Iets origineels aan de muur: voorwerpen die er niet voor gemaakt zijn
Iets origineels aan de muur is meestal een voorwerp dat er niet voor gemaakt is: een board, een gitaar, een fiets, een oud luik of een emaillen bord. Zo'n voorwerp heeft geen ophangoog, een gewicht dat je niet kent en vaak een diepte van 15 tot 45 cm. Weeg het daarom eerst, geef alles wat plat en zwaar is een ophanglat met een schuine kant, reken bij twee punten met anderhalf keer wat één punt houdt, en houd in een gang minstens 90 cm doorloop over. Hang massief hout, mos en instrumenten op een binnenmuur, niet boven een radiator en niet in de middagzon.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een middag nakijken en ophangen
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen
- Kosten
- vooral de bevestiging, want het voorwerp zelf is vaak een vondst
Gereedschap
- Personenweegschaal om het voorwerp te wegen
- Waterpas van minstens 60 cm
- Boormachine met steenboren van 6, 8 en 10 mm
- Leidingzoeker of magneet om leidingen en regels te vinden
- Hollewandtang bij een gipsplaten wand
- Zaag die onder 45 graden zaagt, voor de ophanglat
- Hygrometer bij massief hout, mos of een instrument
Materiaal
- Lat van 18 mm dik en 8 tot 10 cm breed voor een ophanglat
- Pluggen en schroeven die bij jouw wandtype horen
- Viltdoppen of afstandhouders van 1 cm
- Transparante lak of was voor oude verf en roestig metaal
- Loodteststift bij oud buitenschilderwerk
Wat een voorwerp origineel maakt, en wat dat van je muur vraagt
Een print hangt aan een haakje omdat hij daarvoor gemaakt is. Een surfboard, een viool, een emaillen reclamebord of een deel van een oud kozijn niet: er zit geen oog aan, niemand heeft het gewogen en het steekt verder uit dan een lijst.
Voor de gewone maten van wanddecoratie boven een bank of dressoir gelden een hartlijn van 145 cm en een breedte van 60 tot 75 procent van het meubel eronder. Die blijven hier staan, maar er komen drie vragen bij die een lijst nooit stelt.

De eerste is waar het ophangpunt komt op iets dat geen achterkant heeft. De tweede is hoe ver het van de wand komt: een gitaar 12 tot 15 cm, een racefiets 35 tot 45 cm, en in een gang gaat dat van je doorloop af. De derde is wat het binnenklimaat met het materiaal doet, want massief hout, geconserveerd mos en oude verf reageren op droge lucht, zon en warmte.
Hoe formaat, diepte en strijklicht een wandobject laten werken, staat bij een wandobject met reliëf en schaduw kiezen. Hier gaat het om de voorwerpen zelf: wat ze wegen, waar ze aan hangen en wat ze nodig hebben om aan de muur heel te blijven.
De tabel zet de voorwerpen naast elkaar die het vaakst als iets origineels aan de muur komen. De gewichten zijn gangbare waarden per soort en geen productgegevens, dus weeg je eigen exemplaar voordat je een plug kiest.
| Voorwerp | Wat het ongeveer weegt | Hoe ver het van de wand komt | Waar het aan hangt | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|---|
| Skateboard of snowboard | Deck 1 tot 1,5 kg, snowboard met bindingen 3 tot 4,5 kg | 5 tot 10 cm, met wieltjes of bindingen 15 tot 20 cm | Twee beugels onder de randen, of schroeven door de gaten van de trucks | Wieltjes die tegen de muur liggen, laten rubberstrepen achter |
| Surfboard | Shortboard 2,5 tot 3,5 kg, longboard 5 tot 8 kg | 8 tot 12 cm op beugels | Twee beugels met vilt, liggend of rechtop | Een longboard van 9 voet is 274 cm en past rechtop niet onder een plafond van 260 cm |
| Akoestische gitaar | 2 tot 2,5 kg | 12 tot 15 cm | Een houder die de hals net onder de kop vangt | Droge stooklucht laat een massief blad krimpen en scheuren |
| Elektrische gitaar | 3 tot 4,5 kg | 6 tot 10 cm | Dezelfde houder, met een bekleding die tegen nitrolak kan | Sommige rubbers en schuimen reageren met nitrolak en laten een afdruk achter |
| Viool | 0,4 tot 0,6 kg | 8 tot 10 cm | Een houder onder de krul, of een wandvitrine | Een koude buitenmuur en wisselende luchtvochtigheid |
| Racefiets | 7 tot 10 kg | 35 tot 45 cm met het stuur recht, 25 tot 30 cm met het stuur gedraaid | Twee armen onder de bovenbuis | Stuur en pedalen zitten op schouderhoogte in de looproute |
| Stadsfiets | 15 tot 20 kg | 40 tot 60 cm | Twee armen onder de bovenbuis, in steen of beton | Aan een hollewandplug in gipsplaat hangt dit gewicht nergens |
| Oud houten luik van 50 bij 120 cm | Grenen 7 tot 10 kg, eiken 12 tot 15 kg | 3 tot 5 cm | Een ophanglat met een schuine kant | Oude buitenverf kan lood bevatten en vers boormeel wijst op houtworm |
| Oud raam met enkel glas van 60 bij 100 cm | 8 tot 12 kg | 5 tot 8 cm | Twee punten in de bovenregel, of een ophanglat | Uitgedroogde stopverf laat het glas bij een tik uit het kozijn vallen |
| Emaillen bord van 50 bij 70 cm | Ongeveer 3 kg | 1 tot 2 cm | Schroeven door de bestaande gaten, met een rubber ring onder de kop | Een strak aangedraaide schroef laat het email rond het gat afspringen |
| Keramisch bord van 25 tot 30 cm | 0,5 tot 1 kg per bord | 2 tot 4 cm | Een veerhanger om de rand | Een te krappe veerhanger zet de rand onder spanning |
| Boomschijf van 40 cm doorsnee en 5 cm dik | 4 tot 6 kg | 5 tot 7 cm | Een sleutelgat in de achterkant of een ophanglat | Vers hout scheurt van de schors naar het hart zodra het binnen droogt |
| Paneel met geconserveerd mos | Het mos weegt weinig, de drager bepaalt: mdf van 12 mm ruim 8 kg per vierkante meter | 3 tot 6 cm | Een ophanglat of twee punten in de drager | Droge lucht maakt het mos broos en zon bleekt de kleur |
| Led-neon op een acrylaatplaat | 1 tot 3 kg | 2 tot 4 cm plus de adapter | Afstandhouders door de voorgeboorde gaten | Het snoer loopt naar een stopcontact op 30 cm en blijft zichtbaar |
Schat het gewicht van hout en glas niet op het oog, want daar zit je al gauw de helft naast. Ga met het voorwerp op een personenweegschaal staan en trek je eigen gewicht eraf.
Een ophangpunt maken op iets dat er geen heeft
Een lijst heeft een oog of een draad, een luik heeft hengsels en een board heeft niets. Welk ophangpunt je maakt, hangt af van twee dingen: of er een schroef in het voorwerp mag, en of het gewicht op een lijn of op een paar punten moet rusten.

Mag er een schroef in, dan is een ophanglat met een schuine kant de sterkste oplossing voor alles wat plat en zwaar is. Zaag een lat van 18 mm dik en 8 tot 10 cm breed in de lengte door onder 45 graden. De muurhelft schroef je vast met de schuine kant boven en aflopend naar de muur, de andere helft op het voorwerp met de schuine kant onder, zodat de twee in elkaar haken.
Het mechanisme is dat de schuine kanten het voorwerp onder zijn eigen gewicht naar de muur trekken in plaats van ervan af. Het gewicht rust op de hele lengte van de lat, dus je zet de pluggen waar de wand ze wil hebben: in de steen en niet in de voeg, of in de regels die in een gipsplaten wand om de 40 tot 60 cm staan.
Mag er niets in, zoals bij een instrument, een board of een emaillen bord, dan draagt een beugel het voorwerp aan zijn eigen vorm. Een gitaarhouder vangt de hals onder de kop, waar het hout het sterkst is, en twee boardbeugels dragen de randen zonder dat er een gat in de laminaat komt.
Borden hang je aan een veerhanger die om de rand klemt. Kies die precies op de doorsnede van het bord: te krap zet de rand onder spanning, te ruim laat het bord eruit kantelen.
Glas in een oud raam zit meestal in stopverf die na tientallen jaren droog en los is. Tik die stopverf na voordat het raam aan de muur gaat en vernieuw hem waar hij loslaat, en lees voor een vlak stuk glas tegen de wand ook hoe je een spiegel veilig aan de muur hangt.
| Soort voorwerp | Ophangpunt | Waarom dit werkt | Wat je vermijdt |
|---|---|---|---|
| Plat en zwaar: luik, deur, paneel, boomschijf | Ophanglat met een schuine kant van 45 graden | Het gewicht verdeelt zich over de hele lat en het voorwerp trekt zichzelf naar de wand | Eén haak in het midden, waaraan het voorwerp bij elke tik kantelt |
| Plat en licht: emaillen of blikken bord, lege lijst | Schroeven door de bestaande gaten, of twee D-ringen op de achterkant | Twee punten houden het waterpas zonder bijstellen | Een draad over één spijker, waaraan het bord gaat draaien |
| Instrument | Houder onder de kop of de krul | De hals is daar het sterkst en de klankkast hangt vrij | Een haak die de klankkast of de snaren raakt |
| Board | Twee beugels met vilt onder de randen | Er komt geen schroef door de huid | Een gat in de laminaat, waarna de schuimkern vocht opneemt |
| Fiets | Twee armen onder de bovenbuis | Het frame hangt in balans en parallel aan de wand | Een haak aan het voorwiel, want dan hangt de fiets haaks op de muur en steekt hij 70 cm of meer uit |
| Borden en schalen | Veerhanger op de juiste doorsnede | Klemt om de rand zonder gat in het bord | Een veerhanger die een maat te klein is |
| Textiel of wandkleed | Een stok door een tunnel of door ringen | De stof hangt aan de hele breedte en trekt niet uit vorm | Spijkers of punaises door het weefsel, die op één punt scheuren |
| Lichtobject op acrylaat | Afstandhouders door de voorgeboorde gaten | De plaat blijft vrij van de wand en de adapter krijgt lucht | Een adapter die zonder ruimte achter de plaat klemt |
Zet onder aan de achterkant van het voorwerp een klosje van dezelfde dikte als de ophanglat. Zonder dat klosje hangt het bovenaan 18 mm van de muur en onderaan ertegen, en dan staat het zichtbaar scheef naar de wand toe.
Wat je wand houdt als het voorwerp zwaar is
De kilo's in dit stuk komen uit onze eigen gegevens over bevestigingen en gelden per punt, in een gezonde droge wand. Ze liggen bewust onder de waarden op de verpakking, want die zijn gemeten in een testplaat en niet in een muur met veertig jaar stucwerk erop.
Twee punten verdubbelen het gewicht niet. Reken met anderhalf keer wat één punt houdt, omdat een last zelden precies gelijk over beide punten trekt, en houd daarvan 70 procent aan als je ruim wilt zitten.
Een longboard van 7 kilo op een gipsplaten wand gaat dan goed: twee metalen hollewandpluggen van 10 kilo per punt houden samen 15 kilo, en 70 procent daarvan is 10,5. Een stadsfiets van 18 kilo op diezelfde wand past aan geen enkele plug in de plaat, en ook twee schroeven in de houten regel komen met samen 22,5 kilo maar net boven het gewicht uit.
Een voorwerp dat je pakt, belast de wand anders dan een lijst. Een gitaar of fiets van de muur tillen en terughangen geeft een schok die al snel het dubbele van het eigen gewicht is, en daarom hoort alles wat je gebruikt in de steen of in de regel en niet in de plaat.
Een oude paneeldeur van 25 tot 40 kilo is voor een gipsplaten wand geen decoratie meer. In beton houdt een nylon plug 25 kilo per punt, dus een ophanglat met vier pluggen draagt zo'n deur met ruimte over, terwijl je in gasbeton per gasbetonplug op 10 kilo blijft en injectiemortel de route is.
Weet je het gewicht en het wandtype, dan geeft de ophangwijzer met wat elke wand per punt houdt de bevestigingen die passen. Kies voor een luik of deur daar het soort plank, dan vallen tape, kit en spijkerhaakjes vanzelf af, en behandel een gitaar of fiets als een haak waar je aan trekt.
| Voorwerp en gewicht | Gipsplaat | Beton of kalkzandsteen | Baksteen | Gasbeton |
|---|---|---|---|---|
| Emaillen bord, 3 kg | Twee kunststof hollewandpluggen van 4 kg per punt | Twee nylon pluggen | Twee nylon pluggen in de steen | Twee gasbetonpluggen |
| Akoestische gitaar, 2,5 kg, die je pakt | Metalen hollewandplug van 10 kg, liever een schroef in de regel van 15 kg | Nylon plug van 25 of 20 kg | Nylon plug van 15 kg | Gasbetonplug van 10 kg |
| Longboard, 7 kg | Twee metalen hollewandpluggen, samen 15 kg | Twee nylon pluggen | Twee nylon pluggen, samen 22,5 kg | Twee gasbetonpluggen, samen 15 kg |
| Racefiets, 9 kg | Elke arm met twee schroeven in een eigen regel, want bij het eraf tillen trek je met het dubbele gewicht | Twee nylon pluggen, samen 30 tot 37,5 kg | Twee nylon pluggen, samen 22,5 kg | Injectiemortel met schroefhuls, want bij het eraf tillen zit een gasbetonplug te krap |
| Eiken luik, 14 kg | Ophanglat met drie metalen hollewandpluggen, of schroeven in de regel waar de lat die kruist | Ophanglat met drie nylon pluggen | Ophanglat met drie nylon pluggen, niet in de voeg | Ophanglat met drie gasbetonpluggen, 10 cm van de randen |
| Stadsfiets, 18 kg | Niet in de plaat, en in de regels te krap | Twee nylon pluggen in beton, chemisch anker in kalkzandsteen | Chemisch anker van 40 kg per punt | Injectiemortel met schroefhuls van 20 kg per punt |
| Paneeldeur, 30 kg | Niet aan de plaat, maar door de voorzetwand in de steen erachter | Ophanglat met vier nylon pluggen in beton, chemische ankers in kalkzandsteen | Ophanglat met chemische ankers | Ophanglat met injectiemortel |
Boor nooit blind recht boven of onder een stopcontact of schakelaar, want daar lopen de leidingen verticaal naartoe. Zoek de plek eerst af met een leidingzoeker, zeker bij een ophanglat met vier of meer boorgaten naast elkaar.
Een vondst met een verleden: verf, houtworm, roest en vocht
Tweedehands en gesloopt materiaal is de goedkoopste weg naar iets origineels aan de muur, maar het neemt zijn geschiedenis mee naar binnen. Kijk vier dingen na voordat het in de kamer hangt: de verf, het hout, het metaal en de geur.
Oude verf op buitenwerk als luiken, deuren en kozijnen kan lood bevatten, want loodmenie en loodwit waren lang de gewone grondlaag voor buitenhout. Schuur zo'n laag niet droog en brand hem niet af, want dan komt het lood vrij als stof of damp. Test de verf met een loodteststift, en zet een loodhoudende laag vast met een transparante lak in plaats van hem te verwijderen.
Houtworm herken je aan ronde gaatjes van 1 tot 2 mm met lichtbruin boormeel eronder. Veeg het meel weg en kijk na twee weken of er nieuw ligt, want gaatjes zonder vers meel zijn een oude aantasting waar je niets meer mee hoeft.
De larve heeft hout nodig met meer dan ongeveer 12 procent vocht, dus in een verwarmde kamer houdt hij het niet vol. Een klein voorwerp uit een schuur met vers meel behandel je toch, met een houtwormmiddel dat door de gaatjes naar binnen loopt of met een week in de vrieskast op 18 graden onder nul in een dichte zak.
Metaal met roest geeft af, en tegen een koele muur laat roest bij condens een bruine rand op het stucwerk achter. Borstel losse roest weg, ontvet het oppervlak en zet het vast met transparante lak of was, en houd het voorwerp met viltdoppen 1 cm van de muur.
Een muffe geur in textiel of in een oud paneel betekent vocht en schimmel. Laat zo'n voorwerp eerst een paar weken droog en luchtig staan, want tegen een wand droogt het niet en schuift de schimmel door naar het stucwerk.
Vers gezaagd hout scheurt. Een boomschijf die kort geleden is gezaagd, bestaat voor een groot deel uit water en droogt in een verwarmde kamer naar 8 tot 10 procent vocht; langs de jaarringen krimpt hout ongeveer twee keer zo veel als dwars erop, en die spanning trekt een V-vormige scheur van de schors naar het hart.
| Wat je ziet | Wat het betekent | Wat je doet voordat het hangt |
|---|---|---|
| Oude, afbladderende verf op buitenhout | Mogelijk lood in de grondlaag | Niet droog schuren of afbranden, testen met een loodteststift en vastzetten met transparante lak |
| Ronde gaatjes van 1 tot 2 mm met vers lichtbruin meel | Actieve houtworm | Houtwormmiddel of een week in de vrieskast, gaatjes pas vullen als er geen nieuw meel meer komt |
| Ronde gaatjes zonder vers meel, donker en stoffig | Oude aantasting | Niets behandelen, alleen stofzuigen en eventueel vullen |
| Ovale gaten van 6 tot 10 mm in naaldhout | Huisboktor | Niet mee naar binnen nemen, want deze larve zit jaren in het hout en hoort bij een plaagdierbedrijf |
| Bruine vegen op je hand na aanraken | Losse roest die blijft afgeven | Staalborstel, ontvetten, lak of was, en 1 cm afstand tot de muur |
| Muffe geur, zwarte of groene stippen | Vocht en schimmel | Buiten laten drogen, afborstelen en pas daarna binnen hangen |
| Scheurtjes vanaf de schors, hout voelt koel en zwaar | Hout dat nog droogt | Buiten onder een afdak laten drogen, als vuistregel een jaar per 2,5 cm dikte |
| Glas dat rammelt in een oud raam | Uitgedroogde stopverf | Stopverf vernieuwen of glaslatjes zetten voordat het raam aan de muur gaat |
| Afgesprongen email rond de gaten van een bord | Roest die onder het email doorkruipt | Kale plekjes bijwerken met lak en een rubber ring onder elke schroefkop |
Leg een vondst eerst een week op een wit vel papier in de schuur of de berging. Ligt er daarna vers boormeel, roestpoeder of schilfers verf op het papier, dan weet je wat er nog moet gebeuren voordat het de kamer in gaat.
Instrumenten, hout en mos reageren op de lucht in je kamer
Voor de meeste wanddecoratie is het binnenklimaat geen onderwerp, voor massief hout, instrumenten en geconserveerd mos wel. Die materialen nemen vocht op en staan het weer af, en aan een muur gebeurt dat sneller dan in een kast of een koffer.
In de stookperiode zakt de relatieve luchtvochtigheid in een verwarmde woonkamer vaak naar 30 tot 35 procent. Een gitaar of viool met een massief blad is gebouwd rond 40 tot 60 procent, en daaronder krimpt het hout: de uiteinden van de fretten gaan langs de hals uitsteken en het bovenblad kan scheuren. Een instrument van gelamineerd hout is daar veel minder gevoelig voor.
De plek aan de muur maakt het verschil. Boven een radiator stijgt warme, droge lucht recht langs het voorwerp, in de middagzon warmen hout en lak op, en tegen een koude buitenmuur is de lucht achter het voorwerp juist kouder en vochtiger dan in de kamer.
Een binnenmuur uit de zon en niet boven of vlak naast een radiator is dus de plek. Een hygrometer naast het instrument laat zien wat er echt gebeurt, en zakt die in de winter onder 40 procent, dan helpt een luchtbevochtiger in de kamer meer dan het instrument terug in de koffer.
Geconserveerd mos is echt mos dat met glycerine en kleurstof is behandeld en daardoor niet meer groeit of water nodig heeft. Fabrikanten houden ongeveer 40 tot 60 procent luchtvochtigheid aan: in drogere lucht wordt het broos en valt het uit, en in direct zonlicht bleekt de kleurstof. Een badkamer met dagelijkse dampige pieken is om de omgekeerde reden geen goede plek.
Zon doet hetzelfde met textiel, papier en beschilderd hout. Op het zuiden komt de winterzon laag en diep de kamer in en op het westen schijnt hij 's middags bijna horizontaal naar binnen; welke wand in jouw kamer hoeveel directe zon krijgt, zoek je op in de lichtwijzer voor zon en licht per windrichting.
| Materiaal | Waar het slecht tegen kan | Waar het wel goed hangt |
|---|---|---|
| Instrument met massief blad | Luchtvochtigheid onder 40 procent, warme lucht van een radiator, zon op de lak | Binnenmuur, uit de zon, met een hygrometer in de buurt |
| Gelamineerd instrument | Directe zon en een radiator eronder, maar veel minder dan massief | Vrijwel elke binnenmuur buiten de zon |
| Massief oud hout, zoals een luik of een schijf | Snel drogen boven een radiator, waardoor naden openen en scheuren doorlopen | Een wand zonder radiator eronder, met 1 cm lucht erachter |
| Geconserveerd mos | Droge stooklucht, direct zonlicht en dampige pieken | Een woonkamer of gang op het noorden of oosten, uit de middagzon |
| Geweven textiel en papier | Directe zon, die de kleur uit het garen haalt | Een wand haaks op het raam in plaats van tegenover de zonvlek |
| Metaal met roestsporen | Een koude buitenmuur, waar condens de roest weer aan het werk zet | Een binnenmuur, met lak of was op het metaal |
Houd een houten of textiel voorwerp op een buitenmuur met viltdoppen of afstandhouders 1 tot 2 cm van de wand. Dan kan de lucht erachter bewegen en slaat er geen vocht neer op de koude muur achter het voorwerp.
Hoe ver het uitsteekt en waar je er dan nog langs moet
Een lijst steekt 2 tot 5 cm uit en daar loop je niet tegenaan. Vanaf 15 cm diep gedraagt een voorwerp aan de muur zich als een meubel: in een gang of langs een looproute gaat die diepte af van de ruimte waar je doorheen loopt.
Wij houden in een gang 90 cm vrije doorloop aan als ondergrens, omdat je met 90 cm met een wasmand door de gang komt. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar zonder allebei te draaien, en dat is de comfortmaat.
In een gang van 110 cm breed laat een racefiets met het stuur recht er dus 65 tot 75 cm van over, ruim onder die 90 cm. Draai je het stuur een kwartslag, dan zakt de diepte naar 25 tot 30 cm en blijft er 80 tot 85 cm over: nog krap voor een hoofdroute, maar het verschil merk je bij elke keer dat je er met een tas langsloopt.
Ook de hoogte van wat uitsteekt telt. Onder 90 cm raak je het met een knie of een tas, tussen 90 en 180 cm met een schouder of elleboog, en pas boven ongeveer 210 cm loopt vrijwel iedereen er zonder bukken onderdoor, dezelfde maat die voor een hanglamp in de hal geldt.
In een woonkamer los je dat op met een meubel eronder. Een lage kast die minstens zo diep is als het voorwerp uitsteekt, houdt de looproute op afstand, dus onder een fiets van 40 cm diep staat een kast van 40 tot 50 cm diep.
Hang een diep voorwerp verder nooit in het draaivlak van een deur. Een binnendeur zwaait een kwartcirkel van ruim 80 cm de ruimte in, en een stuur of een gitaarkop op die plek wordt de deurstopper.
Op welke hoogte een voorwerp met een afwijkende vorm hangt
De hartlijn van 145 cm boven de vloer is een vuistregel en geen norm: het midden van het voorwerp komt op de ooghoogte van wie staat. Bij een voorwerp met een vreemde vorm meet je dat midden over de hele hoogte, dus een fiets van ongeveer 100 cm van wielonderkant tot zadel hangt met de wielen op 95 cm en het zadel op 195 cm.
De andere vaste hoogtes aan de muur, van de wandlamp met zijn hart op 160 cm tot de haken van een kapstok op 170 cm, staan in de maatwijzer met hoogtes in huis. Hang alles op één wand zo veel mogelijk op dezelfde hartlijn, ook als de voorwerpen niets met elkaar gemeen hebben, want dan leest de wand als geheel.
Lange voorwerpen breken die regel op een voorspelbare manier. Een shortboard van 183 cm rechtop met zijn midden op 145 cm loopt van 53 tot 237 cm en past onder een plafond van 260 cm. Een longboard van 274 cm past rechtop niet en hangt liggend, met de onderrand 20 tot 30 cm boven het meubel eronder.
Een instrument hang je op grijphoogte en niet op kijkhoogte. De houder komt op 150 tot 165 cm, zodat je de gitaar zonder op je tenen te staan van de haak tilt, en de onderkant van een gitaar van ongeveer 100 cm hangt dan op 65 tot 85 cm.
Borden en kleine voorwerpen die je als groep ophangt, volgen de regels van een wandcollage: de middens rond 145 cm en overal 5 tot 8 cm tussenruimte, want boven 10 cm valt de groep uiteen in losse stukken. Bij ronde borden meet je die ruimte op het smalste punt tussen twee randen.
Boven een meubel telt de onderrand, met 20 tot 30 cm boven de rugleuning of het blad. Voor een voorwerp dat diep uitsteekt mag die ruimte groter zijn, omdat de kast er dan ook als buffer voor staat, en naast een televisie volg je de bovenrand van het scherm, zoals beschreven bij muurdecoratie in een moderne woonkamer.
Een voorwerp met een uitstekende punt, zoals een stuur, een gitaarkop of de neus van een board, hoort niet tussen 150 en 180 cm langs een looproute. Dat is precies de hoogte van gezichten, en daar zie je het in het donker het laatst.
Licht als voorwerp: neon, ledlijnen en projectie
Een lichtobject aan de muur is een lamp met een vorm, en daarmee komt er een vraag bij die geen ander voorwerp stelt: waar gaat het snoer heen. Een wandcontactdoos zit meestal met zijn hart op 30 cm boven de vloer, dus een object op 150 cm krijgt een snoer van 120 cm dat verticaal over de muur loopt.
Led-neon is een buigzame siliconen strip met leds erin die op 12 of 24 volt werkt, met een adapter tussen strip en stopcontact. Echte neon is een glazen buis met gas die op een transformator van duizenden volts brandt. Het eerste hang je zelf op, het tweede laat je door een specialist plaatsen.
Voor het snoer zijn er drie routes: een smalle kabelgoot in de kleur van de wand, een sleuf in het stucwerk met de kabel in een buis, of een extra wandcontactdoos achter het object. Een wandcontactdoos bijplaatsen vanaf een bestaande mag je zelf doen, werk in de groepenkast is voor een elektricien.
Houd de lichtkleur gelijk aan die van de rest van de kamer, dus warm wit van 2700 tot 3000 K naast lampen van 2700 K. Een koel wit of blauw object in een warm verlichte kamer lijkt feller en blauwer dan het is, omdat je oog zich op het gemiddelde van het zichtveld instelt.
Op een donkere wand leest een lichtlijn scherper, want de wand eromheen kaatst weinig terug en er ontstaat geen lichte vlek rond het object. Welke tinten naast zo'n diep vlak overeind blijven, lees je bij combinaties met een donkerblauwe muur.
Een projector met bewegend beeld vraagt het omgekeerde: een lichte, matte wand, want een donkere wand slikt het beeld en een glanzende laat een hete vlek zien. Een donkere vloer neemt daarbij ook licht weg voordat het de wand bereikt, en hoe je de muur daarop afstemt staat bij de muurkleur bij een donkere vloer.
Laat de adapter van een ledobject niet zonder lucht achter de plaat klemmen. Een adapter wordt warm en veroudert in een dichte ruimte sneller, dus leg hem onderaan bij het stopcontact of op een plek waar de lucht erlangs kan.
Zo komt een gevonden voorwerp veilig aan de muur
Wat je aan de muur niet meer kunt behandelen of verplaatsen, los je op in de stap ervoor.
-
Kijk de verf, het hout, het metaal en de geur na
Zoek naar oude verf op buitenhout, vers boormeel, losse roest en een muffe geur, en los dat eerst op. Aan de muur is elk van die vier lastiger te behandelen dan op de werkbank, en schilfers of meel vallen dan op je vloer.
-
Weeg het voorwerp op de weegschaal
Ga met het voorwerp op een personenweegschaal staan en trek je eigen gewicht eraf. Dat getal bepaalt in stap vijf de plug, en een schatting op het oog zit bij hout en glas vaak de helft naast.
-
Kies de wand op klimaat en looproute
Neem een binnenmuur voor hout, mos en instrumenten, niet boven een radiator en niet in de middagzon. Steekt het voorwerp meer dan 15 cm uit, meet dan of er in een gang nog 90 cm doorloop overblijft en of het buiten het draaivlak van een deur hangt.
-
Plak de omtrek op de muur en controleer de hoogte
Zet de buitenmaat met schilderstape op de wand, met het midden op 145 cm of de houder van een instrument op 150 tot 165 cm. Bekijk het vanaf de deur en vanaf je zitplek, want vanuit die twee standpunten zie je het straks het vaakst.
-
Stel het wandtype vast
Tik de wand af: hol met om de 40 tot 60 cm een massieve plek is gipsplaat op regels. Boor anders één proefgat op een plek die straks achter het voorwerp verdwijnt en kijk naar het gruis: rood is baksteen, fijn grijswit is kalkzandsteen, grof en wit is gasbeton.
-
Maak het ophangpunt aan het voorwerp
Schroef een ophanglat of twee D-ringen op wat plat is, en kies een beugel of houder voor wat geen schroef mag hebben. Zet onderaan een klosje van dezelfde dikte als de lat, zodat het voorwerp recht tegen de wand hangt.
-
Boor, plug en test met je handen
Boor de dikte van de stuclaag extra diep, blaas het gat leeg en zet de plug voorbij het stucwerk in de steen. Hang het voorwerp op en trek er met beide handen rustig omlaag aan voordat je loslaat, want een plug die nu meegeeft, geeft later ook mee.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat het voorwerp aan de muur gaat
Uit de praktijk
Het luik hangt scheef naar de muur en tikt als er een deur dichtvalt
Het symptoom is een voorwerp dat van opzij bovenaan een paar centimeter van de muur staat en onderaan ertegenaan ligt. Bij elke trilling in de wand, zoals een deur die dichtslaat, tikt de onderrand dan tegen het stucwerk.
De oorzaak is een ophangpunt dat alleen bovenaan afstand maakt. Een ophanglat van 18 mm, een beugel of een dikke D-ring houdt de bovenkant van de muur af, terwijl de onderkant nergens op rust en naar de wand toe zakt.
De correctie is een klosje of een paar viltdoppen onderaan van dezelfde dikte als wat bovenaan zit. Dan hangt het voorwerp evenwijdig aan de muur, rust het gewicht op twee lijnen en kan het niet meer heen en weer tikken.
Na de eerste winter zitten er scheurtjes in het hout
Een gitaar met een massief blad, een oud luik of een boomschijf die in de zomer gaaf aan de muur ging, heeft in februari een haarscheur of een open naad. Dat is geen materiaalfout maar krimp: in een verwarmde kamer zakt de luchtvochtigheid naar 30 tot 35 procent en het hout geeft zijn vocht af.
Hout krimpt langs de jaarringen ongeveer twee keer zo veel als dwars erop, dus de spanning loopt niet gelijk op en zoekt de zwakste plek. Boven een radiator gaat dat nog sneller, omdat de warme lucht recht langs het voorwerp omhoog stroomt.
Verplaats het voorwerp naar een binnenmuur zonder radiator eronder en zet er een hygrometer naast. Blijft de meter onder 40 procent, dan is een luchtbevochtiger in de kamer de enige maatregel die het hout zelf helpt.
Rond het voorwerp tekent zich een grijze of bruine rand af
Haal je het voorwerp na een jaar van de muur, dan staat de omtrek er als een schaduw op. Een grijze rand ontstaat vooral boven een radiator: de opstijgende warme lucht voert stof mee, en dat zet zich af op de koelere plekken en langs de randen van wat ertegen hangt.
Een bruine rand komt van metaal op een koude buitenmuur. Achter het voorwerp slaat bij koud weer condens neer, de roest komt weer op gang en loopt uit in het stucwerk.
Houd een voorwerp op zo'n wand met afstandhouders 1 tot 2 cm vrij, zet metaal vast met lak of was en hang wat stof trekt liever niet recht boven een radiator. De rand verdwijnt niet door hem af te wassen, maar door de luchtstroom erachter te veranderen.
Veelgemaakte fouten
Ophangen zonder te wegen
Een oud eiken luik voelt als een plank en weegt 12 tot 15 kilo, een oud raam met enkel glas 8 tot 12. Wie het gewicht schat, kiest een plug voor de helft daarvan.
Weeg het daarom altijd, want het hele verdere rekenwerk over pluggen en punten hangt aan dat ene getal.
Schroeven door iets waar geen schroef in hoort
Een schroef door een board opent de huid en de schuimkern trekt daarna vocht, een schroef door de klankkast van een instrument verandert de klank en een strak aangedraaide schroef door email laat de glazuurlaag rond het gat afspringen.
Laat zulke voorwerpen in een beugel of houder rusten die hun eigen vorm draagt, en gebruik bij een bord de bestaande gaten met een rubber ring eronder.
Een oud geverfd luik droog schuren
De verflaag op oud buitenwerk kan lood bevatten, en droog schuren of afbranden maakt daar fijn stof of damp van die je inademt en die in de kamer blijft liggen.
Test de verf eerst, laat een loodhoudende laag zitten en zet hem vast met transparante lak. Juist die oude laag is meestal de reden dat het voorwerp er origineel uitziet.
Een fiets of gitaar aan de gipsplaat zelf hangen
Een voorwerp dat je regelmatig pakt, geeft bij het eraf tillen en terughangen een schok van al snel het dubbele gewicht. In gipsplaat trekt die schok de plug langzaam een halve maan uit het gat.
Schroef de houder of de armen in de houten regel achter de plaat, of in de steen achter een voorzetwand, en reken met die dubbele belasting.
Een vers gezaagde boomschijf meteen binnen hangen
Vers hout droogt in een verwarmde kamer naar 8 tot 10 procent vocht, en omdat het langs de jaarringen twee keer zo veel krimpt als dwars erop, trekt het een scheur van de schors naar het hart.
Laat de schijf buiten onder een afdak drogen, met als vuistregel een jaar per 2,5 cm dikte, en hang hem pas daarna binnen.
Een diep voorwerp in de looproute hangen
Een racefiets met het stuur recht steekt 35 tot 45 cm uit, en in een gang van 110 cm blijft er dan minder over dan de 90 cm waarmee je met een wasmand door de gang komt.
Draai het stuur een kwartslag, hang het voorwerp op een wand waar niemand langs hoeft, of zet er in een woonkamer een lage kast onder die minstens even diep is.
Veelgestelde vragen
Wat kun je als iets origineels aan de muur hangen?
Iets origineels aan de muur is meestal een voorwerp dat er niet voor gemaakt is: een skateboard of surfboard, een gitaar of viool, een racefiets, een oud luik of raam, een emaillen bord, keramische borden, een boomschijf of een lichtobject. Wat ze gemeen hebben, is dat er geen ophangoog aan zit en dat je het gewicht niet kent.
Kies op wat bij je leven hoort en controleer daarna drie dingen: wat het weegt, hoe ver het uitsteekt en of het materiaal tegen de droge stooklucht en de zon op die wand kan.
Hoe hang je een surfboard of skateboard aan de muur?
Aan twee beugels met vilt die onder de randen grijpen, zodat er geen schroef door de huid gaat. Een skateboarddeck mag je ook met schroeven door de gaten van de trucks ophangen, want die gaten zitten er al.
Een shortboard van 183 cm past rechtop met zijn midden op 145 cm onder een plafond van 260 cm. Een longboard van 274 cm hangt liggend, met de onderrand 20 tot 30 cm boven het meubel eronder, en weegt met 5 tot 8 kilo genoeg om in gipsplaat twee metalen hollewandpluggen te vragen.
Kun je een gitaar aan de muur hangen zonder dat hij beschadigt?
Ja, met een houder die de hals net onder de kop vangt en op een binnenmuur die niet boven een radiator of in de middagzon ligt. Een instrument met een massief blad is gebouwd rond 40 tot 60 procent luchtvochtigheid, en in de stookperiode zakt een woonkamer vaak naar 30 tot 35 procent.
Heeft de gitaar nitrolak, kies dan een houder met een bekleding die daarvoor geschikt is, want sommige rubbers laten een afdruk in die lak. Schroef de houder in de steen of de regel, omdat je hem pakt en terughangt.
Hoe hang je een fiets als decoratie aan de muur?
Aan twee armen onder de bovenbuis, zodat de fiets parallel aan de wand hangt. Met het midden op 145 cm komen bij een racefiets de wielen op ongeveer 95 cm en het zadel op 195 cm.
Reken op 35 tot 45 cm diepte met het stuur recht en 25 tot 30 cm met het stuur gedraaid. Een racefiets van 7 tot 10 kilo kan in de houten regel van een gipsplaten wand, een stadsfiets van 15 tot 20 kilo hoort in beton of aan een chemisch anker.
Hoe hang je een oud luik of raamkozijn op?
Aan een ophanglat met een schuine kant van 45 graden: de ene helft op de muur, de andere op het luik, zodat ze in elkaar haken en het gewicht over de hele lat verdeeld wordt. Zet onderaan een klosje van dezelfde dikte, anders hangt het luik scheef naar de wand.
Controleer eerst de verf op lood en het hout op vers boormeel. Bij een oud raam tik je de stopverf na, want uitgedroogde stopverf laat enkel glas bij een tik uit het kozijn vallen.
Hoe zwaar mag een voorwerp aan een gipsplaten wand zijn?
Per punt houdt een kunststof hollewandplug ongeveer 4 kilo, een metalen hollewandplug 10, een kiepplug 12 en een schroef in de houten regel erachter 15. Twee punten houden samen niet het dubbele maar ongeveer anderhalf keer zoveel.
Voor voorwerpen die je pakt, zoals een gitaar of een fiets, reken je met het dubbele gewicht en ga je naar de regel. Wil je het per wandtype en gewicht opzoeken, gebruik dan de opzoekhulp voor pluggen en wandtypes.
Is een oud geverfd luik veilig om binnen op te hangen?
Zolang de verf vastzit wel. Oude buitenverf kan lood bevatten, en dat wordt pas een probleem als het loskomt als schilfers, stof of damp bij schuren en afbranden.
Test de verf met een loodteststift, veeg losse schilfers nat af en zet de laag vast met een transparante lak. Hang het luik buiten bereik van kinderen die aan de rand kunnen pulken, en laat het verwijderen van loodhoudende verf van een groot oppervlak over aan een vakbedrijf.
Hoe hang je borden aan de muur?
Met een veerhanger die precies op de doorsnede van het bord past, of met een klevend ophangplaatje op de achterkant. Een veerhanger die te krap is zet de rand onder spanning, een die te ruim is laat het bord kantelen.
Hang een groep borden met de middens rond 145 cm en overal 5 tot 8 cm tussen de randen, gemeten op het smalste punt. Een bord van 25 tot 30 cm weegt 0,5 tot 1 kilo, dus een spijkerhaakje of een kunststof hollewandplug is per bord genoeg.
Wat is goedkoop maar toch origineel aan de muur?
Een vondst uit de kringloop of van de sloop: een emaillen bord, een oud luik, een deel van een kozijn, een stapel borden of een lege houten lijst. Het voorwerp kost weinig, en wat je erbij koopt is een lat, een paar pluggen, viltdoppen en eventueel lak.
Reken wel de tijd voor het nakijken mee, want lood, houtworm en roest los je op voordat het binnen hangt. Meer ideeën voor de andere ruimtes staan bij woonaccessoires en verlichting.
Hoe voorkom je dat een boomschijf aan de muur scheurt?
Door hem eerst te laten drogen voordat hij binnen komt. Vers hout droogt in een verwarmde kamer naar 8 tot 10 procent vocht, en omdat het langs de jaarringen ongeveer twee keer zo veel krimpt als dwars erop, ontstaat er een scheur van de schors naar het hart.
Laat de schijf buiten onder een afdak drogen, met als vuistregel een jaar per 2,5 cm dikte, en hang hem daarna niet boven een radiator. Een schijf die al gescheurd is, kun je als voorwerp laten zoals hij is.
Hoe houd je een wand met geconserveerd mos mooi?
Geconserveerd mos heeft geen water of licht nodig, maar wel een gelijkmatige luchtvochtigheid van ongeveer 40 tot 60 procent. In drogere stooklucht wordt het broos en valt het uit, en in direct zonlicht bleekt de kleur.
Hang het dus uit de zon en niet boven een radiator, raak het zo min mogelijk aan en stof het alleen voorzichtig af met een zachte kwast. Het gewicht zit in de drager en niet in het mos, dus kies de plug op dat paneel.
Wat doe je met het snoer van een lichtobject aan de muur?
Een stopcontact zit meestal op 30 cm hoogte, dus bij een object op 150 cm loopt er 120 cm snoer over de wand. Werk dat weg in een smalle kabelgoot in de wandkleur, in een buis in een sleuf in het stucwerk, of met een extra wandcontactdoos achter het object.
Die extra wandcontactdoos mag je zelf vanaf een bestaande aansluiten; werk in de groepenkast is voor een elektricien. Een lijst of paneel met reliëf in dezelfde hoek belicht je beter apart, zoals uitgelegd bij het licht op iets aparts aan de muur.
Wanneer je beter een vakman belt
Het ophangen doe je zelf, maar drie dingen niet. Echte glazen neon brandt op een transformator van duizenden volts en hoort door een specialist geplaatst te worden, en voor een nieuw lichtpunt vanuit de groepenkast haal je een elektricien.
Loodhoudende verf van een groot oppervlak verwijderen is werk voor een vakbedrijf, omdat het lood daarbij als stof vrijkomt. Ovale gaten van 6 tot 10 mm in naaldhout wijzen op de huisboktor, en dan beoordeelt een plaagdierbedrijf of het voorwerp nog te behandelen is voordat het in huis komt.
Verder lezen over dit onderwerp
Iets aparts aan de muur
Muurdecoratie woonkamer modern

Donkere vloer welke kleur muur
Spiegel ophangen aan muur
