losse onderdelen en revisie bij een reparateur is gangbaar; onder de 6 jaar bijna altijd repareren
KokenKokendwaterkraan7 tot 10 jaarHard water zonder filter, waardoor het reservoir onder de gootsteen verkalkt, en een filterpatroon dat langer dan een jaar blijft zittenReservoir en kraan zijn losse onderdelen: bij een defect reservoir hoeft de kraan niet mee, en omgekeerd ook niet
KoelenKoelkast met vriesvak10 tot 15 jaarNaast de oven of in de zon staan, stof op de condensor aan de achterkant, en een deurrubber dat hard is geworden waardoor de compressor blijft doorlopenThermostaat, ventilator en deurrubber zijn te vervangen; een lek in het koudemiddelcircuit of een defecte compressor betekent vervangen
KoelenVrieskist of losse vriezer15 tot 20 jaarEen ijslaag dikker dan een halve centimeter, die merkbaar stroom kost, en een plek in een onverwarmde garage die kouder wordt dan zijn klimaatklasse (SN, N of T) toestaatThermostaat en deurrubber zijn losse onderdelen en de mechaniek is eenvoudig; bij een kist zit de winst vooral in ontdooien, niet in repareren
SchoonmakenVaatwasser8 tot 12 jaarGeen zout of een verkeerd ingestelde waterhardheid bij hard water, de zeef onderin nooit uithalen, en glasscherven of pitten die in de pomp komenPomp, aquastop en element zijn losse onderdelen; vuistregel: boven de 8 jaar en een reparatie boven een derde van de prijs van een nieuwe, dan vervangen
SchoonmakenStofzuiger met sleepslang8 tot 12 jaarDoorzuigen met een volle zak of een dichtgeslibd motorfilter, want de motor koelt op de lucht die erdoor gaat en loopt dan warmMotorkolen, snoerhaspel en slang zijn te vervangen; zolang de motor goed is, is repareren bijna altijd goedkoper dan een nieuwe
SchoonmakenSteelstofzuiger op accu4 tot 7 jaarDe accu bepaalt de leeftijd: na ongeveer 500 tot 1000 laadcycli merk je het. Continu in de lader hangen en zuigen tot hij uitvalt maakt dat snellerDe accu vervangen is de reparatie. Kun je de accu er niet uit halen zonder de behuizing te breken, dan is het apparaat ten einde
SchoonmakenRobotstofzuiger4 tot 6 jaarHaren om de zijborstel en de wielassen, een volle stofbak in het dokstation, en drempels waar hij zich elke ronde op stukdraaitAccu, borstels, wielen en filters zijn onderdelen: een nieuwe accu na 2 tot 4 jaar is bijna altijd goedkoper dan een nieuwe robot
Klimaat en waterLuchtreiniger8 tot 10 jaarEen hepa-filter dat te lang blijft zitten: de ventilator draait dan tegen weerstand in en er gaat minder lucht doorVentilator en sensoren zijn te vervangen, maar de kosten zitten in de filters: reken op een filterwissel elk half jaar tot jaar
Klimaat en waterVentilator, staand of plafondStaand 5 tot 10 jaar, plafond 15 tot 20 jaarStof op de bladen, want dat brengt ze uit balans en dat kost het lager; een staande ventilator die de winter buiten doorstaatEen staande ventilator repareer je niet; bij een plafondventilator zijn de motor en de aanloopcondensator wel te vervangen
Klimaat en waterAirco, vaste split10 tot 15 jaarFilters die niet elke paar maanden schoon worden gemaakt, een buitendeel in de volle zon of tegen een schutting, en koudemiddelverlies dat je laat lopenVentilator, print en sensoren zijn te repareren; aan het koudemiddel mag alleen een bedrijf met F-gassencertificaat werken, dat is wettelijk verplicht
Klimaat en waterWaterontharder10 tot 15 jaarHet zoutvat laten leeglopen, waardoor het harsbed niet meer regenereert, en ijzer of mangaan in het water dat het hars dichtzetHet harsbed en het regelventiel zijn los te vervangen, dus een storing is zelden het einde van het toestel; het hars zelf gaat 8 tot 12 jaar mee
Klimaat en waterMechanische ventilatiebox15 tot 20 jaarEen ventilatorwiel en kanalen die nooit worden schoongemaakt, en ventielen die dichtgedraaid blijven staan zodat de box tegen een dicht systeem aan draaitMotor en print zijn per merk los te krijgen; laat bij twijfel eerst meten, het Besluit bouwwerken leefomgeving vraagt voor een badkamer 14 dm³/s, ongeveer 50 m³ per uur
InstallatieCv-ketel, hr-combi15 tot 20 jaarWaterdruk die koud onder 1 bar zakt, jaren geen onderhoud, kalk op de tapwaterwisselaar, en steeds bijvullen: dat brengt zuurstof in het water en dat geeft roestOnder de 12 jaar repareren, onderdelen zijn gangbaar; boven de 15 jaar is een reparatie die richting een kwart van een nieuwe ketel gaat zelden de moeite
InstallatieBoiler, elektrisch10 tot 15 jaarKalk op het element, en een magnesiumanode die nooit is nagekeken: die beschermt de binnenketel en is na een paar jaar opgelostElement en anode vervangen is normaal onderhoud; een lekkende binnenketel is niet te repareren. Houd het water op minstens 60 graden tegen legionella
InstallatieZonnepanelen25 tot 30 jaarSchaduw van een dakkapel, schoorsteen of boom over één paneel, wat de hele string meetrekt, en over de panelen lopen: dat geeft microscheurtjes in de cellenEen paneel is per stuk te vervangen. Reken op ongeveer een half procent opbrengstverlies per jaar; dat is veroudering en geen defect
InstallatieOmvormer van de zonnepanelen10 tot 15 jaarEen warme, dichte meterkast of zon op de kast: de condensatoren binnenin gaan bij hoge temperatuur sneller achteruitBijna altijd vervangen in plaats van repareren, en per stuk. Ga ervan uit dat je er in de looptijd van de panelen één keer een nieuwe onder zet
InstallatieWarmtepomp, lucht-water15 tot 20 jaarPendelen: een pomp die te groot is voor de afgifte slaat kort aan en uit, en dat kost de compressor. Een buitendeel dat is ingebouwd krijgt zijn lucht niet wegVentilator, sensoren, expansieventiel en circulatiepomp zijn onderdelen; een defecte compressor betekent meestal een nieuw buitendeel, en aan het koudemiddel mag alleen een F-gassengecertificeerd bedrijf werken
InstallatieLed-lamp15.000 tot 50.000 brandurenEen inbouwspot in een dicht, geïsoleerd plafond waar de warmte niet weg kan, en een dimmer die niet voor led is bedoeld: de elektronica in de voet gaat kapot, niet de led zelfNiet repareren, wel gericht kopen: op de verpakking staan de branduren en het aantal schakelcycli. 25.000 uur is bij 3 uur per dag ruim 20 jaar
InterieurMatras, pocketvering8 tot 10 jaarVocht, want je verliest per nacht een derde tot een halve liter, en een bodem met latten verder dan 6 centimeter uit elkaar waardoor de vering plaatselijk doorzaktNiet te repareren. Een blijvende kuil is het signaal; een topper erop maskeert die maar haalt hem er niet uit
InterieurTopper3 tot 6 jaarAltijd dezelfde kant boven laten liggen, en polyether onder een zwaarder gewicht; koudschuim en latex houden hun veerkracht langerNiet te repareren, wel los te vervangen. Dat is ook de reden om er een op te leggen: je vernieuwt de bovenste laag zonder een nieuw matras
InterieurBank met polyether zitting7 tot 10 jaarAltijd op dezelfde plek zitten. Polyether zakt de eerste jaren wat in en daarna blijft de kuil; een zitting van SG 35 of hoger houdt zijn vorm langer dan SG 25De kussens zijn opnieuw te vullen met nieuw schuim en dat scheelt de halve bank; een doorgezakt frame van plaatmateriaal is het einde
InterieurBank met veren12 tot 20 jaarOp de armleuning of de voorrand zitten, waar geen vering onder zit, en nagels van huisdieren op de stof: de vering gaat langer mee dan de bekledingOpnieuw stofferen en veren vervangen is gangbaar bij een massief houten frame, en dan gaat hij nog een ronde mee
InterieurLaminaat10 tot 20 jaarWater in de naden, want de kern is hdf en die zwelt onherstelbaar op, en zand dat als schuurpapier werkt als er geen mat bij de voordeur ligtNiet te schuren. Een beschadigde plank is te vervangen door de klikvloer vanaf de wand open te leggen; koop op slijtageklasse, AC4 voor een gang
InterieurPvc, klik of verlijmd15 tot 25 jaarEen toplaag van 0,3 mm in een gang waar 0,55 mm hoort, zware meubels zonder viltjes, en een ondervloer die niet vlak isEen verlijmde plank is er per stuk uit te halen; bij klik moet je openleggen tot die plank. Houd daarom een paar planken over
InterieurGietvloer20 tot 30 jaarScheuren in de ondervloer, die door de gietvloer heen doortrekken, en te veel restvocht in de zandcement of anhydriet op het moment van gietenDe toplaag is opnieuw aan te brengen, als vuistregel elke 10 jaar; een scheur is te vullen maar blijft meestal zichtbaar
InterieurHouten vloer, massief of meerlaags40 jaar of langerTe droge lucht in de winter: hout wil 45 tot 60 procent luchtvochtigheid en krimpt daaronder tot naden. Water en hondennagels doen de restSchuren en opnieuw afwerken is de reparatie. Massief kan dat vaak vijf keer of meer, een meerlaagse vloer met een toplaag van 3 tot 4 mm twee tot drie keer
InterieurBehang10 tot 15 jaarZon die op één wand de kleur eruit trekt, vocht in keuken en badkamer, en een wand die niet is voorgestreken: bij het strippen komt het gips meeNiet te repareren. Een hele baan vervangen kan als je een rol met hetzelfde batchnummer hebt overgehouden, anders zie je kleurverschil
InterieurBinnenmuurverf5 tot 10 jaarMatte verf schoonmaken, want die is niet schrobvast; condens in de badkamer; en niet ontvetten of schuren voor het verven, waardoor de laag niet paktBijwerken kan, maar bij mat blijven de aanzetten zichtbaar: rol een wand in één keer nat in nat, van boven naar beneden
InterieurKitrand in de douche2 tot 5 jaarZeepresten waarin schimmel groeit, schoonmaakmiddel met chloor, en niet ventileren na het douchen; de schimmeldoder in de kit wast er in de loop van jaren uitNiet te repareren: snij hem eruit, maak de naad vetvrij en droog, en zet nieuwe sanitairkit op siliconenbasis. Acrylaatkit hoort niet in een natte ruimte

Dit zijn bandbreedtes en geen garantietermijnen. Wat een apparaat of onderdeel bij jou haalt, hangt vooral af van hoe vaak en hoe zwaar je hem gebruikt, van de waterhardheid en van het onderhoud dat je doet; het merk maakt daarbij minder uit dan het gebruik.

Veelgestelde vragen

Heb ik een laadpaal nodig of kan ik laden via een gewoon stopcontact?

Laden via een geaard stopcontact kan met een mobiele laadkabel op 8 tot 10 A, en dat is 1,8 tot 2,3 kW of ongeveer 10 tot 12 km per uur. Rijd je tot ongeveer 20 km per dag, of wacht je nog op de installatie, dan volstaat dat.

Voor meer kilometers is een vaste paal de betere keuze. Die laadt op 3,7 kW al bijna twee keer zo snel, heeft een eigen groep en beveiliging, en belast geen contactdoos die daar niet voor gemaakt is.

Welke laadpaal is de beste voor thuis?

De paal die past bij wat je hoofdzekering overlaat, wat de boordlader van je auto aankan en hoeveel kilometer je rijdt. Voor de meeste huishoudens is dat een paal op 3,7 kW, met meeregelen op een aansluiting van 1x25 A, of een paal op 11 kW als er drie fasen zijn en de auto dat aan boord kan.

Daarna kies je op wat in jouw situatie een harde eis is: gelijkstroomdetectie in de paal, OCPP of een MID-meter als een werkgever meekijkt, en fase-omschakeling voor zonnestroom. Hoe de paal zich verhoudt tot de rest van je installaties, zie je in het overzicht van energie en apparaten in huis.

Hoe lang duurt het om een elektrische auto thuis op te laden?

Reken met de kilometers die je die dag hebt gereden en niet met een lege accu. 50 km kost in de zomer ruim 10 kWh van de meter en in de winter ongeveer 13 kWh, en dat staat op een paal van 3,7 kW in drie tot vier uur weer in de accu.

Wil je het voor je eigen auto en aansluiting weten, reken het dan uit met de laadpaalkiezer voor laadtijd en laadvermogen thuis, die de wintertijd apart laat zien.

Hoe zie ik of ik één of drie fasen heb?

Kijk op je jaarnota of in de overeenkomst met je netbeheerder: 1x35A betekent één fase, 3x25A drie. Op de meter zelf staat bij drie fasen 3x230/400 V op het typeplaatje, en een slimme meter laat dan aparte waarden zien voor L1, L2 en L3.

Twijfel je nog, vraag het dan na bij je netbeheerder of laat de installateur het bij de opname controleren. Het zegel op de hoofdzekering hoef je daarvoor nooit te verbreken.

Moet ik mijn aansluiting laten verzwaren voor een laadpaal?

Meestal niet. Op 1x35 A laad je op 3,7 kW ruim genoeg voor een gewone dag rijden, en een paal die meeregelt, haalt er op rustige momenten zelfs 7,4 kW uit. Verzwaren kost eenmalig geld, verhoogt je vaste netbeheerkosten per jaar en duurt in gebieden met netcongestie maanden.

Het wordt pas logisch als je naast de auto een warmtepomp, een inductiekookplaat en misschien een tweede auto op dezelfde aansluiting wilt, en de som per fase ook met meeregelen niet meer uitkomt.

Mag ik een laadpaal zelf installeren?

De paal aan de muur schroeven is het kleinste deel van het werk. De eigen eindgroep, de aardlekbeveiliging die gelijkstroomfouten ziet, de leiding en de stroomtangen om de hoofdkabels zitten achter de hoofdzekering, en dat werk laat je aan een erkend installateur, die ook de laadstroom op je aansluiting instelt.

Fabrikanten stellen een installatie door een installateur vaak als voorwaarde voor hun garantie. Wat je zelf wel kunt doen, is de route meten, de meterkast fotograferen en met de installateur afspreken of jij de sleuf graaft.

Heb ik een vergunning nodig voor een laadpaal op eigen terrein?

Voor een laadpunt aan de gevel op eigen terrein in de regel niet. Bij een rijks- of gemeentelijk monument, in een beschermd stadsgezicht of voor een vrijstaande paal in de voortuin kan het anders liggen, omdat het dan gaat om wat je vanaf de straat ziet.

Kijk het na via het Omgevingsloket of vraag het bij je gemeente voordat de installateur boort. In een huurwoning of een appartement heb je daarbij toestemming nodig van de verhuurder of de VvE, los van wat de gemeente zegt.

Mag ik een laadkabel over de stoep naar mijn auto leggen?

In de meeste gemeenten niet. Een kabel over het trottoir is een struikelrand voor voetgangers, en wie hem neerlegt, is aansprakelijk als er iets gebeurt. Een paar gemeenten proberen een goot in de stoep uit waar de kabel in verdwijnt, dus vraag het na bij je eigen gemeente.

Heb je geen eigen parkeerplek, dan is een openbare laadpaal in de buurt de gebruikelijke route. Veel gemeenten plaatsen die op aanvraag als je een elektrische auto hebt, of volgens een eigen plan per wijk.

Kan ik een laadpaal krijgen in een appartementengebouw?

Dat kan, maar niet buiten de VvE om. Een paal in een gezamenlijke garage of op een parkeerterrein raakt de gemeenschappelijke delen en vaak de aansluiting van het gebouw, dus de splitsingsakte en de vergadering van eigenaars bepalen wat er mag.

In veel gebouwen wordt de beschikbare stroom via één beheersysteem over alle palen verdeeld. Een losse paal met een eigen app past daar zelden in, dus vraag eerst welk systeem er is of komt en of de paal OCPP moet spreken.

Kan een laadpaal in de garage aan of onder het huis?

Ja, en voor de paal is een garage een gunstige plek: droog, uit de zon en uit het zicht. Let op de route van de leiding vanaf de meterkast, op een stuk wand dat vrij blijft van kasten waar de klep uitkomt, en op een kabel die niet onder de garagedeur door hoeft.

Laad je in een garage onder een appartementengebouw, dan gelden daarbij de afspraken van de VvE en soms eisen van de verzekeraar of de gemeente voor het hele gebouw. Vraag die na voordat je een paal kiest.

Wat kost laden thuis per 100 kilometer?

Reken met ongeveer 21 kWh van je meter per 100 km in de zomer en 27 kWh in de winter. Dat is 18 tot 20 kWh in de accu plus ongeveer tien procent laadverlies, en in de winter nog 25 tot 30 procent extra; vermenigvuldig het met je kWh-tarief inclusief belastingen, dan heb je de kosten.

Laad je in het dal, op een goedkoop uur van een dynamisch contract of op eigen zonnestroom, dan zakt het tarief dat je invult. Bij een openbare paal of een snellader betaal je per kWh meestal meer.

Heeft een laadpaal met zonnepanelen nog zin nu salderen stopt?

Eerder meer dan minder, mits de auto overdag thuis staat. Na het einde van salderen op 1 januari 2027 levert stroom die je teruglevert minder op dan stroom die je zelf gebruikt, dus elke kWh die in de auto gaat in plaats van het net op, telt mee.

De paal moet dan de meter uitlezen en van drie fasen naar één kunnen terugschakelen, want onder 6 A per fase stopt het laden. Op één fase heb je ongeveer 1,4 kW overschot nodig, op drie fasen ongeveer 4,1 kW. In de winter leveren de panelen weinig en laad je grotendeels van het net.

Kan ik met mijn auto stroom terugleveren aan het huis?

Dat heet bidirectioneel laden, en het vraagt een auto en een paal die het allebei kunnen, plus afspraken met je energieleverancier en netbeheerder. Voor thuis is dat nog een uitzondering, en een gewone laadpaal kan het niet.

Wil je die mogelijkheid openhouden, vraag dan bij de aanschaf van auto en paal na of ze in twee richtingen kunnen laden en via welk protocol, bijvoorbeeld ISO 15118-20. Zonder die ondersteuning aan beide kanten blijft het bij laden in één richting.

Is laden in de regen veilig?

Ja, met een paal die voor buiten geschikt is, van minstens IP54. Een Type 2-stekker komt pas onder spanning als auto en paal via een signaalcontact in de stekker hebben afgesproken dat er geladen mag worden, en de stekker zit dan vergrendeld tot de sessie is gestopt.

Aandacht vraagt een beschadigde kabel of stekker: laad daar niet mee, ook niet bij droog weer. Een aardlekschakelaar die na regen afvalt, laat je nakijken in plaats van hem steeds opnieuw in te schakelen.

Moet de auto elke nacht vol geladen worden?

Nee. Je laadt bij wat je gereden hebt, en veel auto's hebben een laadlimiet die je voor dagelijks gebruik lager dan 100 procent zet. Welke grens de fabrikant voor jouw accu aanraadt, staat in het instructieboekje, want dat verschilt per soort accu.

Voor de paal maakt het niets uit: die levert wat de auto vraagt en stopt als de auto aangeeft dat hij klaar is. Een lagere limiet verkort alleen de laadtijd per nacht.

Kan ik twee auto's op één aansluiting laden?

Dat kan met twee laadpunten die samen één plafond delen, in één paal met twee aansluitingen of in twee palen die onderling verdelen. De som blijft die van je hoofdzekering: twee palen op 3x16 A vragen 32 A per fase, en op 3x35 A blijft er dan 3 A per fase over voor het huis.

Zonder onderlinge verdeling moet je elke paal zo laag instellen dat ze samen passen, en dan laadt ook één auto alleen langzamer dan nodig. Met verdeling krijgt één auto het volle vermogen en delen twee auto's het pas als ze tegelijk aan de stekker hangen.

Wat is het verschil tussen een laadpaal en een wallbox?

Technisch geen. Een wallbox is een laadpaal die aan de muur hangt in plaats van op een voet te staan, met dezelfde Type 2-aansluiting, dezelfde vermogens en dezelfde eisen aan groep en aardlekbeveiliging. In winkels en offertes lopen de woorden door elkaar.

De keuze tussen muur en voet hangt af van de plek. Aan de gevel loopt de leiding binnendoor, en een paal op een voet kan tussen twee parkeerplaatsen staan maar vraagt een sleuf door de tuin of de oprit en een fundering.