Laadpaal thuis: kiezen, plaatsen en laden
Een laadpaal thuis kies je in deze volgorde: eerst wat je hoofdzekering en de boordlader van je auto toelaten, dan de plek aan de gevel met de kortste leiding die nog bij de laadklep komt, en pas daarna de slimme functies. Rijd je tot ongeveer 60 km per dag, dan is een paal van 3,7 kW op één fase genoeg, want in een nacht van 10 uur gaat er ruim 30 kWh in. Een eigen eindgroep met een aardlekbeveiliging die gelijkstroomfouten ziet hoort er altijd bij, en op een aansluiting van 1x25 A of 1x35 A ook een paal die met het huis meeregelt. Zonder eigen oprit is een openbare laadpaal via de gemeente de gebruikelijke route, want een kabel over de stoep wordt meestal niet toegestaan.
Alle gidsen over laadpaal thuis
Consumentenbond laadpaal
Een test van laadpalen, zoals je die bij de Consumentenbond zoekt, is sterk in wat per paal verschilt: bediening, app,…
Welke situatie je hebt en waar het antwoord begint
Een laadpaal thuis is voor de helft een elektravraag en voor de andere helft een vraag over je parkeerplek. Wie een eigen oprit heeft, kiest een paal en een plek aan de gevel. Wie in de straat parkeert, in een appartement woont of huurt, loopt eerst tegen toestemming aan, en daar helpt geen enkele paal bij.
In de meterkast komt de paal naast alles wat daar al hangt, van een inductiekookplaat tot een warmtepomp, en hoe die samen op je aansluiting drukken staat bij apparaten en energie in huis. Welke paal het wordt, beslis je pas als je eigen situatie helder is.
Zoek die situatie op in de tabel. De tweede kolom zegt wat er kan, de derde welke vraag je als eerste beantwoordt, en de vierde waar het in die situatie het vaakst op vastloopt.
Twee rijen vragen een toelichting. Parkeer je op de openbare weg, dan mag een laadkabel in de meeste gemeenten niet over de stoep, omdat hij een struikelrand is waarvoor jij aansprakelijk bent.
Een paar gemeenten proberen een goot in de stoep uit, dus vraag het na. Veel gemeenten plaatsen op aanvraag of volgens een eigen wijkplan een openbare laadpaal in de buurt als je een elektrische auto hebt en geen eigen parkeerplek.
Op eigen terrein heb je voor een laadpunt aan de gevel in de regel geen vergunning nodig. Bij een monument, in een beschermd stadsgezicht of voor een vrijstaande paal in de voortuin kijk je dat na bij je gemeente, want daar gaat het om wat je vanaf de straat ziet.
| Jouw situatie | Wat er kan | De eerste vraag | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Eengezinswoning met eigen oprit of carport | Een vaste paal aan de gevel, of op een voet naast de oprit | Wat laat je hoofdzekering over, en aan welke kant zit de laadklep | Een lange leiding of een sleuf door de voortuin, waar ook de huisaansluiting ligt |
| Garage aan of onder het huis | Een paal aan de garagewand, droog en uit de zon | Hoe komt de leiding van de meterkast in de garage | Een wand die al vol staat met kasten of een werkbank, precies waar de klep uitkomt |
| Parkeren in de straat voor de deur | Laden bij een openbare laadpaal; een kabel over de stoep wordt meestal niet toegestaan | Welke voorwaarden je gemeente stelt aan een aanvraag | Een openbare paal is niet voor jou gereserveerd, dus je laadt als er plek is |
| Appartement met een plek in een gezamenlijke garage | Een paal via de VvE, vaak aan één beheersysteem voor het hele gebouw | Wat de splitsingsakte zegt en wat de vergadering van eigenaars besluit | De aansluiting van het gebouw wordt over alle palen verdeeld, dus een losse paal met eigen app past er zelden in |
| Huurwoning met eigen oprit | Een vaste paal, met schriftelijke toestemming van de verhuurder | Wat er met paal en groep gebeurt als je verhuist | Geen afspraak over weghalen en het herstel van de gevel |
| Monument of beschermd stadsgezicht | Een paal uit het zicht, aan de zijgevel of in de garage | Is er voor een paal aan de voorgevel een vergunning nodig | Het aanzicht vanaf de straat, waarover de gemeente beslist |
| Nog geen elektrische auto, wel plannen | Een lege buis of een voorbereide leiding meeleggen bij een verbouwing of nieuwe bestrating | Waar komt de paal later en hoe loopt de leiding daarheen | Twee keer graven en twee keer bestraten, omdat de buis de eerste keer ontbrak |
Hoeveel laadvermogen je echt nodig hebt
De vraag is niet hoe snel een accu van leeg naar vol gaat, want dat doe je thuis bijna nooit. De vraag is of wat je die dag gereden hebt er in de uren aan de stekker weer in past. Dat reken je uit met je kilometers, het verbruik van de auto en het vermogen waarmee je laadt.
Reken met 18 tot 20 kWh per 100 km in de accu en tel er ongeveer tien procent bij voor verlies in de omvormer van de auto en in de kabel. In de winter komt daar nog 25 tot 30 procent bij, omdat een koude accu minder efficiënt laadt en de kachel meedraait. Bij 50 km per dag staat er dan in de zomer ruim 10 kWh op je meter en in januari ongeveer 13 kWh.
De laadtijd is die kilowattuur gedeeld door het laadvermogen. De tabel rekent dat voor een winterdag uit, want wie in januari uitkomt, komt het hele jaar uit; staat de auto 's nachts 10 tot 12 uur thuis, dan zie je meteen tot waar de lichtste paal volstaat.
Lees de tabel met de laagste van twee grenzen in je achterhoofd. Een paal van 11 kW laadt alleen op 11 kW als je drie fasen hebt en de auto die 11 kW aan boord aankan.
Laadt de boordlader op één fase, dan haalt dezelfde auto aan dezelfde paal 3,7 kW. Wil je zien welke van de twee bij jou de grens is, vul dan je aansluiting, je auto en je kilometers in bij de rekenhulp die je meterkast en je boordlader naast elkaar legt.
Het stopcontact staat in de tabel omdat het voor weinig kilometers echt een optie is. Het verlies ligt daar wel hoger dan tien procent, omdat de elektronica van de auto uren langer aan staat.
| Kilometers per dag | Van de meter in zomer en winter | Winter aan het stopcontact, 2,3 kW | Winter op 3,7 kW | Winter op 7,4 kW | Winter op 11 kW |
|---|---|---|---|---|---|
| 20 km | 4,2 en 5,4 kWh | 2,3 uur | 1,4 uur | 0,7 uur | 0,5 uur |
| 40 km | 8,4 en 10,7 kWh | 4,7 uur | 2,9 uur | 1,4 uur | 1,0 uur |
| 60 km | 12,5 en 16,1 kWh | 7,0 uur | 4,3 uur | 2,2 uur | 1,5 uur |
| 80 km | 16,7 en 21,4 kWh | 9,3 uur | 5,8 uur | 2,9 uur | 1,9 uur |
| 100 km | 20,9 en 26,8 kWh | 11,6 uur, krap in één nacht | 7,2 uur | 3,6 uur | 2,4 uur |
| 150 km | 31,4 en 40,1 kWh | 17,4 uur, past niet in een nacht | 10,8 uur | 5,4 uur | 3,6 uur |
| 200 km | 41,8 en 53,5 kWh | 23,3 uur | 14,5 uur, past niet in een nacht | 7,2 uur | 4,9 uur |
Wat je meterkast vertelt voordat er een installateur komt
De meterkast bepaalt het plafond, en het meeste lees je zelf af voordat je een offerte aanvraagt. De aansluitwaarde staat op de jaarnota of in de overeenkomst met je netbeheerder als 1x25A, 1x35A of 3x25A: het eerste getal is het aantal fasen, het tweede de waarde van de hoofdzekering.
Vermenigvuldig die twee met 230 volt en je hebt het vermogen voor huis en auto samen. Op 1x35 A is dat 8,05 kW en op 3x25 A 17,25 kW, en wie daar langer boven zit, laat de hoofdzekering doorslaan. Die zekering zit achter het zegel van de netbeheerder, dus vervangen of verzwaren gaat altijd via hen.
Het aantal fasen zie je ook aan de meter zelf. Op het typeplaatje van een driefasenmeter staat 3x230/400 V, en een slimme meter met drie fasen toont op zijn display aparte waarden voor L1, L2 en L3.
Kijk daarna of de slimme meter een P1-poort heeft, een klein aansluitpunt achter een klepje of onder een sticker. Via die poort leest een paal het verbruik van het huis uit om mee te regelen: een meter volgens DSMR 5 geeft elke seconde een nieuwe waarde, een oudere volgens DSMR 4 elke tien seconden.
De groepenkast vertelt de installateur of er ruimte is. Een laadpaal krijgt een eigen eindgroep met een eigen aardlekbeveiliging, en in een volle kast is daar geen plek voor. Wat je zelf in en rond de kast mag doen en waar de grens ligt, staat bij het werk aan de elektra in huis.
| Wat je ziet | Wat het betekent | Wat het voor de paal betekent |
|---|---|---|
| 1x25A op de jaarnota | Eén fase, 5,75 kW voor huis en auto samen | Laden op 16 A laat 9 A over voor het huis, dus meeregelen is hier geen luxe |
| 1x35A op de jaarnota | Eén fase, 8,05 kW | 16 A laden gaat zonder meer; 32 A alleen met een paal die meeregelt |
| 1x40A op de jaarnota | Eén fase, 9,2 kW | 32 A laden laat 8 A over: genoeg voor licht en koelkast, te weinig om erbij te koken |
| 3x25A op de jaarnota | Drie fasen, 17,25 kW | 11 kW laden laat 9 A per fase over, mits de zware groepen over de fasen verdeeld zijn |
| 3x230/400 V op het typeplaatje, of L1, L2 en L3 op het display | Drie fasen in huis | 11 kW kan, maar alleen als de auto ook op drie fasen laadt |
| Een P1-poort op de slimme meter | De meter geeft het verbruik digitaal door | Meeregelen kan via een kabel of een kastje op die poort, zonder ingreep achter de hoofdzekering |
| Een meter zonder P1-poort, met een draaischijf of een telwerk | Geen digitale uitlezing | Meeregelen via stroomtangen om de hoofdkabels, of eerst een slimme meter aanvragen bij de netbeheerder |
| Geen vrije plek in de groepenkast | Geen ruimte voor een extra eindgroep met aardlekbeveiliging | Uitbreiden of vervangen, en dat staat als aparte post op de offerte |
| Schroefzekeringen in plaats van automaten | Een oudere installatie | De installateur beoordeelt de kast eerst en kan vervanging adviseren voordat er een laadgroep bij komt |
Welke manier van laden bij je past
Thuis komen in de praktijk drie vermogens voor, 3,7, 7,4 en 11 kW, met 22 kW als uitzondering. Daaronder zit de mobiele kabel in een stopcontact, en daarbuiten de openbare paal en de snellader. Welke van die zeven bij jou past, volgt uit je kilometers en uit de aansluitwaarde in je meterkast.
Een vaste paal aan de muur, in winkels vaak wallbox genoemd, is technisch hetzelfde als een paal op een voet naast de oprit. Het verschil zit in de plek: een paal op een voet kan tussen twee parkeerplaatsen staan maar vraagt een sleuf en een fundering, terwijl een muurmodel op de gevel hangt waar de leiding binnendoor kan komen.
Zwaarder dan de vorm wegen drie eigenschappen die je bij elk vermogen apart kiest. Meeregelen met het huis heb je nodig op een krappe aansluiting, een MID-gecertificeerde kilowattuurmeter als een werkgever of leasemaatschappij de stroom vergoedt, en omschakelen van drie fasen naar één als je op zonne-overschot wilt laden.
Bij de mobiele kabel is het stopcontact de beperking en niet de kabel. Een gewone wandcontactdoos is niet gemaakt om uren achter elkaar op 10 A te staan, en de zwakke plek is de klem erachter: zit die een fractie los, dan wordt hij warm en verkleurt de contactdoos. Laat het stopcontact daarom nakijken, gebruik nooit een verlengsnoer of haspel en voel na een half uur aan de stekker.

Wie geen eigen plek heeft, laadt bij een openbare paal. Die levert meestal 11 kW per laadpunt, maar ook daar bepaalt de boordlader het maximum, en je betaalt per kWh via een laadpas, in de regel meer dan thuis. Een snellader langs de weg levert gelijkstroom rechtstreeks aan de accu en is bedoeld voor lange ritten, niet voor elke dag.
| Manier van laden | Vermogen en kilometers per uur | Past bij | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Mobiele kabel in een geaard stopcontact | 8 tot 10 A, 1,8 tot 2,3 kW, 10 tot 12 km per uur | Tot ongeveer 20 km per dag, of als overbrugging tot de vaste paal hangt | De contactdoos wordt warm bij een losse klem; nooit via een verlengsnoer of haspel |
| Vaste paal, 1 fase 16 A | 3,7 kW, ongeveer 20 km per uur | Tot ongeveer 60 km per dag met een auto die 's nachts thuis staat | Zelden iets: het is de lichtste installatie, en een auto met 3,7 kW aan boord haalt nergens meer |
| Vaste paal, 1 fase 32 A | 7,4 kW, ongeveer 40 km per uur | Vanaf ongeveer 100 km per dag, of een auto die maar een paar uur thuis is | Op 1x35 A blijft er 3 A over voor het huis, dus alleen met meeregelen |
| Vaste paal, 3 fasen 16 A | 11 kW, ongeveer 55 km per uur | Drie fasen in de meterkast en een auto met 11 kW aan boord | Een auto die op één fase laadt, haalt hier 3,7 kW |
| Vaste paal, 3 fasen 32 A | 22 kW, ongeveer 115 km per uur | Minstens 3x35 A en een auto die 22 kW aan boord aankan, en dat is zeldzaam | Op 3x35 A blijft er 3 A per fase over; meestal betaal je voor vermogen dat je niet gebruikt |
| Openbare laadpaal in de straat | Meestal 11 kW per laadpunt, begrensd door de auto | Geen eigen parkeerplek | Geen vaste plek voor jou, en een hoger tarief per kWh via een laadpas |
| Snellader langs de weg | Gelijkstroom van 50 kW tot enkele honderden kW, begrensd door de auto | Lange ritten | De duurste kilowattuur, en boven ongeveer 80 procent laadt de accu flink langzamer |
Waar de paal aan de gevel komt
De plek van de paal is een afweging tussen twee lengtes: de leiding van de meterkast naar de paal, die de installateur één keer legt, en de laadkabel van de paal naar de klep, die jij elke dag uitrolt. Een korte leiding is goedkoper, maar een paal die daardoor aan de verkeerde kant van de auto hangt, maakt van elke laadbeurt een omweg.
Begin daarom bij de laadklep. Zit die links, rechts of in de neus, en parkeer je vooruit of achteruit de oprit op? Hoe je de lengte van een vaste kabel in beide parkeerrichtingen afmeet, staat uitgewerkt bij het vergelijken van laadpalen op hun specificaties.

Daarna volgt de leiding. Tot ongeveer 20 m houdt een installateur 2,5 mm² aan bij 16 A laden en 6 mm² bij 32 A, en daarboven rekent hij de spanningsval na en gaat de kerndoorsnede vaak een stap omhoog. Loopt de leiding door de kruipruimte, dan is er een luik nodig waar iemand door kan en een doorvoer door de gevel die naar buiten afloopt, zodat regenwater niet langs de kabel naar binnen loopt.
Voor de hoogte volg je de installatiehandleiding van de paal. Gangbaar is het aansluitpunt rond 100 tot 120 cm boven de grond: hoog genoeg om niet te bukken en uit het opspattende water, laag genoeg dat een vaste kabel niet strak omhoog hangt. Een kabelhouder ernaast houdt de kabel van de grond, zodat je er niet overheen rijdt.
Let ook op zon en wifi. Een paal op een zuid- of westgevel in de volle middagzon wordt warm, en veel palen regelen dan hun laadstroom terug. Een paal die via wifi aan je router hangt, krijgt door een bakstenen buitenmuur vaak een zwak signaal; meet dat met je telefoon op de plek zelf, of trek een netwerkkabel mee in de buis.
Hangt de paal in een garage, dan telt vooral wat er al aan de wand staat. Hoe je die ruimte rond een auto met kasten en een werkbank indeelt, staat bij de indeling van een garage waar de auto nog in moet.
Een leiding door de tuin of onder de oprit
Hangt de paal niet aan het huis maar aan een carport, aan een schuur of op een voet naast de oprit, dan gaat de leiding de grond in. Daarvoor gebruikt de installateur een grondkabel met een scherm, zoals YMvKas, en onder een oprit trekt hij die door een buis, zodat de kabel later te vervangen is zonder de bestrating er opnieuw uit te halen.
Gangbaar is een diepte van ongeveer 60 cm, onder de laag waarin je nog spit of een paaltje slaat. Een waarschuwingslint zo'n 20 cm boven de buis vertelt wie later graaft dat er iets onder ligt. De buis loopt in ruime bochten, want door een haakse bocht trek je een kabel van 6 mm² niet meer door.
Voordat de schop erin gaat, moet je weten wat er al ligt. De huisaansluiting voor stroom, gas en water loopt meestal vanaf de straat door de voortuin naar de meterkast, precies waar een sleuf naar de oprit ook langs moet. Graaf je met een machine, dan is een KLIC-melding bij het Kadaster verplicht; met de hand is hij niet verplicht, maar hij laat wel zien waar de kabels en leidingen van de netbeheerders ongeveer liggen.
Aan de gevel komt de buis boven de grond en loopt hij met een bocht omhoog naar de paal. Laat de kabel daar een lus naar beneden maken voordat hij de paal in gaat, dan druipt water dat langs de kabel loopt eraf in plaats van de aansluitruimte in.
Meeregelen met wat er in huis aan staat
Een paal met dynamisch load balancing meet wat het huis op dat moment trekt en zet zijn laadstroom zo laag dat huis en auto samen onder de hoofdzekering blijven. Op 1x25 A en 1x35 A heb je dat vrijwel altijd nodig, op 3x25 A hangt het af van hoe de zware groepen over de fasen verdeeld zijn.
Het mechanisme is een aftreksom per fase. De paal neemt de waarde van de hoofdzekering, trekt het gemeten verbruik van het huis en een kleine veiligheidsmarge eraf, en geeft de rest aan de auto. Zakt die rest onder 6 A, de ondergrens van het laadprotocol, dan pauzeert de sessie en start hij weer zodra er ruimte is.
De tabel rekent dat door voor een paal die op 32 A is ingesteld aan een aansluiting van 1x35 A, zonder die marge. De vermogens zijn gangbare waarden bij vol vermogen; wat jouw apparaten trekken, staat op hun typeplaatje, en wat elk apparaat in een huishouden vraagt bij de huishoudelijke apparaten en hun aansluiting.
Een warmtepomp verandert de som op de koudste avonden. Hij draait dan op dezelfde uren dat de auto laadt, en een elektrisch bijverwarmingselement kan er nog 3 kW of meer bovenop zetten. Wie van het gas af gaat, rekent die avond mee voordat de paal wordt ingesteld, en hoe een warmtepomp bij je huis past staat bij het kiezen van een systeem voor huisverwarming.
Op drie fasen moet de paal per fase meten. Een inductiekookplaat hangt vaak op twee fasen en de wasdroger op de derde, dus één fase kan vol zitten terwijl het totaal nog ruimte laat. Een paal die alleen het totaal ziet, laadt dan door op precies de fase die de hoofdzekering overbelast.
| Wat er in huis aan staat | Vermogen | Stroom op de fase | Wat de paal dan nog mag | Laadvermogen |
|---|---|---|---|---|
| Alleen de basislast: koelkast, modem, licht, stand-by | ongeveer 0,4 kW | ongeveer 2 A | 32 A, want daarop is hij ingesteld | 7,4 kW |
| Basislast en een waterkoker | ongeveer 2,6 kW | ongeveer 12 A | 23 A | 5,3 kW |
| Basislast en de warmtepomp op 2 kW | ongeveer 2,4 kW | ongeveer 11 A | 24 A | 5,5 kW |
| Basislast en de oven op 3 kW | ongeveer 3,4 kW | ongeveer 15 A | 20 A | 4,6 kW |
| Basislast, warmtepomp op 2 kW en bijverwarming van 3 kW | ongeveer 5,4 kW | ongeveer 23 A | 12 A | 2,8 kW |
| Basislast, waterkoker en oven tegelijk | ongeveer 5,6 kW | ongeveer 24 A | 11 A | 2,5 kW |
| Basislast, inductie op 5 kW en een vaatwasser die water verwarmt | ongeveer 7,4 kW | ongeveer 32 A | 3 A, onder de ondergrens, dus de sessie pauzeert | 0 kW |
Wat er op de offerte van de installateur hoort te staan
Twee offertes voor een laadpaal zijn pas te vergelijken als ze hetzelfde werk beschrijven. Het verschil zit zelden in de paal en bijna altijd in wat eromheen gebeurt: de groep, de aardlekbeveiliging, de leiding, de route en het meeregelen.
NEN 1010 vraagt voor een laadpunt een eigen eindgroep met een aardlekbeveiliging die ook gelijkstroomfouten ziet. De elektronica in de auto kan een gelijkstroomlek veroorzaken, en een lek van meer dan 6 mA kan de kern van een gewone aardlekschakelaar verzadigen, waarna die ook een gewone fout niet meer afschakelt. Daarom komt er een type B in de kast, of een type A samen met detectie van 6 mA gelijkstroom die in de paal zit of in een schakelaar met de aanduiding A-EV.
Welke van de twee het wordt, hangt af van de paal, en dat scheelt in prijs. Een paal zonder eigen gelijkstroomdetectie vraagt een duurdere aardlekschakelaar, en dat kan het prijsverschil tussen twee palen omdraaien.
Vraag ook wat er bij de oplevering gebeurt. Laat de ingestelde maximale laadstroom zien, druk op de testknop van de aardlekschakelaar van de laadgroep, en zet de oven en de waterkoker aan terwijl de auto laadt om te zien of de laadstroom binnen een halve minuut zakt.
| Wat er op de offerte staat | Waarom het ertoe doet | Wat er misgaat als het ontbreekt |
|---|---|---|
| De maximale laadstroom waarop de paal wordt ingesteld | Huis en paal moeten samen onder de hoofdzekering blijven | Je weet niet of de paal op 16 of 32 A staat tot de zekering doorslaat |
| Een eigen eindgroep, meestal een 20 A automaat bij 16 A laden en 40 A bij 32 A | Een laadpaal hangt nooit aan een bestaande groep | Een groep die ook de wasmachine voedt, raakt overbelast |
| Het type aardlekbeveiliging: type B, of type A met 6 mA gelijkstroomdetectie | Een gelijkstroomlek uit de auto kan een gewone aardlekschakelaar blind maken | Een aardlekschakelaar die bij een echte fout niet afschakelt |
| Kabeltype, kerndoorsnede en lengte | Tot ongeveer 20 m 2,5 mm² bij 16 A en 6 mm² bij 32 A; daarboven narekenen | Een te dunne leiding wordt warm en kost laadvermogen aan het eind |
| De route en de doorvoeren: kruipruimte, gevel, buis en sleuf | Dat bepaalt de uren, en wie de bestrating terugzet | Meerwerk achteraf, of een kabel die los langs de gevel hangt |
| Hoe het meeregelen wordt aangesloten: P1-poort of stroomtangen | Stroomtangen zitten achter de hoofdzekering, een P1-aansluiting niet | Een paal met meeregelfunctie die niets meet en dus op het maximum laadt |
| De terugvalstand als de meting wegvalt | Een haperende verbinding mag niet leiden tot laden op vol vermogen | Bij een losgeraakte P1-kabel laadt de paal door alsof het huis niets gebruikt |
| De instellingen bij oplevering: laden zonder app, vergrendeling, laadtimer | Een paal die alleen via een app start, staat stil als de verbinding wegvalt | Een auto die 's ochtends leeg is omdat de app 's nachts geen verbinding had |
Laden op zonnestroom, in het daltarief of op een dynamisch contract
Het tijdstip waarop je laadt, bepaalt wat een kilometer kost. Reken per 100 km op ongeveer 21 kWh van je meter in de zomer en 27 kWh in de winter, en vermenigvuldig dat met het kWh-tarief op je jaarnota, inclusief belastingen.
Bij een contract met dubbel tarief begint het dal afhankelijk van je regio om 21.00 of 23.00 uur en loopt het tot 07.00 uur, en in het weekend is het meestal de hele dag dal. Op 3,7 kW gaat er in die 8 tot 10 uur 30 tot 37 kWh in, meer dan een gewone dag rijden. De laadtimer in de auto is daarvoor genoeg, en een tweede timer in de paal maakt het alleen ingewikkelder.
Met zonnepanelen verschuift de goedkoopste kilowattuur naar het midden van de dag, en dat weegt zwaarder nu salderen op 1 januari 2027 stopt en leveranciers terugleverkosten rekenen. Om die stroom in de auto te krijgen, moet de auto overdag thuis staan, en dat is vooral zo als je thuiswerkt. Wat een vaste werkplek in huis verder vraagt, staat bij een kamer inrichten als kantoor thuis.
De grens zit weer bij 6 A per fase. Op één fase heb je minstens ongeveer 1,4 kW overschot nodig om te laden, op drie fasen ongeveer 4,1 kW. Een paal die tijdens de sessie van drie fasen naar één terugschakelt, laadt op een halfbewolkte dag door waar een paal zonder die functie steeds stopt en opnieuw start.
Bij een dynamisch contract wisselt de prijs door de dag heen, en dan wil je dat de auto of de paal zelf de goedkope uren kiest. Wat er in huis verder aan verbruik te sturen of te besparen valt, staat bij energie besparen in huis.
| Hoe je stroom afrekent | Wanneer je laadt | Wat de auto of de paal daarvoor moet kunnen |
|---|---|---|
| Enkeltarief | Wanneer het uitkomt, want de prijs is de hele dag gelijk | Niets extra's; op een krappe aansluiting wel meeregelen tijdens het koken |
| Dubbel tarief | Vanaf 21.00 of 23.00 uur tot 07.00 uur, en in het weekend meestal de hele dag | Eén laadtimer, in de auto of in de paal en niet in allebei |
| Dynamisch contract | In de uren met de laagste prijs, vaak 's nachts en op zonnige middagen | Een auto of paal die de prijs uitleest en zelf start, met je vertrektijd als uiterste grens |
| Zonnepanelen met overschot | Overdag, als de auto thuis staat | De meter uitlezen via P1 of stroomtangen, en terugschakelen naar één fase |
| Werkgever of leasemaatschappij vergoedt | Maakt voor de vergoeding niet uit, wel voor wat je werkgever per kWh betaalt | Een MID-gecertificeerde meter en registratie per sessie, vaak via OCPP |
| Laden bij een openbare paal | Als er een laadpunt vrij is | Een laadpas of app; het tarief per kWh ligt meestal hoger dan thuis |
Onderhoud, levensduur en wat een test je wel vertelt
Een laadpaal vraagt weinig onderhoud, maar drie dingen slijten wel. Het eerste is de kabel, die wordt overreden, geknikt en in de winter stug opgerold; een beschadigde mantel is een reden om niet meer te laden tot hij vervangen is.
Het tweede is de elektronica. Voor een laadpaal houden wij geen eigen bandbreedte bij, maar de omvormer van zonnepanelen is technisch vergelijkbaar, elektronica in een kast die warm kan worden, en die gaat volgens onze tabel met de levensduur van installaties in huis 10 tot 15 jaar mee. Bij allebei gaan de condensatoren sneller achteruit naarmate ze warmer staan, dus een paal uit de middagzon veroudert langzamer.
Het derde is de software. Een paal zonder updates blijft laden, maar kan slimme functies verliezen als er aan de kant van de app, de laadpasbeheerder of het mobiele netwerk iets verandert. Een paal die OCPP spreekt, koppel je dan aan een andere beheerder.
Druk een paar keer per jaar op de testknop van de aardlekschakelaar van de laadgroep, en kijk dan meteen naar de stekker en de contactdoos. Verkleuring of een brandgeur wijst op een slecht contact dat warm wordt. Elke watt die de paal dag en nacht trekt zonder te laden, kost 8,8 kWh per jaar, en dat stand-byvermogen staat op het specificatieblad.
Een test van laadpalen, zoals die van de Consumentenbond, is sterk in wat per paal verschilt: bediening, app, afwerking en behuizing. De laadsnelheid bij jou haal je er niet uit, want die ligt vast in je hoofdzekering en je boordlader. Hoe je zo'n uitslag leest en welke regels je zelf op het blad natrekt, staat bij wat een laadpaaltest meet en wat je huis zelf bepaalt.
Levensduurtabel
Per apparaat de gemiddelde levensduur, wat hem verkort, en het punt waarop repareren duurder is dan vervangen. Bekijk alle gegevens
| Soort | Apparaat of onderdeel | Gaat gemiddeld mee | Wat hem korter maakt | Repareren of vervangen |
|---|---|---|---|---|
| Wassen en drogen | Wasmachine | 8 tot 12 jaar | Te vol laden, te lage wastemperaturen waardoor er biofilm ontstaat, hard water zonder ontkalken | Onder de 6 jaar bijna altijd repareren; boven de 10 jaar is een reparatie boven 250 euro zelden de moeite |
| Wassen en drogen | Wasdroger, condens | 10 tot 14 jaar | Pluis dat achter het filter in de behuizing komt, drogen in een klein halletje zonder ventilatie, en de trommel vol laden in plaats van driekwart | Verwarmingselement, thermostaat en riem zijn losse onderdelen en meestal de moeite; onder de 8 jaar repareren |
| Wassen en drogen | Wasdroger, warmtepomp | 8 tot 12 jaar | De warmtewisselaar achter de klep niet schoonmaken, waardoor de compressor tegen een dichtgeslibde wisselaar aan blijft werken | Ventilator, sensoren en pomp zijn te repareren; een defecte compressor betekent vervangen, want het koudemiddelcircuit zit dicht |
| Koken | Oven, inbouw en elektrisch | 10 tot 15 jaar | Vet dat op het element inbrandt, pyrolyse op 500 graden vaker dan een paar keer per jaar, en een deur die je dichtslaat waardoor het scharnier verzakt | Element, thermostaat, scharnier en deurglas zijn los te krijgen: bijna altijd repareren, ook omdat een nieuwe oven in dezelfde inbouwmaat moet passen |
| Koken | Combimicrowave | 8 tot 10 jaar | Leeg of met heel weinig eten aanzetten, vet op het micaplaatje voor de golfgeleider, en met de deur rammelen waardoor de deurschakelaars het opgeven | De deurschakelaar is de meest voorkomende storing en een goedkope reparatie; onder de 5 jaar repareren, daarboven wegen een nieuwe magnetronbuis plus arbeid zelden op |
| Koken | Inductiekookplaat | 10 tot 15 jaar | De ruimte onder de plaat dichtzetten met een volle lade, zodat de elektronica zijn warmte niet kwijt kan; overkoken tot er vocht onder het glas komt; een zware pan die valt | Een vermogensmodule of de touchbediening is per zone te vervangen; gebarsten glas betekent bijna altijd een nieuwe plaat |
| Koken | Gasfornuis | 15 tot 20 jaar | Overkoken in de branders, een vuile vonkontsteking en een dichtgeslibd thermokoppel, waardoor de vlam niet blijft staan | Branderdeksels, thermokoppel en gaskraantjes zijn goedkope onderdelen: repareren. Nieuwbouw krijgt sinds 1 juli 2018 geen gasaansluiting meer (Wet VET), dus daar is elektrisch koken de reden om te vervangen |
| Koken | Afzuigkap | 10 tot 15 jaar | Vetfilters die niet in een sopje of de vaatwasser gaan en een verzadigd koolstoffilter bij recirculatie, waardoor de motor tegen weerstand in blijft draaien | Motor, schakelaar en verlichting zijn te vervangen: onder de 8 jaar repareren. Filters zijn onderhoud en geen reparatie: koolstof elk half jaar tot jaar |
| Koken | Airfryer | 3 tot 5 jaar | De korf in de vaatwasser, waardoor de antiaanbaklaag eraf gaat, en de uitblaas aan de achterkant tegen een wand of onder een keukenkastje | Niet repareren: de behuizing zit geklonken of geplakt en het arbeidsloon komt boven de prijs van een nieuwe uit |
| Koken | Waterkoker | 3 tot 6 jaar | Kalk op het verwarmingselement bij hard water, en koken met minder water dan de onderste streep waardoor het element droogloopt | Niet repareren. Ontkalken is het onderhoud: bij hard water ongeveer maandelijks, bij zacht water een paar keer per jaar |
| Koken | Koffiemachine, volautomaat | 5 tot 10 jaar | Niet ontkalken, de zetgroep nooit uitnemen en invetten, en melkleidingen die na het schuimen niet worden doorgespoeld | Zetgroep, pomp en aftapventiel zijn losse onderdelen en revisie bij een reparateur is gangbaar; onder de 6 jaar bijna altijd repareren |
| Koken | Kokendwaterkraan | 7 tot 10 jaar | Hard water zonder filter, waardoor het reservoir onder de gootsteen verkalkt, en een filterpatroon dat langer dan een jaar blijft zitten | Reservoir en kraan zijn losse onderdelen: bij een defect reservoir hoeft de kraan niet mee, en omgekeerd ook niet |
| Koelen | Koelkast met vriesvak | 10 tot 15 jaar | Naast de oven of in de zon staan, stof op de condensor aan de achterkant, en een deurrubber dat hard is geworden waardoor de compressor blijft doorlopen | Thermostaat, ventilator en deurrubber zijn te vervangen; een lek in het koudemiddelcircuit of een defecte compressor betekent vervangen |
| Koelen | Vrieskist of losse vriezer | 15 tot 20 jaar | Een ijslaag dikker dan een halve centimeter, die merkbaar stroom kost, en een plek in een onverwarmde garage die kouder wordt dan zijn klimaatklasse (SN, N of T) toestaat | Thermostaat en deurrubber zijn losse onderdelen en de mechaniek is eenvoudig; bij een kist zit de winst vooral in ontdooien, niet in repareren |
| Schoonmaken | Vaatwasser | 8 tot 12 jaar | Geen zout of een verkeerd ingestelde waterhardheid bij hard water, de zeef onderin nooit uithalen, en glasscherven of pitten die in de pomp komen | Pomp, aquastop en element zijn losse onderdelen; vuistregel: boven de 8 jaar en een reparatie boven een derde van de prijs van een nieuwe, dan vervangen |
| Schoonmaken | Stofzuiger met sleepslang | 8 tot 12 jaar | Doorzuigen met een volle zak of een dichtgeslibd motorfilter, want de motor koelt op de lucht die erdoor gaat en loopt dan warm | Motorkolen, snoerhaspel en slang zijn te vervangen; zolang de motor goed is, is repareren bijna altijd goedkoper dan een nieuwe |
| Schoonmaken | Steelstofzuiger op accu | 4 tot 7 jaar | De accu bepaalt de leeftijd: na ongeveer 500 tot 1000 laadcycli merk je het. Continu in de lader hangen en zuigen tot hij uitvalt maakt dat sneller | De accu vervangen is de reparatie. Kun je de accu er niet uit halen zonder de behuizing te breken, dan is het apparaat ten einde |
| Schoonmaken | Robotstofzuiger | 4 tot 6 jaar | Haren om de zijborstel en de wielassen, een volle stofbak in het dokstation, en drempels waar hij zich elke ronde op stukdraait | Accu, borstels, wielen en filters zijn onderdelen: een nieuwe accu na 2 tot 4 jaar is bijna altijd goedkoper dan een nieuwe robot |
| Klimaat en water | Luchtreiniger | 8 tot 10 jaar | Een hepa-filter dat te lang blijft zitten: de ventilator draait dan tegen weerstand in en er gaat minder lucht door | Ventilator en sensoren zijn te vervangen, maar de kosten zitten in de filters: reken op een filterwissel elk half jaar tot jaar |
| Klimaat en water | Ventilator, staand of plafond | Staand 5 tot 10 jaar, plafond 15 tot 20 jaar | Stof op de bladen, want dat brengt ze uit balans en dat kost het lager; een staande ventilator die de winter buiten doorstaat | Een staande ventilator repareer je niet; bij een plafondventilator zijn de motor en de aanloopcondensator wel te vervangen |
| Klimaat en water | Airco, vaste split | 10 tot 15 jaar | Filters die niet elke paar maanden schoon worden gemaakt, een buitendeel in de volle zon of tegen een schutting, en koudemiddelverlies dat je laat lopen | Ventilator, print en sensoren zijn te repareren; aan het koudemiddel mag alleen een bedrijf met F-gassencertificaat werken, dat is wettelijk verplicht |
| Klimaat en water | Waterontharder | 10 tot 15 jaar | Het zoutvat laten leeglopen, waardoor het harsbed niet meer regenereert, en ijzer of mangaan in het water dat het hars dichtzet | Het harsbed en het regelventiel zijn los te vervangen, dus een storing is zelden het einde van het toestel; het hars zelf gaat 8 tot 12 jaar mee |
| Klimaat en water | Mechanische ventilatiebox | 15 tot 20 jaar | Een ventilatorwiel en kanalen die nooit worden schoongemaakt, en ventielen die dichtgedraaid blijven staan zodat de box tegen een dicht systeem aan draait | Motor en print zijn per merk los te krijgen; laat bij twijfel eerst meten, het Besluit bouwwerken leefomgeving vraagt voor een badkamer 14 dm³/s, ongeveer 50 m³ per uur |
| Installatie | Cv-ketel, hr-combi | 15 tot 20 jaar | Waterdruk die koud onder 1 bar zakt, jaren geen onderhoud, kalk op de tapwaterwisselaar, en steeds bijvullen: dat brengt zuurstof in het water en dat geeft roest | Onder de 12 jaar repareren, onderdelen zijn gangbaar; boven de 15 jaar is een reparatie die richting een kwart van een nieuwe ketel gaat zelden de moeite |
| Installatie | Boiler, elektrisch | 10 tot 15 jaar | Kalk op het element, en een magnesiumanode die nooit is nagekeken: die beschermt de binnenketel en is na een paar jaar opgelost | Element en anode vervangen is normaal onderhoud; een lekkende binnenketel is niet te repareren. Houd het water op minstens 60 graden tegen legionella |
| Installatie | Zonnepanelen | 25 tot 30 jaar | Schaduw van een dakkapel, schoorsteen of boom over één paneel, wat de hele string meetrekt, en over de panelen lopen: dat geeft microscheurtjes in de cellen | Een paneel is per stuk te vervangen. Reken op ongeveer een half procent opbrengstverlies per jaar; dat is veroudering en geen defect |
| Installatie | Omvormer van de zonnepanelen | 10 tot 15 jaar | Een warme, dichte meterkast of zon op de kast: de condensatoren binnenin gaan bij hoge temperatuur sneller achteruit | Bijna altijd vervangen in plaats van repareren, en per stuk. Ga ervan uit dat je er in de looptijd van de panelen één keer een nieuwe onder zet |
| Installatie | Warmtepomp, lucht-water | 15 tot 20 jaar | Pendelen: een pomp die te groot is voor de afgifte slaat kort aan en uit, en dat kost de compressor. Een buitendeel dat is ingebouwd krijgt zijn lucht niet weg | Ventilator, sensoren, expansieventiel en circulatiepomp zijn onderdelen; een defecte compressor betekent meestal een nieuw buitendeel, en aan het koudemiddel mag alleen een F-gassengecertificeerd bedrijf werken |
| Installatie | Led-lamp | 15.000 tot 50.000 branduren | Een inbouwspot in een dicht, geïsoleerd plafond waar de warmte niet weg kan, en een dimmer die niet voor led is bedoeld: de elektronica in de voet gaat kapot, niet de led zelf | Niet repareren, wel gericht kopen: op de verpakking staan de branduren en het aantal schakelcycli. 25.000 uur is bij 3 uur per dag ruim 20 jaar |
| Interieur | Matras, pocketvering | 8 tot 10 jaar | Vocht, want je verliest per nacht een derde tot een halve liter, en een bodem met latten verder dan 6 centimeter uit elkaar waardoor de vering plaatselijk doorzakt | Niet te repareren. Een blijvende kuil is het signaal; een topper erop maskeert die maar haalt hem er niet uit |
| Interieur | Topper | 3 tot 6 jaar | Altijd dezelfde kant boven laten liggen, en polyether onder een zwaarder gewicht; koudschuim en latex houden hun veerkracht langer | Niet te repareren, wel los te vervangen. Dat is ook de reden om er een op te leggen: je vernieuwt de bovenste laag zonder een nieuw matras |
| Interieur | Bank met polyether zitting | 7 tot 10 jaar | Altijd op dezelfde plek zitten. Polyether zakt de eerste jaren wat in en daarna blijft de kuil; een zitting van SG 35 of hoger houdt zijn vorm langer dan SG 25 | De kussens zijn opnieuw te vullen met nieuw schuim en dat scheelt de halve bank; een doorgezakt frame van plaatmateriaal is het einde |
| Interieur | Bank met veren | 12 tot 20 jaar | Op de armleuning of de voorrand zitten, waar geen vering onder zit, en nagels van huisdieren op de stof: de vering gaat langer mee dan de bekleding | Opnieuw stofferen en veren vervangen is gangbaar bij een massief houten frame, en dan gaat hij nog een ronde mee |
| Interieur | Laminaat | 10 tot 20 jaar | Water in de naden, want de kern is hdf en die zwelt onherstelbaar op, en zand dat als schuurpapier werkt als er geen mat bij de voordeur ligt | Niet te schuren. Een beschadigde plank is te vervangen door de klikvloer vanaf de wand open te leggen; koop op slijtageklasse, AC4 voor een gang |
| Interieur | Pvc, klik of verlijmd | 15 tot 25 jaar | Een toplaag van 0,3 mm in een gang waar 0,55 mm hoort, zware meubels zonder viltjes, en een ondervloer die niet vlak is | Een verlijmde plank is er per stuk uit te halen; bij klik moet je openleggen tot die plank. Houd daarom een paar planken over |
| Interieur | Gietvloer | 20 tot 30 jaar | Scheuren in de ondervloer, die door de gietvloer heen doortrekken, en te veel restvocht in de zandcement of anhydriet op het moment van gieten | De toplaag is opnieuw aan te brengen, als vuistregel elke 10 jaar; een scheur is te vullen maar blijft meestal zichtbaar |
| Interieur | Houten vloer, massief of meerlaags | 40 jaar of langer | Te droge lucht in de winter: hout wil 45 tot 60 procent luchtvochtigheid en krimpt daaronder tot naden. Water en hondennagels doen de rest | Schuren en opnieuw afwerken is de reparatie. Massief kan dat vaak vijf keer of meer, een meerlaagse vloer met een toplaag van 3 tot 4 mm twee tot drie keer |
| Interieur | Behang | 10 tot 15 jaar | Zon die op één wand de kleur eruit trekt, vocht in keuken en badkamer, en een wand die niet is voorgestreken: bij het strippen komt het gips mee | Niet te repareren. Een hele baan vervangen kan als je een rol met hetzelfde batchnummer hebt overgehouden, anders zie je kleurverschil |
| Interieur | Binnenmuurverf | 5 tot 10 jaar | Matte verf schoonmaken, want die is niet schrobvast; condens in de badkamer; en niet ontvetten of schuren voor het verven, waardoor de laag niet pakt | Bijwerken kan, maar bij mat blijven de aanzetten zichtbaar: rol een wand in één keer nat in nat, van boven naar beneden |
| Interieur | Kitrand in de douche | 2 tot 5 jaar | Zeepresten waarin schimmel groeit, schoonmaakmiddel met chloor, en niet ventileren na het douchen; de schimmeldoder in de kit wast er in de loop van jaren uit | Niet te repareren: snij hem eruit, maak de naad vetvrij en droog, en zet nieuwe sanitairkit op siliconenbasis. Acrylaatkit hoort niet in een natte ruimte |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Heb ik een laadpaal nodig of kan ik laden via een gewoon stopcontact?
Laden via een geaard stopcontact kan met een mobiele laadkabel op 8 tot 10 A, en dat is 1,8 tot 2,3 kW of ongeveer 10 tot 12 km per uur. Rijd je tot ongeveer 20 km per dag, of wacht je nog op de installatie, dan volstaat dat.
Voor meer kilometers is een vaste paal de betere keuze. Die laadt op 3,7 kW al bijna twee keer zo snel, heeft een eigen groep en beveiliging, en belast geen contactdoos die daar niet voor gemaakt is.
Welke laadpaal is de beste voor thuis?
De paal die past bij wat je hoofdzekering overlaat, wat de boordlader van je auto aankan en hoeveel kilometer je rijdt. Voor de meeste huishoudens is dat een paal op 3,7 kW, met meeregelen op een aansluiting van 1x25 A, of een paal op 11 kW als er drie fasen zijn en de auto dat aan boord kan.
Daarna kies je op wat in jouw situatie een harde eis is: gelijkstroomdetectie in de paal, OCPP of een MID-meter als een werkgever meekijkt, en fase-omschakeling voor zonnestroom. Hoe de paal zich verhoudt tot de rest van je installaties, zie je in het overzicht van energie en apparaten in huis.
Hoe lang duurt het om een elektrische auto thuis op te laden?
Reken met de kilometers die je die dag hebt gereden en niet met een lege accu. 50 km kost in de zomer ruim 10 kWh van de meter en in de winter ongeveer 13 kWh, en dat staat op een paal van 3,7 kW in drie tot vier uur weer in de accu.
Wil je het voor je eigen auto en aansluiting weten, reken het dan uit met de laadpaalkiezer voor laadtijd en laadvermogen thuis, die de wintertijd apart laat zien.
Hoe zie ik of ik één of drie fasen heb?
Kijk op je jaarnota of in de overeenkomst met je netbeheerder: 1x35A betekent één fase, 3x25A drie. Op de meter zelf staat bij drie fasen 3x230/400 V op het typeplaatje, en een slimme meter laat dan aparte waarden zien voor L1, L2 en L3.
Twijfel je nog, vraag het dan na bij je netbeheerder of laat de installateur het bij de opname controleren. Het zegel op de hoofdzekering hoef je daarvoor nooit te verbreken.
Moet ik mijn aansluiting laten verzwaren voor een laadpaal?
Meestal niet. Op 1x35 A laad je op 3,7 kW ruim genoeg voor een gewone dag rijden, en een paal die meeregelt, haalt er op rustige momenten zelfs 7,4 kW uit. Verzwaren kost eenmalig geld, verhoogt je vaste netbeheerkosten per jaar en duurt in gebieden met netcongestie maanden.
Het wordt pas logisch als je naast de auto een warmtepomp, een inductiekookplaat en misschien een tweede auto op dezelfde aansluiting wilt, en de som per fase ook met meeregelen niet meer uitkomt.
Mag ik een laadpaal zelf installeren?
De paal aan de muur schroeven is het kleinste deel van het werk. De eigen eindgroep, de aardlekbeveiliging die gelijkstroomfouten ziet, de leiding en de stroomtangen om de hoofdkabels zitten achter de hoofdzekering, en dat werk laat je aan een erkend installateur, die ook de laadstroom op je aansluiting instelt.
Fabrikanten stellen een installatie door een installateur vaak als voorwaarde voor hun garantie. Wat je zelf wel kunt doen, is de route meten, de meterkast fotograferen en met de installateur afspreken of jij de sleuf graaft.
Heb ik een vergunning nodig voor een laadpaal op eigen terrein?
Voor een laadpunt aan de gevel op eigen terrein in de regel niet. Bij een rijks- of gemeentelijk monument, in een beschermd stadsgezicht of voor een vrijstaande paal in de voortuin kan het anders liggen, omdat het dan gaat om wat je vanaf de straat ziet.
Kijk het na via het Omgevingsloket of vraag het bij je gemeente voordat de installateur boort. In een huurwoning of een appartement heb je daarbij toestemming nodig van de verhuurder of de VvE, los van wat de gemeente zegt.
Mag ik een laadkabel over de stoep naar mijn auto leggen?
In de meeste gemeenten niet. Een kabel over het trottoir is een struikelrand voor voetgangers, en wie hem neerlegt, is aansprakelijk als er iets gebeurt. Een paar gemeenten proberen een goot in de stoep uit waar de kabel in verdwijnt, dus vraag het na bij je eigen gemeente.
Heb je geen eigen parkeerplek, dan is een openbare laadpaal in de buurt de gebruikelijke route. Veel gemeenten plaatsen die op aanvraag als je een elektrische auto hebt, of volgens een eigen plan per wijk.
Kan ik een laadpaal krijgen in een appartementengebouw?
Dat kan, maar niet buiten de VvE om. Een paal in een gezamenlijke garage of op een parkeerterrein raakt de gemeenschappelijke delen en vaak de aansluiting van het gebouw, dus de splitsingsakte en de vergadering van eigenaars bepalen wat er mag.
In veel gebouwen wordt de beschikbare stroom via één beheersysteem over alle palen verdeeld. Een losse paal met een eigen app past daar zelden in, dus vraag eerst welk systeem er is of komt en of de paal OCPP moet spreken.
Kan een laadpaal in de garage aan of onder het huis?
Ja, en voor de paal is een garage een gunstige plek: droog, uit de zon en uit het zicht. Let op de route van de leiding vanaf de meterkast, op een stuk wand dat vrij blijft van kasten waar de klep uitkomt, en op een kabel die niet onder de garagedeur door hoeft.
Laad je in een garage onder een appartementengebouw, dan gelden daarbij de afspraken van de VvE en soms eisen van de verzekeraar of de gemeente voor het hele gebouw. Vraag die na voordat je een paal kiest.
Wat kost laden thuis per 100 kilometer?
Reken met ongeveer 21 kWh van je meter per 100 km in de zomer en 27 kWh in de winter. Dat is 18 tot 20 kWh in de accu plus ongeveer tien procent laadverlies, en in de winter nog 25 tot 30 procent extra; vermenigvuldig het met je kWh-tarief inclusief belastingen, dan heb je de kosten.
Laad je in het dal, op een goedkoop uur van een dynamisch contract of op eigen zonnestroom, dan zakt het tarief dat je invult. Bij een openbare paal of een snellader betaal je per kWh meestal meer.
Heeft een laadpaal met zonnepanelen nog zin nu salderen stopt?
Eerder meer dan minder, mits de auto overdag thuis staat. Na het einde van salderen op 1 januari 2027 levert stroom die je teruglevert minder op dan stroom die je zelf gebruikt, dus elke kWh die in de auto gaat in plaats van het net op, telt mee.
De paal moet dan de meter uitlezen en van drie fasen naar één kunnen terugschakelen, want onder 6 A per fase stopt het laden. Op één fase heb je ongeveer 1,4 kW overschot nodig, op drie fasen ongeveer 4,1 kW. In de winter leveren de panelen weinig en laad je grotendeels van het net.
Kan ik met mijn auto stroom terugleveren aan het huis?
Dat heet bidirectioneel laden, en het vraagt een auto en een paal die het allebei kunnen, plus afspraken met je energieleverancier en netbeheerder. Voor thuis is dat nog een uitzondering, en een gewone laadpaal kan het niet.
Wil je die mogelijkheid openhouden, vraag dan bij de aanschaf van auto en paal na of ze in twee richtingen kunnen laden en via welk protocol, bijvoorbeeld ISO 15118-20. Zonder die ondersteuning aan beide kanten blijft het bij laden in één richting.
Is laden in de regen veilig?
Ja, met een paal die voor buiten geschikt is, van minstens IP54. Een Type 2-stekker komt pas onder spanning als auto en paal via een signaalcontact in de stekker hebben afgesproken dat er geladen mag worden, en de stekker zit dan vergrendeld tot de sessie is gestopt.
Aandacht vraagt een beschadigde kabel of stekker: laad daar niet mee, ook niet bij droog weer. Een aardlekschakelaar die na regen afvalt, laat je nakijken in plaats van hem steeds opnieuw in te schakelen.
Moet de auto elke nacht vol geladen worden?
Nee. Je laadt bij wat je gereden hebt, en veel auto's hebben een laadlimiet die je voor dagelijks gebruik lager dan 100 procent zet. Welke grens de fabrikant voor jouw accu aanraadt, staat in het instructieboekje, want dat verschilt per soort accu.
Voor de paal maakt het niets uit: die levert wat de auto vraagt en stopt als de auto aangeeft dat hij klaar is. Een lagere limiet verkort alleen de laadtijd per nacht.
Kan ik twee auto's op één aansluiting laden?
Dat kan met twee laadpunten die samen één plafond delen, in één paal met twee aansluitingen of in twee palen die onderling verdelen. De som blijft die van je hoofdzekering: twee palen op 3x16 A vragen 32 A per fase, en op 3x35 A blijft er dan 3 A per fase over voor het huis.
Zonder onderlinge verdeling moet je elke paal zo laag instellen dat ze samen passen, en dan laadt ook één auto alleen langzamer dan nodig. Met verdeling krijgt één auto het volle vermogen en delen twee auto's het pas als ze tegelijk aan de stekker hangen.
Wat is het verschil tussen een laadpaal en een wallbox?
Technisch geen. Een wallbox is een laadpaal die aan de muur hangt in plaats van op een voet te staan, met dezelfde Type 2-aansluiting, dezelfde vermogens en dezelfde eisen aan groep en aardlekbeveiliging. In winkels en offertes lopen de woorden door elkaar.
De keuze tussen muur en voet hangt af van de plek. Aan de gevel loopt de leiding binnendoor, en een paal op een voet kan tussen twee parkeerplaatsen staan maar vraagt een sleuf door de tuin of de oprit en een fundering.