Tuin inrichten met planten: eerst zon en grond, dan de border
Een tuin richt je met planten in door eerst per plek de uren zon en de grondsoort vast te leggen, en pas daarna soorten te kiezen die bij die standplaats horen. Volle zon is zes uur of meer directe zon op een zomerdag, en een schutting van 180 cm legt in maart en september om het middaguur al 230 cm border in de schaduw. Bouw een border in lagen, met heesters achterin op minstens de halve eindbreedte van de schutting, vaste planten met 5 tot 9 stuks per vierkante meter en bodembedekkers met 8 tot 12. Plant in september en oktober of van maart tot mei, mulch met 5 tot 8 cm schors en geef de eerste zomer bij droogte één keer per week 20 liter per vierkante meter.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een weekend voor een border van 10 vierkante meter
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen
- Kosten
- vooral de planten: 50 tot 90 vaste planten en een paar heesters voor 10 vierkante meter
Gereedschap
- Spade en riek
- Plantschep
- Rolmaat van 5 m, touw en een paar piketten
- Kruiwagen
- Gieter van 10 liter
- Meetset of strips voor de zuurgraad
Materiaal
- Compost, 3 tot 5 cm voor het oppervlak van de border
- Gecomposteerde schors of houtsnippers voor een laag van 5 tot 8 cm
- Planten volgens het plantplan, met de aantallen per vierkante meter
In welke volgorde je een tuin met planten inricht
Een tuin inrichten met planten begint niet bij de plantenlijst, maar bij drie dingen die al vastliggen: hoeveel uur zon elke plek krijgt, wat voor grond erin zit en hoe je de tuin gebruikt. Pas als die drie op papier staan, weet je welke soorten er oud kunnen worden.
Het is dezelfde gedachte als binnen, waar het raam bepaalt wat er kan staan. Het overzicht van planten en groen in en om het huis zet die vragen naast elkaar; hier gaat het om borders, heesters en bomen in de volle grond.
De volgorde lijkt op die van een kamer indelen vanuit de vaste punten: eerst wat je niet kunt veranderen, dan de routes, dan het grootste element. In een tuin zijn de gevel, de schutting en een bestaande boom de vaste punten, en het grootste element is de boom of heester die over tien jaar zijn eindmaat heeft.

Begin je bij de soorten, dan ga je de tuin in met een kar planten die in het tuincentrum allemaal even groot waren. Een lavendel en een hortensia staan daar in dezelfde pot van 2 liter, terwijl de een volle zon en schrale grond wil en de ander halfschaduw en grond die nooit uitdroogt.
De tabel leest ook terug. Wil een border niet groeien, zoek dan de laag op die is overgeslagen, want daar zit de oorzaak en niet bij de plant.
| Laag in de volgorde | Wat je vastlegt | Wat er misgaat als je deze laag overslaat |
|---|---|---|
| 1. Zon en schaduw | Uren directe zon per plek in juni, en hoe ver de schaduw in maart en september reikt | Zonplanten die in de schaduw van de schutting lang en slap worden en nauwelijks bloeien |
| 2. Grond | Zand, zavel, klei of veen, hoe snel water wegzakt en de zuurgraad | Planten die in de winter in natte klei wegrotten of in zand elke zomer verdrogen |
| 3. Gebruik en routes | Terras, paden van 90 cm, speelgras, berging en de plek van de containers | Een border precies waar iedereen doorheen loopt naar de schuur |
| 4. Structuur | Boom, heesters en haag met hun eindmaat en de afstand tot de erfgrens | Een boom die na acht jaar over het terras en de schutting van de buren hangt |
| 5. Vaste planten en grassen | Soorten per standplaats in groepen, met een aantal per vierkante meter | Losse exemplaren die elkaar na twee jaar overwoekeren of nooit dichtgroeien |
| 6. Bodembedekkers en bollen | De onderste laag die de grond dichthoudt, en de voorjaarsbloei ertussen | Open grond waarop elk voorjaar opnieuw zaadonkruid kiemt |
Staat er al een grote boom, dan is die geen keuze meer maar een vast punt. Zijn kroon bepaalt de schaduw en zijn wortels halen het vocht uit de bovenste 30 tot 50 cm, dus meet eerst de kroonbreedte en behandel alles eronder als droge schaduw.
Hoeveel zon een plek krijgt en hoe ver de schaduw reikt
Op een plantlabel staat zon, halfschaduw of schaduw, en die woorden hebben een gangbare betekenis. Volle zon is minstens zes uur directe zon op een zomerdag, halfschaduw drie tot zes uur en schaduw minder dan drie uur. Dat is een indeling van kwekers en geen norm, maar het is wel de maat waarmee het label geschreven is.
Tel die uren op een heldere dag in juni of juli. Leg om negen, twaalf, drie en zes uur een stok langs de schaduwrand en schrijf per plek op hoe vaak hij in de zon lag. Wat de ligging van je tuin daaraan verandert, kun je per windrichting opzoeken in de lichtwijzer.
De schaduw van een schutting of gevel verandert met het seizoen, omdat de zon om het middaguur in juni ruim 60 graden hoog staat en in maart en september 38 graden. Een schutting van 180 cm werpt daardoor op dat moment in juni 100 cm schaduw, in maart en september 230 cm en in december bijna 7 m. 's Ochtends en 's avonds is die schaduw nog langer.
Een border van 150 cm diep langs een schutting op de zuidgrens ligt dus in juni om twaalf uur voor twee derde in de schaduw, en in maart en september helemaal. Voor bollen en vroege vaste planten, die juist in die maanden licht nodig hebben, maakt dat meer uit dan het label doet vermoeden.
Ochtendzon en middagzon tellen niet even zwaar. Om drie uur 's middags zijn lucht, grond en stenen al opgewarmd en verdampt het blad het meest, dus drie uur zon op het westen belast een plant zwaarder dan drie uur op het oosten. Tussen muren werkt dat nog sterker, omdat steen de warmte 's avonds uren afgeeft; hoe dat op een paar vierkante meter uitpakt, staat bij een kleine patio met muren rondom.
| Wat de schaduw werpt | Middagschaduw in juni | In maart en september | In december | Wat het voor de beplanting betekent |
|---|---|---|---|---|
| Schutting van 180 cm | 100 cm | 230 cm | Bijna 7 m | Een border van 150 cm diep aan de schaduwzijde krijgt alleen van mei tot half augustus middagzon op de voorste rand |
| Schutting of haag van 200 cm | 110 cm | 255 cm | Ruim 7,5 m | Twintig centimeter extra hoogte kost in het voor- en najaar 25 cm zon in de border |
| Berging of garage van 250 cm | 140 cm | 320 cm | Bijna 10 m | De strook achter de berging is in het voorjaar een schaduwborder, ook in een tuin op het zuiden |
| Gevel met de goot op 6 m | 330 cm | 770 cm | Ruim 23 m | Tegen de gevel van een tuin op het noorden komt het hele jaar geen middagzon |
| Schutting op de oost- of westgrens | Vrijwel geen | Vrijwel geen | Vrijwel geen | Die schaduw valt 's ochtends of 's avonds: op de oostgrens neemt hij de ochtendzon weg, op de westgrens de avondzon |
Meet de schaduwrand ook in maart als je bollen en voorjaarsbloeiers plant. In juni is de schaduw het kortst en lijkt elke plek zonnig; in maart zie je welke strook licht krijgt in het seizoen dat die planten uitlopen.
Welke grond je hebt en wat je eraan verbetert
De grond bepaalt hoeveel water en lucht er bij de wortels komt, en dat beslist vaak meer over wat blijft staan dan de zon. Doe de twee proeven hieronder op drie plekken, want een nieuwbouwtuin heeft vaak een laag aangevoerde grond op verdichte klei, en langs de gevel zit nog bouwpuin.
Voor de knijpproef pak je een handvol vochtige grond van 10 cm diep en knijp je erin. Zand valt uit elkaar en knarst, zavel en leem vormen een bal die breekt als je erop drukt, en klei laat zich kneden tot een rolletje dat je tot een ring kunt buigen. Veen is donkerbruin tot zwart, voelt sponzig en is droog opvallend licht.
Voor de waterproef graaf je een gat van 30 bij 30 cm en 30 cm diep, vul je het met water en laat je het leeglopen. Vul het daarna opnieuw: is dat water binnen een uur weg, dan droogt de grond in de zomer snel uit. Zakt het minder dan 2 cm per uur, dan staat hij in de winter te lang nat voor lavendel, rozemarijn en siergrassen die een droge voet willen.
Verbeteren doe je met organisch materiaal. Werk bij de aanleg 3 tot 5 cm compost door de bovenste 20 tot 25 cm en leg er daarna elk jaar ongeveer 1 cm bovenop, zo'n 10 liter per vierkante meter. Meer helpt niet: compost bevat fosfaat, en dat hoopt zich op tot vaste planten er lang en slap van worden.
Op zware klei maak je geen plantgat vol potgrond of zand. Zo'n los gat in dichte grond vangt het regenwater uit de omgeving en blijft vol staan, waardoor de wortels juist daar stikken. Verbeter daarom een heel vak tegelijk, of leg een verhoogde border van 30 tot 40 cm aan.
Meet ook de zuurgraad, met een meetset of strips uit het tuincentrum. De meeste vaste planten staan goed tussen pH 6 en 7,5; skimmia, rododendron, heide en een hortensia die blauw moet blijven willen 4,5 tot 5,5, en lavendel doet het juist beter op kalkrijke grond.
| Grondsoort | Zo herken je hem | Wat hij met water doet | Wat je eraan doet |
|---|---|---|---|
| Zand | Valt uit elkaar in je hand en knarst tussen je vingers | Water zakt binnen een uur weg en voeding spoelt mee | Elk jaar compost bovenop en een mulchlaag van 5 tot 8 cm tegen verdamping |
| Zavel of leem | Vormt een bal die breekt als je erop drukt | Houdt water vast en laat het overschot door | Weinig: 1 cm compost per jaar houdt de structuur open |
| Klei | Kneedbaar, glanst als je erover wrijft, rolt tot een ring | Staat in de winter nat en scheurt in een droge zomer | Compost door een heel vak, niet bewerken of betreden als hij nat is, en verhoogd planten voor soorten met een droge voet |
| Veen | Donkerbruin tot zwart, sponzig, droog heel licht | Blijft lang nat en klinkt in als hij uitdroogt | Soorten voor vochtige grond kiezen; de grondwaterstand verander je niet met een tuinklus |
| Nieuwbouwgrond | Een laag zand of teelaarde op een harde laag met grijze of roestbruine vlekken | Water blijft op de verdichte laag staan | De harde laag op 30 tot 40 cm diep doorsteken met een riek en het puin eruit halen |
Een border opbouwen in lagen, van boom tot bodembedekker
Een border in lagen werkt omdat elke laag een eigen stuk ruimte gebruikt: een boom de lucht boven 2 m, heesters de hoogte tussen 1 en 3 m, vaste planten en grassen de strook tot anderhalve meter, en bodembedekkers de grond zelf. Zo staan er op een vierkante meter meer planten zonder dat ze om hetzelfde licht vechten.

De diepte van de border bepaalt hoeveel lagen erin passen. Tot 100 cm diep past een rij vaste planten met een lage rand, bij 150 cm krijg je twee hoogtes achter elkaar, en pas vanaf ongeveer 200 cm is er plek voor heesters achterin met vaste planten en een voorrand ervoor.
Uit de Engelse bordertraditie komt de vuistregel dat de hoogste planten niet hoger worden dan de helft tot twee derde van de borderdiepte. Dat is een smaakregel, maar er zit een mechanisme onder: een plant van 150 cm in een border van 100 cm diep valt na een regenbui over het pad en neemt de rij ervoor het licht af.
Hoog achter en laag voor hoef je niet strak aan te houden. Een paar hoge, doorzichtige planten vooraan, zoals Verbena bonariensis of pijpenstrootje met dunne pluimen, maken de border dieper omdat je erdoorheen kijkt; een dichte plant van dezelfde hoogte sluit hem af.
Reken jezelf ook mee. Vanaf de rand reik je zo'n 70 cm ver zonder op de grond te staan. Een border die dieper is dan 140 cm en maar van één kant bereikbaar is, heeft daarom stapstenen of een onderhoudspad nodig, anders loop je elk voorjaar de grond rond de planten vast.
Kijk daarna vanaf de plek waar je het vaakst naar buiten kijkt, meestal het raam van de woonkamer. De border die je daarvandaan ziet, verdient de meeste herhaling en de langste bloei, op dezelfde manier als planten in de woonkamer bij hun lichtzone horen.
Hoeveel planten er op een vierkante meter passen en hoe ver ze uit elkaar staan
Plant op de eindmaat en niet op de potmaat. Een vaste plant uit een pot van 9 cm is na twee seizoenen 40 tot 60 cm breed, een heester uit een pot van 3 liter wordt in vijf jaar 150 cm, en een kleine boom heeft pas na tien tot vijftien jaar zijn kroon.
Voor vaste planten reken je met een aantal per vierkante meter, en dat aantal volgt uit de breedte die de plant na twee jaar heeft. Bij 9 per vierkante meter staan ze om de 33 cm, bij 7 om de 38 cm, bij 5 om de 45 cm en bij 3 om de 58 cm. Plant je verspringend per rij, in driehoeksverband, dan sluit de groep gelijkmatiger dan in rechte rijen.
Minder planten kan, maar dan ligt er twee seizoenen open grond waarop onkruid kiemt. Meer planten geeft het eerste jaar een vol beeld en na drie jaar een border waarin de sterkste soorten de rest wegdrukken, zodat je moet gaan scheuren.
Heesters en bomen reken je per plant. Zet heesters van hart tot hart op een afstand gelijk aan hun eindbreedte en houd tot een pad of schutting de halve eindbreedte plus 20 cm aan. De lege ruimte vul je de eerste jaren met vaste planten die je later verplaatst.
Bij de erfgrens geldt het Burgerlijk Wetboek. Volgens artikel 5:42 staat een boom minstens 2 m van de grens, gemeten vanaf het midden van de stam, en een heester of heg minstens 50 cm. De buren kunnen verwijdering eisen, behalve als ze toestemming hebben gegeven, als de beplanting niet boven de scheidsmuur uitkomt, of als de plaatselijke regels een kleinere afstand toestaan.
| Soort plant | Hoogte als hij volgroeid is | Aantal of ruimte | Plantafstand | Voorbeelden |
|---|---|---|---|---|
| Bodembedekker | 10 tot 30 cm | 8 tot 12 per m² | 29 tot 35 cm | Ooievaarsbek (Geranium macrorrhizum), elfenbloem, Waldsteinia, kleine maagdenpalm |
| Lage vaste plant | 20 tot 40 cm | 7 tot 9 per m² | 33 tot 38 cm | Vrouwenmantel, heuchera, longkruid, tijm |
| Middelhoge vaste plant | 40 tot 90 cm | 5 tot 7 per m² | 38 tot 45 cm | Salvia nemorosa, zonnehoed, Rudbeckia fulgida, hemelsleutel |
| Hoge vaste plant | 100 tot 180 cm | 3 tot 4 per m² | 50 tot 58 cm | Herfstaster, leverkruid, moerasspirea |
| Middelgroot siergras | 40 tot 80 cm | 3 tot 5 per m² | 45 tot 58 cm | Lampenpoetsergras, ruwe smele, pijpenstrootje |
| Groot siergras | 150 tot 250 cm | 1 tot 2 per m² | 70 tot 100 cm | Prachtriet (Miscanthus) |
| Voorjaarsbollen | 10 tot 60 cm | Tulp en narcis 40 tot 60 per m², krokus 80 tot 100 | 13 tot 16 cm, krokus 10 cm | Tulp, narcis, krokus, sierui |
| Heester tot 150 cm breed | 100 tot 150 cm | 1 per 1,5 tot 2 m² | Hart tot hart gelijk aan de eindbreedte | Skimmia, boerenhortensia, spierstruik |
| Grote heester | 200 tot 300 cm | 1 per 4 tot 6 m² | 200 tot 250 cm | Vlinderstruik, sering, sneeuwbal |
| Kleine boom | 4 tot 8 m | 1 per 25 m² tuin | Minstens 2 m tot de erfgrens | Krentenboompje, sierappel, Japanse esdoorn, lijsterbes |
Zet alle potten op hun plek op de border voordat je een gat graaft, en leg een meetlat van 1 m naast elke groep. Tel dan per vierkante meter: je ziet meteen of een groep te dicht staat, en verschuiven kost nu een minuut.
Welke planten bij welke standplaats horen
Zon en grond samen maken de standplaats, en een plant op de verkeerde standplaats red je niet met extra water of voeding. Zoek daarom eerst de rij in de tabel die bij jouw plek past, en kies daarbinnen pas op kleur en hoogte.
De soorten die op elke lijst van zonplanten staan, lavendel, salvia, zonnehoed, kattenkruid en rozemarijn, vragen meer dan zon. Lavendel en rozemarijn komen van droge, kalkrijke hellingen en gaan in natte klei in de winter dood aan wortelrot en niet aan de kou. Rozemarijn bevriest daarbij in een strenge winter, en op zand tegen een zuidmuur heeft hij de meeste kans.
In de schaduw is het verschil tussen droog en vochtig groter dan dat tussen halfschaduw en schaduw. Hosta en astilbe willen grond die nooit uitdroogt en hangen onder een boom in juli slap, terwijl ooievaarsbek, elfenbloem en mannetjesvaren in diezelfde droge schaduw overeind blijven.
Voor natte grond worden vaak lisdodde en moerasvergeet-mij-nietje genoemd, maar dat zijn oeverplanten die met hun voet in het water staan. Lisdodde verspreidt zich met wortelstokken en hoort hooguit in een vijver in een bak; in een natte border staan moerasspirea, kattenstaart, Siberische iris en zegge beter.
Een onderhoudsarme border bestaat vooral uit soorten die bij de standplaats horen en niet woekeren of uitzaaien. Vrouwenmantel staat vaak op zulke lijsten, maar zaait zich na de bloei in elke voeg uit; knip de bloemen af voordat ze bruin worden, dan krijg je ook vers blad.
Planten in potten combineer je op dezelfde manier, alleen droogt een pot sneller uit dan de volle grond. Zet in een pot alleen soorten met dezelfde water- en lichtbehoefte bij elkaar; hoe groot die pot moet zijn en wat hij nat weegt, staat bij planten in bakken en potten op een balkon.
| Standplaats | Planten die hier blijven staan | Waar je op let |
|---|---|---|
| Zon, droge en schrale grond | Lavendel, tijm, hemelsleutel, blauw schapengras, Russische salie, kattenkruid | Geen compost bijmengen en niet in natte klei; op rijke grond vallen ze open |
| Zon, gewone tuingrond | Salvia nemorosa, zonnehoed, Rudbeckia fulgida, ooievaarsbek 'Rozanne', sierui, lampenpoetsergras | Zonnehoed leeft op zware, natte grond vaak maar twee tot drie jaar |
| Halfschaduw met ochtendzon | Boerenhortensia, herfstanemoon, vrouwenmantel, astilbe, heuchera | Middagzon op het westen verbrandt het blad van hortensia en astilbe |
| Vochtige schaduw | Hosta, astilbe, longkruid, Kaukasisch vergeet-mij-nietje, struisvaren | Slakken eten hosta met dun blad eerder dan soorten met dik blauwgrijs blad |
| Droge schaduw onder bomen | Ooievaarsbek (Geranium macrorrhizum), elfenbloem, mannetjesvaren, Waldsteinia, kleine maagdenpalm | Plant in het najaar, als de boom geen water meer trekt, en geef de eerste zomer extra water |
| Zure, humusrijke grond in halfschaduw | Skimmia, rododendron, pieris, blauwe hortensia | In volle zon of op kalkrijke grond wordt het blad geel |
| Natte grond die in de winter blank staat | Moerasspirea, kattenstaart, Siberische iris, zegge, witte kornoelje | Geen lavendel, rozemarijn of grassen voor droge grond: die rotten weg |
| Wintergroen voor structuur | Taxus, Japanse hulst, hulst, skimmia, laurierkers, zegge | Buxus wordt aangetast door buxusmot en schimmel; echte laurier (Laurus nobilis) bevriest in een strenge winter |
Planten combineren zodat de border het hele jaar iets doet
Een border die alleen in juni bloeit, is de rest van het jaar een groene vlakte. Spreid de bloei daarom over drie seizoenen en zet er planten tussen die in de winter blijven staan: grassen, zaadhoofden en wintergroen blad.
De meeste ontwerpers werken met een beperkt aantal soorten die ze in groepen herhalen, en dat is een gewoonte met een reden. Het oog zoekt herhaling om een patroon te zien, dus tien soorten die elk drie keer terugkomen lezen als één border en dertig losse soorten als een verzameling. Hoe ver je daarin kunt gaan, laat een tuin met vijf tot acht soorten die steeds terugkomen zien.
Oneven groepen van drie, vijf of zeven zijn ook een ontwerpgewoonte en geen wet. Ze werken omdat een oneven groep geen midden heeft waar het oog hem in tweeën knipt, zodat hij als één vlek leest in plaats van als twee paren.
Combineer op bladvorm en niet uitsluitend op kleur. Het grote ronde blad van een hosta naast de sprieten van een gras en het gedeelde blad van een varen blijft zonder bloem uit elkaar te houden. Drie soorten met middelgroot groen blad worden samen één groene massa.
Een combinatie voor de zon die van mei tot oktober doorloopt: sierui voor mei en juni, salvia en kattenkruid in juni en juli, vrouwenmantel als lage zoom, zonnehoed en hemelsleutel voor augustus en september, en een siergras dat tot februari blijft staan. Salvia en kattenkruid knip je eind juni tot een hand boven de grond, dan bloeien ze na drie tot vier weken opnieuw.
Voor halfschaduw schuift de bloei naar voren en naar achteren: kerstroos en longkruid van februari tot april, astilbe in de zomer en herfstanemoon van augustus tot oktober. Het blad van hosta en varens houdt het vlak daartussen bij elkaar.
| Plant | Standplaats | Hoogte | Bloei | Wat hij na de bloei doet |
|---|---|---|---|---|
| Sierui (Allium 'Purple Sensation') | Zon | 70 tot 90 cm | Mei en juni | Het blad sterft al tijdens de bloei af, dus zet hem tussen planten die dat verbergen |
| Kattenkruid (Nepeta) | Zon | 30 tot 60 cm | Mei tot september, met terugknippen | Eind juni terugknippen geeft een tweede bloei |
| Salvia nemorosa | Zon | 40 tot 60 cm | Juni en juli, opnieuw in augustus | Bloeit alleen opnieuw als je hem na de eerste bloei terugknipt |
| Vrouwenmantel | Zon tot halfschaduw | 30 tot 50 cm | Juni en juli | Zaait uit als je de bloemen laat staan |
| Zonnehoed (Echinacea) | Zon | 60 tot 90 cm | Juli tot september | De zaadhoofden blijven tot in de winter staan en trekken vogels |
| Hemelsleutel (Hylotelephium 'Herbstfreude') | Zon, droog | 40 tot 60 cm | Augustus tot oktober | De bruine schermen staan de hele winter |
| Herfstaster | Zon tot halfschaduw | 80 tot 150 cm | September en oktober | Late nectar voor bijen en vlinders |
| Herfstanemoon | Halfschaduw | 80 tot 120 cm | Augustus tot oktober | Breidt zich langzaam uit met wortelstokken |
| Kerstroos (Helleborus) | Halfschaduw tot schaduw | 30 tot 40 cm | Februari tot april | Wintergroen blad; knip het oude blad in januari weg voordat de bloemen komen |
| Longkruid (Pulmonaria) | Schaduw | 25 tot 30 cm | Maart en april | Het gevlekte blad blijft tot de herfst |
| Siergras (Miscanthus, Molinia) | Zon | 80 tot 200 cm | Pluimen van augustus tot oktober | Blijft tot februari staan en gaat eind februari tot half maart terug |
Het plantmoment en het plantgat
Vaste planten en heesters in pot kun je het hele jaar planten zolang de grond niet bevroren of kurkdroog is, maar de beste maanden zijn september en oktober, en daarna maart tot mei. In het najaar is de grond nog warm van de zomer en regent het vaker, dus groeien de wortels door terwijl het blad weinig verdampt.
Siergrassen, herfstasters en andere late soorten plant je liever in het voorjaar. Ze wortelen pas in warme grond, en een pol die in november in natte klei gaat, staat tot april in koud water zonder nieuwe wortels te maken.
Heesters en bomen met blote wortel of met een kluit in jute plant je van november tot maart op een dag zonder vorst, omdat ze dan in rust zijn. Voorjaarsbollen gaan van september tot november de grond in, tulpen liefst in oktober en november, op een diepte van twee tot drie keer de hoogte van de bol.
Zet een pot voor het planten in een emmer water tot er geen luchtbellen meer opstijgen. Een kluit die droog de grond in gaat, neemt daarna nauwelijks water op, omdat het water langs de potgrond wegloopt in de losse aarde eromheen.
Graaf het gat twee keer zo breed als de kluit en even diep. Te diep zet de stengelvoet onder de grond, waar hij rot, en te ondiep laat de potgrond boven de tuingrond uitsteken, waar hij als een spons uitdroogt. Druk de grond met je handen aan en giet meteen: 2 tot 3 liter voor een vaste plant, 10 liter voor een heester en 30 tot 50 liter voor een boom.
Leg paden, terras en een eventuele waterpartij aan voordat je plant, want een kruiwagen vol tegels door een verse border drukt de grond dicht. Wat daarbij komt kijken, staat bij het inrichten van terras, paden en water in de tuin.
Plant een boom nooit dieper dan hij in de pot of kwekerij stond. De wortelaanzet hoort net zichtbaar boven de grond te zitten; ligt die onder de aarde, dan krijgt de stam op die hoogte geen lucht en kan de bast gaan rotten.
Water, mulch en snoei in het eerste jaar en daarna
Een nieuwe border heeft de eerste zomer water nodig, omdat de wortels nog in de kluit zitten. Een warme zomerdag verdampt 3 tot 5 mm, en 1 mm is 1 liter per vierkante meter, dus een droge week kost een border 20 tot 30 liter per vierkante meter.
Geef dat water in één keer per week en niet elke avond een beetje. Een paar liter per avond maakt alleen de bovenste centimeters nat en daar blijven de wortels dan zitten. Bij 20 liter in één beurt zakt het water op gewone tuingrond 10 tot 15 cm diep en groeien de wortels mee naar beneden, waar de grond langer vochtig blijft.
Een jonge boom krijgt de eerste twee zomers bij droogte één keer per week 50 tot 100 liter, langzaam gegeven zodat het niet over de grond wegloopt. Heesters die drie jaar staan en vaste planten in hun tweede seizoen redden zich in een gewone zomer met regenwater.
Een mulchlaag van 5 tot 8 cm gecomposteerde schors of houtsnippers houdt zaadonkruid twee tot drie jaar weg en remt de verdamping. Leg hem op natte grond en houd 5 cm vrij rond de stengels; welke andere aanpak tussen planten werkt, kun je opzoeken voor onkruid in een border.
Knip in de herfst niet alles kort. Stengels, zaadhoofden en grassen houden het hart van de plant in de winter droog, geven insecten een schuilplek en vogels zaad, dus siergrassen en vaste planten gaan pas eind februari tot half maart terug. Voor heesters, hagen en rozen verschilt het moment per soort, en dat staat per plant in de snoeikalender met 48 soorten.
Tussen 15 maart en 15 juli blijf je met de heggenschaar uit een haag of heester waarin een vogel broedt. Die data zijn een vuistregel, maar het verstoren van een nest dat in gebruik is, valt onder de zorgplicht die sinds 2024 in de Omgevingswet staat.
| Wanneer | Wat je in de border doet | Waarom op dat moment |
|---|---|---|
| Eind februari tot half maart | Siergrassen terug tot 10 tot 15 cm, oude stengels van vaste planten tot 5 cm | De nieuwe scheuten zitten nog onder de grond en worden niet mee afgeknipt |
| Maart | Vlinderstruik terug tot 30 tot 50 cm | Hij bloeit op hout van dit jaar, en holle takken die in de herfst gesnoeid zijn vriezen open |
| April | Wintergroene grassen uitkammen, lavendel licht bijknippen, bij de boerenhortensia alleen de uitgebloeide bollen eraf | Knip je de hortensia dieper, dan gaan de bloemknoppen van dit jaar mee |
| Mei en juni | Nieuwe aanplant bij droogte één keer per week water geven | De wortels zitten nog in de kluit en halen geen water uit de grond eromheen |
| Eind juni tot half juli | Salvia, kattenkruid en ooievaarsbek tot een hand boven de grond | Na drie tot vier weken volgt een tweede bloei |
| Augustus | Lavendel: de bloemstelen plus 2 tot 3 cm blad eraf | Later of dieper snoeien in kaal hout geeft geen nieuwe scheuten |
| September en oktober | Planten, verplanten en vaste planten scheuren | De grond is nog warm en de regen komt terug |
| November | Blad van gazon en paden op de border harken | Het verteert tot humus en beschermt de wortels tegen vorst; alleen van wintergroene bodembedekkers haal je het af |
Zo zet je een border neer, van de eerste meting tot de mulch
Elke stap legt vast waaruit de volgende kiest, zodat je geen plant koopt voor een plek die hij niet aankan.
-
Tel per strook de uren zon op een heldere zomerdag
Leg om negen, twaalf, drie en zes uur een stok langs de schaduwrand. Een strook die op drie of vier van die momenten in de zon ligt is volle zon, op twee momenten halfschaduw en op één of geen moment schaduw, en met die indeling zijn de plantlabels geschreven.
-
Doe de knijpproef en de waterproef op drie plekken
Grond verschilt binnen één tuin, zeker langs de gevel en in een nieuwbouwwijk. Schrijf per plek op of het zand, zavel, klei of veen is en hoe snel een gat van 30 cm diep leegloopt, want dat bepaalt of een soort met een droge voet er de winter overleeft.
-
Teken de tuin op schaal met paden, terras en borders
Werk op schaal 1 op 50, dus 2 cm op papier per meter, en verdeel de borders in vakken van 1 bij 1 m. Houd paden 90 cm breed en een border die van één kant bereikbaar is hooguit 140 cm diep, of teken er stapstenen in.
-
Zet eerst de structuur erin en vul daarna de vakken
Teken de boom en de heesters als cirkels op hun eindbreedte, met een boom minstens 2 m van de erfgrens. Vul daarna elk vak met een soort uit de rij van zijn standplaats, schrijf het aantal per vierkante meter erbij en tel per soort op voor de boodschappenlijst.
-
Maak de grond klaar voordat er een plant in gaat
Haal wortelonkruid als zevenblad en kweekgras er met de riek helemaal uit, want een stukje wortel van een centimeter loopt weer uit. Steek de grond los, werk 3 tot 5 cm compost door de bovenste 25 cm en hark het vlak; na het planten kom je niet meer bij die wortels.
-
Zet de potten uit en plant van achter naar voor
Zet alle potten op hun plek, bekijk ze vanaf het raam en het terras en schuif voordat je graaft. Plant daarna eerst de heesters achterin en dan de vaste planten, zodat je niet op de pas geplante voorrand hoeft te staan.
-
Giet aan en leg de mulchlaag op natte grond
Geef 2 tot 3 liter per vaste plant en 10 liter per heester, en leg daarna 5 tot 8 cm mulch neer met 5 cm vrij rond de stengels. Mulch op droge grond houdt die droogte juist vast, omdat de regen van een korte bui in de laag blijft hangen.
-
Geef de eerste zomer bij droogte één keer per week water
Geef 20 liter per vierkante meter in twee beurten met een kwartier ertussen, zodat het water kan wegzakken. Voel 10 cm diep naast een plant of het daar vochtig is, en houd dit vol tot de border in september dichtgroeit.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je planten koopt
Uit de praktijk
De border is na drie jaar een dichte massa en de voorste rij verdwijnt
Een border die in het derde jaar dichtslibt, is geplant op de maat van de pot in plaats van de maat na twee tot vijf jaar. De heester die in een pot van 3 liter 40 cm breed was, is nu 150 cm en ligt over de vaste planten ervoor. De sterkste vaste planten, zoals ooievaarsbek en herfstaster, zijn in de ruimte van de zwakkere gegroeid.
Wat eronder komt te staan krijgt geen licht meer en valt uit, en dan lijkt het of die soort niet deugde. Verplant in het najaar de heester die te dicht staat, scheur de woekeraars en zet de rest terug op de afstanden uit de tabel.
Een plant voor halfschaduw krijgt bruine bladranden aan de westkant
Bruine, papierachtige randen aan hosta, astilbe of hortensia in juli wijzen op middagzon, ook als die plek volgens de telling maar drie of vier uur zon krijgt. Op het westen vallen die uren in het warmste deel van de dag, als het blad meer water verdampt dan de wortels kunnen aanvoeren.
Met evenveel uren zon aan de oostkant staat dezelfde plant goed. Verplaats hem in het najaar naar de oostzijde of in de schaduw van een heester, of zet op de westplek soorten die middagzon verdragen, zoals herfstanemoon en ooievaarsbek.
Nieuwe planten hangen in juli slap terwijl de grond er elke avond nat uitziet
Elke avond een gieter over de border maakt de bovenste centimeters donker en nat, terwijl de kluit eronder droog blijft. De wortels van een nieuwe plant zitten nog in die kluit, en potgrond die eenmaal is uitgedroogd stoot water af, zodat het langs de kluit de tuingrond in loopt.
Geef daarom één keer per week 20 liter per vierkante meter in twee beurten met een kwartier ertussen. Steek met een schepje 10 cm diep naast de plant: is het daar droog, dan was het water niet genoeg.
Veelgemaakte fouten
Planten kopen voordat je de zon hebt geteld
Een plant voor volle zon die maar drie uur zon krijgt, groeit lang en slap naar het licht, valt om en maakt te weinig suikers om goed te bloeien. Een schaduwplant in de middagzon verbrandt juist. Water of voeding lost geen van beide op, alleen een andere plek.
Een heester op de maat van de pot neerzetten
In het tuincentrum is een heester 40 cm breed, in de tuin na vijf jaar 150 cm. Staat hij met zijn hart 30 cm van het pad, dan hangt hij daarna 45 cm over de looproute en snoei je hem elk jaar in vorm, waarbij de bloemknoppen meegaan.
Zet hem op de halve eindbreedte plus 20 cm van pad of schutting, en vul de ruimte ervoor de eerste jaren met vaste planten.
Een plantgat in klei vullen met potgrond of zand
Losse grond in een gat in dichte klei werkt als een emmer: het regenwater uit de omgeving loopt erin en kan er niet uit. De wortels staan dan de hele winter in stilstaand water en sterven af. Verbeter een heel vak met compost, of plant verhoogd.
Een boom kiezen op de hoogte bij aankoop
Een boom van 2,5 m in een pot zegt niets over zijn kroon over vijftien jaar. Een lijsterbes wordt 6 tot 8 m hoog, een ruwe berk uiteindelijk 15 tot 20 m, en die laatste past niet in een tuin van 6 m breed. Teken de eindkroon op de plattegrond en reken de schaduw die hij in maart werpt mee.
In de herfst de hele border kortknippen
Holle stengels die in oktober worden afgeknipt lopen vol regenwater, en dat water bevriest in het hart van de plant. Siergrassen rotten zo van binnenuit, en insecten die in de stengels overwinteren verdwijnen met het snoeiafval. Laat alles staan tot eind februari.
Gronddoek onder een border leggen
Op gronddoek hoopt zich blad en stof op, en daarin kiemt onkruid alsnog van bovenaf. Het doek houdt tegelijk compost en regenwormen buiten de grond, en je kunt niets meer bijplanten of scheuren zonder het open te snijden. Een mulchlaag van 5 tot 8 cm doet in een border hetzelfde werk zonder die nadelen.
Van elke soort maar één plant kopen
Dertig soorten van elk één exemplaar geven een border zonder patroon, omdat het oog geen herhaling vindt om aan vast te houden. Dat is een smaakkwestie, maar er zit ook een praktische kant aan: een losse plant van 30 cm breed verdwijnt tussen zijn buren, terwijl een groep van vijf een vlek vormt die je vanaf het terras ziet.
Veelgestelde vragen
Hoe begin je met een tuin inrichten met planten?
Begin met drie metingen: de uren zon per plek op een zomerdag, de grondsoort met een knijp- en een waterproef, en het gebruik van de tuin, met paden van 90 cm en het terras op de tekening. Pas dan weet je welke stroken borders worden en welke standplaats elke border heeft.
Kies daarna eerst de boom en de heesters met hun eindmaat, en vul de ruimte ertussen met vaste planten in groepen. Bodembedekkers en bollen komen als laatste laag.
Hoeveel vaste planten zet je per vierkante meter?
Dat hangt af van de breedte die de plant na twee jaar heeft. Lage vaste planten tot 40 cm zet je met 7 tot 9 per vierkante meter, middelhoge tot 90 cm met 5 tot 7, hoge soorten met 3 tot 4 en bodembedekkers met 8 tot 12.
Bij 9 per vierkante meter staan de planten om de 33 cm, bij 5 om de 45 cm. Plant je verspringend per rij, dan groeit de groep gelijkmatiger dicht.
Wanneer kun je het best planten in de tuin?
Planten in pot gaan het best de grond in in september en oktober, of van maart tot mei. In het najaar is de grond nog warm en groeien de wortels door, terwijl het blad weinig water verdampt.
Siergrassen en herfstasters plant je liever in het voorjaar, omdat ze pas in warme grond wortelen. Bomen en heesters met blote wortel gaan van november tot maart de grond in op een vorstvrije dag, en voorjaarsbollen van september tot november.
Welke planten zijn geschikt voor schaduw?
Kijk eerst of de schaduw droog of vochtig is. In vochtige schaduw doen hosta, astilbe, longkruid, Kaukasisch vergeet-mij-nietje en struisvaren het goed; onder bomen, waar de wortels het vocht weghalen, blijven ooievaarsbek, elfenbloem, mannetjesvaren en kleine maagdenpalm staan.
Skimmia hoort ook in de schaduw thuis, maar wil zure, humusrijke grond en wordt op kalkrijke grond geel. Voor halfschaduw met ochtendzon komen boerenhortensia en herfstanemoon erbij.
Wat zijn onderhoudsarme tuinplanten?
Een plant is onderhoudsarm als hij bij zijn standplaats past, lang leeft, niet omvalt en niet uitzaait of woekert. Ooievaarsbek (Geranium macrorrhizum), elfenbloem, hemelsleutel, Salvia nemorosa, pijpenstrootje en hosta op een vochtige plek voldoen daaraan.
Lavendel staat vaak op zulke lijsten, maar vraagt twee snoeibeurten per jaar, in april en augustus, anders wordt hij onderin kaal en loopt hij uit dat kale hout niet meer uit. Vrouwenmantel zaait zich uit als je de bloemen laat staan.
Welke planten blijven in de winter groen?
Taxus, Japanse hulst, hulst, skimmia en laurierkers blijven groen, en in de lage laag doen zegge, kerstroos, kleine maagdenpalm en Waldsteinia dat ook. Taxus loopt zelfs uit oud hout weer uit, dus een haag die te breed wordt kun je fors terugzetten.
Buxus wordt veel geplant, maar lijdt onder buxusmot en buxusschimmel. Met laurier wordt in Nederlandse tuinen meestal laurierkers bedoeld; de echte laurier bevriest in een strenge winter.
Hoeveel planten heb je nodig voor een border van 10 vierkante meter?
Reken per laag. Gaat 3 vierkante meter naar twee heesters van 150 cm breed, 5 vierkante meter naar vaste planten met gemiddeld 6 per vierkante meter en 2 vierkante meter naar een voorrand met 10 bodembedekkers per vierkante meter, dan koop je 2 heesters, 30 vaste planten en 20 bodembedekkers.
De prijs zit vooral in de potmaat. Een vaste plant uit een pot van 9 cm haalt een plant uit een pot van 2 liter meestal in één seizoen in, bij heesters en bomen scheelt een grotere maat wel jaren.
Kun je planten in potten in de tuin combineren?
Ja, zolang de planten in één pot dezelfde water- en lichtbehoefte hebben. Lavendel en tijm gaan samen, lavendel en hosta niet, want de een wil droogte en de ander grond die nooit uitdroogt.
Kies een pot van minstens 30 cm diep voor vaste planten die blijven staan, met een gat in de bodem. Een pot in de zon droogt op een warme dag in een paar uur uit, dus zet potten liever in halfschaduw of groepeer ze, zodat ze elkaar schaduw geven.
Hoe snel groeit een border dicht?
Vaste planten die op de juiste afstand staan, sluiten in twee seizoenen; het eerste jaar maken ze vooral wortels en het tweede jaar blad. Heesters hebben drie tot vijf jaar nodig voor hun eindbreedte, en een kleine boom tien tot vijftien jaar voor zijn kroon.
Tot die tijd houdt een mulchlaag van 5 tot 8 cm de open grond tussen de planten vrij van zaadonkruid.
Wat doe je met een donkere tuin?
Kies planten voor de schaduw die er echt is, en maak het licht dat er wel valt zichtbaar. Lichte bestrating en een lichte schutting kaatsen diffuus licht terug. Witte of lichtgele bloemen en blad met een witte rand blijven in de schemering het langst zichtbaar, omdat het oog bij weinig licht rood als donker ziet en licht en blauw als helder.
Hoe de schaduw van het huis een tuin op het noorden in stroken verdeelt, staat bij de indeling van een noordtuin in schaduw- en zonstroken. Hang een spiegel aan de schutting alleen achter planten, want vogels vliegen op de weerspiegeling af.
Hoe diep moet een border zijn?
Een border van 100 cm diep biedt ruimte aan één rij vaste planten met een lage rand, bij 150 cm krijg je twee hoogtes achter elkaar en vanaf 200 cm passen er heesters achterin. Vanaf de rand reik je ongeveer 70 cm ver.
Is de border alleen van voren bereikbaar en dieper dan 140 cm, leg dan stapstenen of een onderhoudspad van 40 cm, zodat je niet op de grond tussen de planten hoeft te staan.
Mag je een boom dicht bij de schutting van de buren planten?
Volgens artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek hoort een boom minstens 2 m van de erfgrens te staan, gemeten vanaf het midden van de stam, en een heester of heg minstens 50 cm. Staat hij dichter bij, dan kunnen de buren verwijdering eisen, tenzij ze toestemming gaven, de beplanting niet boven de scheidsmuur uitkomt of de plaatselijke regels een kleinere afstand toestaan.
Leg afspraken met de buren daarom op papier. Takken die later over de grens hangen, mogen zij laten verwijderen, dus reken ook de eindkroon mee.
Wanneer je beter een vakman belt
Borders aanleggen en planten doe je zelf, maar een paar klussen in de tuin niet. Of je voor het kappen van een boom een vergunning nodig hebt, staat in het omgevingsplan van je gemeente. Een boom die hoger is dan je veilig vanaf een ladder bereikt, laat je snoeien of vellen door een boomverzorger.
Huur je een minigraver of een grondboor om een border of een plantgat voor een grote boom te graven, dan doe je vooraf een KLIC-melding bij het Kadaster, want bij mechanisch graven is die verplicht. In een voortuin liggen de aansluitingen voor gas, water en stroom vaak niet dieper dan 60 tot 80 cm.
Verder lezen over dit onderwerp

Planten ideeën woonkamer
Balkon inrichten met planten
Kleine patio tuin inrichten

Tuin inrichten
