Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Tafellamp dimbaar maken: lamp, dimmer en vermogen moeten kloppen

9 minuten lezen Verlichting Bijgewerkt 13 september 2026

Een tafellamp wordt dimbaar zodra drie dingen kloppen: een lichtbron die als dimbaar verkocht is, een dimmer die voor dat type lamp gebouwd is, en een vermogen boven de ondergrens van die dimmer. Voor een led betekent dat een dimmer met fase-afsnijding, gemerkt als R,C of led, en een led-bereik dat bij 3 tot 5 watt begint. Omdat de lamp aan een stekker zit, hoef je niet aan de wand te werken: een snoerdimmer, een stekkerdimmer, een touchdimmer in de voet of een slimme lamp doet het werk, maar nooit twee daarvan tegelijk. Kies 2700 K, of dim-to-warm als het gedimde licht warmer moet worden, want een gewone led houdt zijn kleur vast hoe ver je ook terugdraait.

Dit heb je nodig

Tijd
een half uur
Moeilijkheid
Goed zelf te doen
Kosten
10 tot 30 euro voor een snoerdimmer en een dimbare led-lamp

Gereedschap

  • Kleine platte schroevendraaier van 2,5 tot 3 mm
  • Striptang of een scherp mesje om de mantel van het snoer te openen
  • Kniptang
  • Telefoon met camera om flikkering te controleren

Materiaal

  • Snoerdimmer met een led-bereik op de verpakking, met aardeklem als het snoer drie aders heeft
  • Dimbare led-lamp met de juiste fitting, E27 of E14
  • Adereindhulzen van 0,75 mm2 als de klemmen van de dimmer schroefklemmen zijn

Wat er moet kloppen voordat een tafellamp dimt

Een tafellamp dimt pas goed als drie dingen tegelijk kloppen: de lichtbron is als dimbaar verkocht, de dimmer is gebouwd voor dat soort lichtbron, en het vermogen van de lamp valt binnen het bereik dat op de dimmer staat. Mist er één, dan krijg je flikkering, een zoemtoon of een lamp die alleen aan en uit gaat. Hoe dimmen past in de opbouw van licht per kamer, met lagen en hoogtes, lees je bij de verlichting als geheel.

De vloerlamp verlicht de zitplek, terwijl een tafellamp en wandlamp licht op andere plekken in de kamer brengen
De vloerlamp verlicht de zitplek, terwijl een tafellamp en wandlamp licht op andere plekken in de kamer brengen.

De eerste voorwaarde lees je van de verpakking. Een dimbare led draagt het symbool van een draaiknop of de tekst dimbaar, bij een lamp die niet dimt staat datzelfde symbool doorgestreept. Staat er niets, reken dan op niet dimbaar.

De tweede voorwaarde zit in de dimmer. Een dimmer voor gloeilampen en halogeen werkt met fase-aansnijding en is gemerkt als R,L, een dimmer voor led werkt met fase-afsnijding en draagt R,C of de aanduiding led. Een universele dimmer herkent zelf wat erop hangt.

De derde voorwaarde is de ondergrens. In een tafellamp zit meestal één led van 4 tot 8 watt, terwijl een oude dimmer voor gloeilampen vaak pas bij 20 tot 60 watt begint. Onder die grens krijgt de dimmer te weinig stroom om stabiel te schakelen, en dat zie je als pulseren in de onderste stand.

De tabel zet de gangbare lichtbronnen naast elkaar. Lees vooral de laatste kolom, want die vertelt wat de kleur doet als je terugdraait, en dat bepaalt hoe het gedimde licht straks oogt.

LichtbronWelke dimmer erbij hoortWat er gebeurt op de verkeerde dimmerWat de kleur doet bij dimmen
Gloeilamp of halogeen op 230 voltFase-aansnijding (R,L) of universeelWeinig: deze lampen dimmen op vrijwel elke dimmer, alleen de ondergrens teltZakt mee van ongeveer 2700 K naar 2000 tot 2200 K, dus oranjer naarmate het zachter wordt
Dimbare ledFase-afsnijding (R,C), een led-dimmer of universeelOp fase-aansnijding flikkert en zoemt hij, en de driver in de voet slijt snellerBlijft op de kelvinwaarde van de doos staan, ook in de laagste stand
Dim-to-warm ledFase-afsnijding of een led-dimmerHetzelfde als bij een gewone dimbare ledZakt bij het dimmen naar ongeveer 1800 tot 2200 K, zoals een gloeilamp dat deed
Led zonder dimbaar op de doosGeen: alleen een gewone schakelaarFlikkert, zoemt of reageert niet, en de elektronica in de voet gaat vroegtijdig kapotNiet van toepassing
Stapdimbare ledGeen dimmer: je dimt met de schakelaar van de lampDe stapfunctie werkt niet meer en de driver krijgt een aangeknipte spanning waar hij niet voor gebouwd isVaste standen, meestal drie, op dezelfde kelvinwaarde
Slimme led met app of afstandsbedieningGeen dimmer: de lamp dimt zichzelf en wil volle spanningValt uit, knippert of verliest de verbindingInstelbaar, vaak van warm naar koel wit
SpaarlampVrijwel nooit dimbaarKnippert, brandt onregelmatig en slijt snelNiet van toepassing: vervang hem door een dimbare led
Let op

Een led-filamentlamp met helder glas ziet eruit als een gloeilamp, maar is elektrisch een led met een driver in de voet. Of hij dimbaar is staat op de doos en nergens anders, want aan het draadje zie je het niet.

De manieren om een tafellamp dimbaar te maken

Een tafellamp hangt aan een stekker, en daarmee is hij een toestel en geen onderdeel van de vaste installatie. Je hoeft dus niet aan de wand te werken om hem te dimmen: de dimmer kan in het snoer zitten, tussen stekker en stopcontact, in de voet of in de lamp zelf.

Welke plek de beste is, volgt uit waar je zit als je aan de knop wilt. Naast de bank hoort de dimmer op het blad van de bijzettafel, binnen armlengte van de zitting. Een stekkerdimmer achter het dressoir werkt alleen als je de lamp eenmaal instelt en daarna met rust laat.

Houd bij elke oplossing één regel vast: er zit precies één dimmer in de keten. Een dimbare led op een snoerdimmer is goed, een slimme lamp op een snoerdimmer niet, en twee dimmers achter elkaar laten elkaars elektronica ontsporen.

De snoerdimmer ligt bereikbaar naast de lampvoet
De snoerdimmer ligt bereikbaar naast de lampvoet. Het snoer loopt langs de rand van het meubel.

Voor een staande lamp bestaan dezelfde oplossingen, met als verschil dat de knop dan vaak op de vloer ligt. Wat dat betekent voor de looproute en het snoer staat bij een staande lamp met een voetdimmer.

Heeft je lamp een metalen voet en een snoer met drie aders, dan valt een deel van de oplossingen af. De aardedraad moet dan ononderbroken doorlopen, en niet elke snoerdimmer heeft daar een klem voor.

OplossingWanneer je hem kiestWaar je op let
Snoerdimmer met draaiwiel of schuifEen lamp met een dimbare led waar je vanaf de bank of het bed bij wiltHet led-bereik op de dimmer, en een klem voor de aarde bij een metalen voet
Stekkerdimmer tussen stopcontact en stekkerEen lamp die je op een vaste stand zet, zonder aan het snoer te knippenHij bouwt enkele centimeters op uit het stopcontact, dus achter een kast die tegen de wand staat past hij zelden
Touchdimmer in de voetEen lamp met een metalen voet die je met een tik wilt bedienenMeestal drie of vier vaste standen; oudere modules zijn gemaakt voor gloeilampen en alleen de lampen die de fabrikant noemt werken goed
Slimme lamp in de fittingEen lamp die je vanaf je telefoon, een draadloze schakelaar of met een tijdschema wilt regelenDe schakelaar in het snoer blijft aan, want zonder spanning is de lamp onbereikbaar
Stapdimbare ledEen lamp met alleen een snoerschakelaar, als drie standen genoeg zijnJe gaat een stand lager door binnen een paar seconden uit en weer aan te schakelen; na langer uit begint hij weer op vol
Lamp met een dimmer af fabriekJe koopt een nieuwe lamp in plaats van een bestaande om te bouwenKijk welk type lichtbron de fabrikant voorschrijft en of die erbij zit
Geschakeld stopcontact met een wanddimmerDe tafellampen in de kamer staan al op een wandschakelaarDit is werk aan de vaste installatie, en dat stopcontact voedt straks ook de stofzuiger die je erin steekt

Hoe een dimmer licht terugdraait en waarom led daar gevoelig voor is

Het stopcontact levert wisselspanning van 230 volt die vijftig keer per seconde heen en weer gaat, dus honderd halve golven per seconde. Een gewone dimmer verlaagt die spanning niet, maar knipt van elke halve golf een stuk weg. Hoe groter dat stuk, hoe minder energie er bij de lamp aankomt.

Een gloeidraad merkt daar weinig van, want die blijft tussen twee halve golven gewoon nagloeien. Een led heeft die traagheid niet en hangt aan een driver: een klein elektronisch circuit in de voet dat de netspanning omzet in gelijkstroom voor de chip. Die driver moet uit een aangeknipte golf afleiden hoe fel hij moet branden.

Bij fase-aansnijding begint elke halve golf met een steile sprong in spanning. Daar reageert een led-driver slecht op: er loopt bij elke sprong een piekstroom, onderdelen trillen hoorbaar mee, en dat is de zoemtoon. Fase-afsnijding laat de golf rustig opkomen en knipt het staartje weg, en daarom is dat het type voor led.

Onderin het bereik speelt iets anders. Een snoerdimmer zit in één ader en haalt de stroom die hij zelf nodig heeft om zijn knipmoment te bepalen door de lamp heen. Trekt één led van 5 watt daarvoor te weinig, dan verschuift de timing van golf tot golf en pulseert het licht.

Een goede driver vangt dat op met een buffer, een goedkope niet. Daarom kan dezelfde dimmer met de ene dimbare led rustig tot de laagste stand zakken en met de andere al halverwege gaan knipperen.

Praktische tip

Film de gedimde lamp met de camera van je telefoon. Lopen er donkere strepen door het beeld die bij vol licht verdwijnen, dan flikkert de lamp sneller dan je oog ziet, en die combinatie van lamp en dimmer hoort niet naast een leesplek.

Welke lamp je in de fitting draait

Kies de lichtbron op lumen en niet op watt. Een tafellamp die in de avond vooral een hoek oppakt, heeft genoeg aan 250 tot 470 lumen, de lichtstroom van een oude gloeilamp van 25 tot 40 watt. Een lamp waarbij je leest, vraagt 470 tot 806 lumen, want terugdraaien kan altijd en verder omhoog dan wat erin zit niet.

Daar zit ook de reden om bij een dimbare lamp iets ruimer te kiezen. Een sterkere led belast de dimmer meer en komt daardoor makkelijker boven de ondergrens, dus hij blijft in de lage standen eerder rustig.

Voor de kleurtemperatuur houd je in woonkamer en slaapkamer 2700 K aan, en neem je dim-to-warm als het gedimde licht warmer moet worden. Werk je overdag aan tafel in een kamer met weinig daglicht, dan kan er één lamp van 4000 K bij; welke kelvinwaarde bij de windrichting van je kamer past, zoek je per ruimte op.

Let daarna op de kleurweergave. Ra 80 is de ondergrens, Ra 90 hoort bij een lamp die op hout, huid of een boek schijnt. Waarom juist rood pigment en hout daarop reageren, staat uitgewerkt bij de lichtbron in een houten kap boven de eettafel.

Controleer als laatste de fitting. E27 is de gewone schroefdraad van 27 mm, E14 de kleine van 14 mm, en een kap die met een klem op het glas rust vraagt een lamp met dezelfde vorm en maat als de oude.

Waar de tafellamp staatLichtstroomKleurtemperatuur en kleurweergaveWaar gedimd licht het meest oplevert
Bijzettafel naast de bank250 tot 470 lumen2700 K, dim-to-warm als hij 's avonds laag brandt, Ra 80Als enige licht tijdens het televisiekijken, op een lage stand
Leesplek naast een stoel470 tot 806 lumen2700 K, Ra 90Vol tijdens het lezen, laag zodra het boek dicht is
Nachtkastje200 tot 400 lumen2700 K of lager, dim-to-warm, Ra 80In de laagste stand als je 's nachts opstaat, zodat je ogen niet aan fel licht hoeven te wennen
Dressoir of vensterbank250 tot 470 lumen2700 K, Ra 80, of Ra 90 met kunst aan de wand erbovenAls licht op ooghoogte dat de wand oppakt terwijl het plafondlicht uit is
BureauGenoeg voor 500 lux op het blad, vaak 500 tot 800 lumen dicht bij het werk4000 K overdag en 2700 K in de avond, Ra 90Terug naar halve kracht na werktijd; een lamp met instelbare kleur doet beide
Kinderkamer150 tot 250 lumen2700 K of lager, dim-to-warmAls nachtlicht in de laagste stand, mits de lamp daar niet pulseert

Op welke hoogte de kap moet eindigen

Een dimbare lamp brandt op vol als je leest en op een lage stand als je televisie kijkt, en in beide standen hoort de lichtbron uit beeld te blijven. Dat hangt aan één maat: de onderrand van de kap ten opzichte van je ogen.

Wie op een bank met een zitting van 44 cm zit, heeft zijn ogen op ongeveer 115 cm boven de vloer. Blijft de onderrand van de kap daaronder en de bovenrand erboven, dan kijk je tegen de zijkant van de kap en niet in de lamp. Staat de onderrand hoger, dan schuift de lichtbron van onderen in beeld, en een led op vol vermogen is dan hard.

Op een bijzettafel van 55 tot 65 cm hoog betekent dat een lamp waarvan de kap op 40 tot 50 cm boven het blad begint. Bij een leesplek naast een stoel komt de onderrand op 100 tot 125 cm, zodat het licht over je schouder op de pagina valt. De hoogtes van lees-, vloer- en bedlampen staan bij elkaar in de maatwijzer met alle lamphoogtes in huis, samen met de marge die nog werkt.

Op een nachtkastje van 50 tot 60 cm, gelijk met de matras, gaat het om de hoogte waarop je rechtop in bed zit. Een kap met de onderrand rond schouderhoogte, ongeveer 45 tot 55 cm boven de matras, zet het licht op je boek zonder dat de lamp boven je hoofd uitsteekt.

Leg de dimmer zelf binnen handbereik van waar je zit. Het snoer loopt van de voet meestal achter het meubel langs naar een stopcontact op 30 cm hoogte, dus meet voordat je knipt hoever de dimmer vanaf de voet op het blad komt te liggen.

Waarom gedimd licht anders oogt dan je verwacht

Het oog ervaart licht niet lineair. Als vuistregel zie je ongeveer de wortel van de lichtstroom als helderheid: een lamp op een tiende van zijn lumen oogt nog als een derde, en op de helft als ruim twee derde. Daarom lijkt er in de bovenste helft van een dimmer weinig te gebeuren en valt het licht in het laatste stuk ineens weg.

Hoe een dimmer dat opvangt, heet de dimcurve. Een goede led-dimmer verdeelt het draaiwiel zo dat elk stuk draaien ongeveer even veel verschil geeft, een eenvoudige dimmer knipt lineair en stopt het bruikbare deel in het laatste kwart. Heeft je dimmer een instelling voor de laagste stand, zet die dan net boven het punt waar de lamp begint te pulseren.

De kleur is het tweede verschil. Een gloeilamp werd oranjer naarmate hij zachter brandde, en die combinatie van weinig licht en een warme kleur herkent het oog als avond. Een gewone led houdt 2700 K vast, dus je krijgt zwak licht met de kleur van vol licht, en dat oogt vlak terwijl er niets mis is met de lamp. Dim-to-warm haalt die verschuiving terug.

Houd per zichtveld één kleurtemperatuur aan, ook als de lampen gedimd zijn. Een tafellamp van 2700 K naast een dim-to-warm lamp die op 2000 K staat, laat de eerste koel en de tweede oranje ogen. Hoe tafellamp, kunst en textiel samen in één kamer vallen, lees je bij de volgorde waarin je decoratie en licht kiest.

Op de meter levert dimmen weinig op. Een led van 6 watt op de helft scheelt 3 watt, en bij vier branduren per dag is dat ruim 4 kilowattuur per jaar. De winst zit in de levensduur: een led-lamp gaat 15.000 tot 50.000 branduren mee, en wat hem sloopt is warmte in de driver, die bij lager vermogen minder heet wordt.

Wat je doet als de lamp flikkert, zoemt of nagloeit

Bijna elk probleem met een gedimde tafellamp komt uit een van de drie voorwaarden: de lamp, het type dimmer of het vermogen. Het symptoom vertelt welke, en daarmee weet je of je een andere lamp nodig hebt of een andere dimmer.

Werk in die volgorde. Vervang eerst de lamp door een exemplaar waar dimbaar op staat, liefst van een ander type; verandert er niets, dan ligt het aan de dimmer. Een lamp is goedkoper dan een dimmer en ook vaker de oorzaak.

Een snoerdimmer die handwarm wordt, doet wat hij moet doen, want er gaat een deel van het vermogen in zijn elektronica verloren. Wordt hij heet of ruik je iets, trek dan de stekker eruit: er hangt meer vermogen aan dan hij aankan, of er zit een klem los.

Twee gevallen lijken op een defect en zijn het niet. Een led die na het uitdraaien zwak nagloeit, krijgt via de elektronica van de dimmer een klein lekstroompje binnen. Een touchlamp die zelf van stand verandert, reageert op een spanningspiek in het net of op statische lading van je trui, en ook dat is geen kapotte lamp.

De tabel zet de symptomen naast de oorzaak. Lees hem van links naar rechts, en vervang pas iets als het symptoom en de oorzaak bij elkaar passen.

Wat je ziet of hoortWaar het aan ligtWat je doet
Knippert of pulseert alleen in de laagste standHet vermogen zit onder de ondergrens van de dimmer, of de driver kan niet zo ver terugZet de laagste stand hoger als de dimmer dat kan, of kies een lamp met meer watt of een dimmer met een lager led-bereik
Flikkert over het hele bereikEen lamp zonder dimbaar op de doos, of een dimmer met fase-aansnijdingEerst een dimbare led, daarna een dimmer met R,C of led erop
Zoemt, vooral halverwegeFase-aansnijding op een led-driver, of een driver die slecht op deze dimmer reageertEen dimmer met fase-afsnijding; zoemt het dan nog, een lamp van een ander type
Gloeit zwak na in de uitstandEen klein stroompje door de elektronica van de dimmerEen dimmer met een schakelaar die het contact echt verbreekt, of een lamp die meer vermogen trekt
Doet tot halverwege niets en dimt dan in één keerDe dimcurve van de dimmer past niet bij de driverEen led-dimmer met een instelbare laagste stand, of een andere lamp
Gaat binnen een paar maanden kapotEen driver op een verkeerd type dimmer, of warmte die in een dichte kap niet weg kanControleer het type dimmer en kies een kap met een opening boven de lamp
Slimme lamp reageert niet meer op de appDe schakelaar of dimmer in het snoer staat uit of laagHaal de dimmer eruit en laat de snoerschakelaar aan
Op de laagste stand nog te felDe lamp heeft te veel lumen voor zijn plek, of de dimmer stopt boven het echte minimumEen lamp met minder lumen, of dim-to-warm, die onderin ook in kleur zakt

Zo zet je een snoerdimmer in het snoer van een tafellamp

De volgorde begint bij de lamp en eindigt bij de test, want pas als lamp en dimmer bij elkaar passen heeft knippen zin.

  1. Controleer de lamp en het snoer voordat je iets koopt

    Kijk of dimbaar op de verpakking van de lichtbron staat, noteer het vermogen en tel de aders in het snoer. Twee aders met een voet van hout, keramiek of kunststof is het eenvoudige geval; drie aders met een geel-groene draad betekent een metalen voet die geaard moet blijven.

  2. Kies een dimmer die past bij het vermogen en het snoer

    Neem een snoerdimmer met een led-bereik dat onder het vermogen van jouw lamp begint. Heeft het snoer drie aders, dan hoort de dimmer een klem of doorvoer voor de aarde te hebben; zit die er niet, kies dan een stekkerdimmer met randaarde.

  3. Trek de stekker eruit en bepaal de plek van de dimmer

    Met de stekker uit het stopcontact is het snoer spanningsloos, en dat is de enige zekerheid die je hier nodig hebt. Zet de lamp op zijn plek, kies het punt waar de dimmer op het blad of naast het bed binnen handbereik ligt en markeer dat op het snoer.

  4. Open de dimmer en knip het snoer volgens het schema

    Bij de meeste snoerdimmers knip je het snoer helemaal door en gaan beide aders in de klemmen, bij sommige loopt één ader ongeknipt door het huis. Het schema in het deksel beslist. Verwijder de mantel tot net binnen de trekontlasting en strip per ader zoveel koper als bij de klem staat aangegeven, meestal 6 tot 8 mm.

  5. Zet de aders vast en klem de mantel in de trekontlasting

    Knijp een adereindhuls om elke soepele ader voordat die in een schroefklem gaat, anders spreiden de koperdraadjes en zit er na een paar keer verschuiven één los. Draai de trekontlasting aan op de mantel en niet op de losse aders, zodat een ruk aan het snoer nooit tot bij de klemmen komt.

  6. Trek aan het snoer en sluit het huis

    Trek aan beide kanten stevig aan het snoer en kijk of er bij de klemmen iets beweegt. Schroef daarna het deksel dicht en controleer of er nergens koper of een losse ader tussen de naad uitsteekt.

  7. Test het hele bereik met de camera erbij

    Draai de dimmer langzaam van vol naar de laagste stand en terug, en film de lamp in de lage stand met je telefoon. Flikkert of zoemt hij, zet dan de laagste stand hoger als de dimmer dat toelaat, of probeer een andere lamp voordat je de dimmer de schuld geeft.

Maatwijzer

De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens

OnderdeelWatMaatMarge die werktWaar het van afhangt
ZittenBank, zithoogte44 cm40 tot 48 cmMeet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover.
ZittenBank, zitdiepte60 cm55 tot 65 cmBoven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen.
ZittenBank, totale hoogte met rugleuning80 cm75 tot 90 cmStaat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm.
ZittenFauteuil, zithoogte45 cm42 tot 48 cmEen paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm.
ZittenSalontafel, hoogte42 cm38 tot 45 cmVuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen.
ZittenSalontafel, afstand tot de bank40 cm35 tot 45 cmMinder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken.
ZittenBijzettafel naast de bank, hoogte60 cm55 tot 65 cmGelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken.
ZittenPoef of voetenbank, hoogte42 cm38 tot 45 cmIets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten.
ZittenDoorloop tussen bank en meubel80 cm70 tot 90 cmBij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren.
ZittenTv-meubel, hoogte45 cm40 tot 55 cmHierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand.
Eten en barBarblad, hoogte105 cm100 tot 110 cmDe barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad.
Eten en barBarblad, diepte40 cm30 tot 60 cm40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm.
Eten en barBarblad, overstek voor je knieën25 cm20 tot 30 cmZonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt.
Eten en barBarkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm78 cm75 tot 82 cmHet verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen.
Eten en barBarkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm)63 cm60 tot 67 cmHetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog.
Eten en barBar, breedte per persoon60 cm55 tot 70 cmMet 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder.
Eten en barEettafel, hoogte blad75 cm72 tot 78 cmVaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant.
Eten en barEettafel, vrije hoogte onder het blad68 cm65 tot 72 cmHier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op.
Eten en barEetstoel, zithoogte45 cm44 tot 47 cmHet verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm.
Eten en barEettafel, breedte per persoon60 cm55 tot 70 cmEen placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm.
Eten en barEettafel, diepte90 cm80 tot 100 cmBij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden.
Eten en barRonde eettafel, diameter120 cm voor 4 personen110 tot 150 cmReken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen.
Eten en barRuimte achter een eetstoel100 cm75 tot 110 cm75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal.
Aan de muurSchilderij, hartlijn boven de vloer145 cm140 tot 155 cmVuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig.
Aan de muurSchilderij boven een bank, onderrand25 cm boven de rugleuning20 tot 30 cmLager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier.
Aan de muurSchilderij boven een dressoir, onderrand25 cm boven het blad20 tot 30 cmGenoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt.
Aan de muurWandcollage, ruimte tussen de lijsten6 cm5 tot 8 cmGelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes.
Aan de muurSchilderij in een trapgat, hartlijn145 cm boven de neus van de trede140 tot 150 cmMeet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken.
Aan de muurSpiegel in de hal, hartlijn155 cm150 tot 165 cmDe bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet.
Aan de muurSpiegel boven de wastafel, onderkant20 cm boven het blad15 tot 25 cmRuimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals.
Aan de muurWandklok, hartlijn180 cm170 tot 200 cmBoven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat.
Aan de muurTv, midden van het scherm105 cm100 tot 115 cmOp ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek.
Aan de muurTv, kijkafstand2 keer de schermdiagonaal1,5 tot 2,5 keerEen 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet.
Aan de muurStopcontact, hart boven de vloer30 cm25 tot 35 cmGewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog.
Aan de muurSchakelaar, hart boven de vloer105 cm90 tot 110 cmOok een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter.
LichtHanglamp boven de eettafel, onderkant80 cm boven het blad75 tot 90 cmLaag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger.
LichtHanglamp boven de eettafel, breedte30 cm binnen de rand van het blad30 tot 40 cm binnen de randAnders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift.
LichtHanglamp boven een kookeiland, onderkant75 cm boven het blad70 tot 85 cmBoven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart.
LichtHanglamp in de hal of boven de trap, onderkant210 cm boven de vloer200 tot 230 cmVrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt.
LichtWandlamp, hart160 cm150 tot 170 cmOoghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron.
LichtLeeslamp naast een stoel, onderkant van de kap110 cm100 tot 125 cmNet boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen.
LichtVloerlamp naast de bank, onderkant van de kap140 cm130 tot 150 cmJe hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje.
LichtBedlamp aan de wand, hart65 cm boven de matras55 tot 75 cmOp zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm.
LichtSpiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel160 cm hart155 tot 170 cmLicht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel.
LichtInbouwspot, afstand tot de wand70 cm60 tot 90 cmDichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek.
LichtBuitenlamp naast de voordeur, hart190 cm170 tot 210 cmBoven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind.
KeukenAanrecht, hoogte bovenkant blad90 cm85 tot 95 cmDe Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit.
KeukenWerkblad, diepte60 cm57 tot 65 cmKookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes.
KeukenBovenkastjes, onderkant boven het werkblad55 cm50 tot 60 cmOnder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap.
KeukenBovenkastjes, diepte35 cm32 tot 40 cmOndieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden.
KeukenAfzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant70 cm65 tot 75 cmDe vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant.
KeukenAfzuigkap boven inductie, onderkant60 cm55 tot 65 cmGeen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat.
KeukenKookeiland, loopruimte rondom120 cm100 tot 150 cmBij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat.
KeukenTwee keukenrijen tegenover elkaar, afstand120 cm110 tot 140 cmEen ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig.
KeukenOven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte90 cm80 tot 100 cmJe tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat.
KeukenVaatwasser, nismaat60 cm breed, 82 cm hoog60 tot 60,5 cm breedEen onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog.
KeukenInbouwkoelkast, nishoogte88, 122 of 178 cmvaste maten per modelDe kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven.
KeukenStopcontact boven het werkblad, hart115 cm110 tot 120 cmDat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak.
KeukenKeukenplint, hoogte10 cm10 tot 15 cmDe poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt.
Trap, hal en deurTrapleuning, hoogte90 cm80 tot 100 cm (norm)Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt.
Trap, hal en deurOptrede, hoogte van een tredemaximaal 18,8 cm bij nieuwbouwbestaande bouw tot 22 cm (norm)Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt.
Trap, hal en deurAantrede, diepte van een tredeminimaal 22 cm bij nieuwbouw22 cm is de ondergrens (norm)Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn.
Trap, hal en deurTrap, vuistregel voor comfortabel lopen2 x optrede + aantrede = 60 cm58 tot 64 cmGeen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat.
Trap, hal en deurTrap, vrije breedte80 cm bij nieuwbouwbestaande bouw 70 cm (norm)Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven.
Trap, hal en deurTrap, vrije hoogte erboven230 cm bij nieuwbouwbestaande bouw 190 cm (norm)Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt.
Trap, hal en deurVloerafscheiding langs een trapgat of vide100 cm bij nieuwbouwbestaande bouw 90 cm (norm)Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen.
Trap, hal en deurBinnendeur, dagmaat van het kozijn83 x 201,5 cm78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoogIndustriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm.
Trap, hal en deurDeurkruk, hoogte100 cm95 tot 105 cmGewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist.
Trap, hal en deurKapstok, hoogte van de haken170 cm160 tot 180 cmEen lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm.
Trap, hal en deurHal, vrije loopruimte100 cm90 tot 120 cmOnder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok.
Trap, hal en deurDrempel, hoogtemaximaal 2 cm0 tot 2 cmBoven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf.
SlapenBed, bovenkant matras55 cm45 tot 65 cmZit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45.
SlapenMatras, standaardmaten140 x 200 cm80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm langBen je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210.
SlapenNachtkast, hoogte bovenblad60 cm55 tot 70 cmGelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast.
SlapenLoopruimte naast het bed70 cm60 tot 90 cm60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten.
SlapenKledingroede voor lange kleding160 cm150 tot 170 cmEen jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak.
SlapenKledingroede voor korte kleding100 cm95 tot 110 cmHemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte.
SlapenKast, diepte voor hangende kleding60 cm55 tot 65 cmEen hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte.
SlapenKast, legborddiepte voor truien en broeken40 cm35 tot 45 cmEen opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent.
SlapenKast, hoogste bruikbare schap200 cm190 tot 210 cmVerder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt.
SlapenHoogslaper, vrije hoogte boven de matras100 cm90 tot 110 cmGenoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed.
Raam en gordijnGordijnrails, hoogte boven het kozijn12 cm10 tot 15 cmBoven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond.
Raam en gordijnGordijnrails, uitloop naast het kozijn20 cm per zijde15 tot 25 cmDaar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert.
Raam en gordijnGordijn, lengte tot de vloer1 cm boven de vloer0 tot 2 cmNet vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer.
Raam en gordijnGordijn, lengte tot de vensterbank2 cm boven de bank1 tot 3 cmVrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan.
Raam en gordijnGordijn, stofbreedte2 keer de railbreedte1,5 tot 2,5 keerBij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet.
Raam en gordijnRolgordijn of plissé in de dag, speling0,5 cm per zijde0,3 tot 1 cmMeet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks.
Raam en gordijnVitrage, afstand tot het glas5 cm3 tot 10 cmTegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk.
Raam en gordijnVensterbank binnen, diepte20 cm15 tot 30 cmVolgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op.
Raam en gordijnVensterbank buiten, overstek4 cm3 tot 5 cmMet een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam.
Raam en gordijnRadiator onder het raam, onderkant12 cm boven de vloer10 tot 15 cmEr moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank.
WerkenBureau, hoogte blad zittend74 cm72 tot 76 cmJe onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun.
WerkenZit-stabureau, stahoogte105 cm95 tot 120 cmEllebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm.
WerkenBureaustoel, zithoogte45 cm40 tot 52 cmVoeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf.
WerkenVrije hoogte onder het bureaublad68 cm65 tot 72 cmJe bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij.
WerkenBureaublad, diepte80 cm70 tot 90 cmBij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor.
WerkenBeeldscherm, bovenrandop ooghoogte of iets lager110 tot 125 cm boven de vloerJe kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord.
WerkenToetsenbord, afstand tot de bladrand10 cm8 tot 15 cmDaar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders.
WerkenWandplank boven het bureau, onderkant45 cm boven het blad40 tot 60 cmEen A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat.
WerkenBoekenschap, diepte25 cm20 tot 30 cmEen pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand.
WerkenBoekenschap, overspanning zonder steun80 cm70 tot 90 cmBoeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door.
KeukenSchap voor borden, diepte32 cm30 tot 35 cmEen plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven.
BadkamerWastafel, bovenkant85 cm80 tot 95 cmVuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger.
BadkamerOpzetkom, hoogte van het meubel75 cm70 tot 80 cmTel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte.
BadkamerHanddoekhaak naast de wastafel140 cm120 tot 160 cmBinnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte.
BadkamerHanddoekradiator, onderkant20 cm boven de vloer15 tot 40 cmDaar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming.
BadkamerDouchekraan, hart100 cm95 tot 110 cmHeuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan.
BadkamerBadkraan, hart65 cm60 tot 75 cmOngeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit.
BadkamerRegendouchekop210 cm200 tot 225 cmMinstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat.
BadkamerHanddouche aan een glijstang, bovenste stand190 cm180 tot 200 cmDe stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af.
BadkamerToilet, zithoogte40 cm38 tot 48 cmStandaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe.
BadkamerToilet, vrije ruimte voor de pot60 cm55 tot 70 cmDaar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur.
BadkamerToiletrolhouder70 cm hoog, 25 cm voor de pot60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de potZittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer.
BadkamerFonteintje in het toilet, bovenkant85 cm80 tot 90 cmDezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek.
BadkamerStopcontact in de badkamerbuiten 60 cm van bad of douchenorm, geen gewoonteNEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA.

De meeste maten hier zijn standaardmaten uit de meubel-, keuken- en sanitairbranche plus vuistregels die in de praktijk werken: gewoontes, geen voorschriften. Waar wel een eis geldt, staat dat in de rij: de trap, de leuning en de vloerafscheiding komen uit het Bouwbesluit (sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving) en de badkamerzones uit NEN 1010, en voor apparaten als een afzuigkap is de handleiding van de fabrikant leidend.

Nalopen voordat de lamp weer op tafel staat

Uit de praktijk

Wat hier misgaat

De lamp pulseert alleen in de laagste stand

Werkt de lamp op vol en halverwege normaal en begint hij pas onderin te pulseren, dan ligt het niet aan het type dimmer maar aan de ondergrens. De dimmer haalt zijn eigen stroom door de lamp heen, en een led van 4 tot 6 watt levert op de laagste stand te weinig om het knipmoment stabiel te houden.

Meer vermogen in dezelfde fitting helpt, net als een dimmer met een lager led-bereik of een instelbare laagste stand. Een tweede lamp elders in huis helpt niet, want een snoerdimmer ziet alleen de lamp aan zijn eigen snoer.

Waar dit op vastloopt

De uitgedraaide lamp gloeit zwak na in het donker

Een led die in de uitstand nog een schemer geeft of af en toe kort oplicht, is niet kapot. Draait de dimmer zonder hoorbare klik naar nul, dan onderbreekt hij de ader niet mechanisch maar elektronisch, en door die elektronica blijft een klein stroompje lopen. Een gloeidraad merkte daar niets van, een led-driver laadt er langzaam mee op.

Een dimmer met een schakelaar die het contact echt verbreekt lost dat op, en een lamp met meer vermogen vaak ook. Op een nachtkastje is de stekker eruit trekken tot die tijd het eenvoudigst.

Wat hier misgaat

Het gedimde licht voelt kil terwijl er 2700 K op de doos staat

Een kamer die bij gedimd licht vlak en grauw oogt, heeft meestal lampen die hun kleur vasthouden. Het oog verwacht bij weinig licht een warmere kleur, zoals bij een kaars of een avondlucht, en krijgt zwak licht met de kleur van vol licht.

Meer lumen lost dat niet op, want dan dim je alleen verder terug. Een dim-to-warm led die bij het terugdraaien naar 1800 tot 2200 K zakt, of een slimme lamp waarvan je de kleur apart verlaagt, geeft het beeld dat bij de avond hoort.

Veelgemaakte fouten

Een oude dimmer voor gloeilampen hergebruiken

Een dimmer uit de tijd van gloeilampen werkt met fase-aansnijding en begint vaak pas bij 20 tot 60 watt. Met een led van 6 watt zit je onder die grens en krijgt de driver een spanning met steile sprongen, dus flikkert en zoemt de lamp tegelijk.

Wat het eerst sneuvelt is niet de dimmer maar de lamp, die na een paar maanden helemaal niets meer doet.

Een slimme lamp op een dimmer zetten

Een slimme lamp heeft een ontvanger en een eigen dimschakeling in de voet, en die hebben volle netspanning nodig. Op een snoerdimmer krijgt die elektronica een aangeknipte golf, met knipperen, uitvallen en een verbroken verbinding als gevolg.

Draai de snoerdimmer helemaal open of haal hem eruit, en dim alleen nog via de app of de draadloze schakelaar.

De aarde onderbreken bij een metalen voet

Een lamp met een metalen voet heeft een snoer met drie aders, en de geel-groene ader houdt die voet veilig als er binnenin een ader losraakt. Knip je die aarde door omdat de snoerdimmer maar twee klemmen heeft, dan is die bescherming weg en merk je dat pas als je de voet aanraakt.

Een lamp kiezen op watt in plaats van lumen

Bij led zegt het wattage weinig over het licht, want twee lampen van 6 watt kunnen honderden lumen verschillen. Wie op watt koopt, krijgt een tafellamp die te zwak is om bij te lezen, of een die zo fel is dat hij altijd onderin het bereik brandt, precies waar het pulseren begint.

Dimmen om stroom te besparen

Een led van 6 watt die op de helft brandt, scheelt bij vier branduren per dag ruim 4 kilowattuur per jaar. Dat is geen reden om een dimmer te kopen, en ook geen reden om een lamp met te veel lumen te nemen en die altijd laag te zetten.

Kies het aantal lumen op de plek en gebruik de dimmer voor het verschil tussen lezen en televisiekijken.

Een krachtige led in een kleine dichte kap draaien

Een led wordt minder heet dan een gloeilamp, maar de warmte die er is ontstaat in de driver in de voet. In een kleine kap zonder opening boven de lamp blijft die warmte hangen, en de elektronica is precies het onderdeel dat daar het eerst op stukgaat.

Veelgestelde vragen

Hoe maak je een tafellamp dimbaar?

Draai er een lamp in waar dimbaar op de verpakking staat en zet een dimmer in het snoer of tussen stekker en stopcontact. Voor led kies je een dimmer met fase-afsnijding, gemerkt als R,C of led, met een bereik dat onder het vermogen van je lamp begint.

Wil je niet knippen, dan zijn een stekkerdimmer en een slimme lamp de twee wegen zonder gereedschap. Combineer die twee nooit.

Kan elke tafellamp dimbaar worden?

Bijna elke tafellamp met een gewone fitting kan het, want het dimmen zit in de lichtbron en de dimmer en niet in de kap of de voet. De uitzonderingen zijn lampen met een ingebouwde led zonder fitting, waarvan de driver vastzit en niet dimbaar is, en lampen met eigen elektronica in de voet die voor gloeilampen gemaakt is. Daar werkt een led alleen als de fabrikant hem noemt.

Welke dimmer heb je nodig voor een led-tafellamp?

Een dimmer met fase-afsnijding, herkenbaar aan R,C, de aanduiding led of universeel. Kijk daarbij naar het led-bereik: staat daar bijvoorbeeld 3 tot 100 watt en heeft je lamp 6 watt, dan zit je goed.

Voor wanddimmers gelden dezelfde letters en dezelfde regels, en die staan naast elkaar bij de dimmers die bij de verschillende lampsoorten horen.

Waarom flikkert mijn tafellamp als ik hem dim?

Flikkert hij over het hele bereik, dan passen lamp en dimmer niet bij elkaar: een led zonder dimbaar op de doos, of een dimmer met fase-aansnijding. Flikkert hij alleen in de laagste stand, dan zit het vermogen onder de ondergrens van de dimmer.

In het eerste geval wissel je de lamp of de dimmer, in het tweede zet je de laagste stand hoger of kies je een lamp met meer watt.

Wat is het verschil tussen een snoerdimmer en een stekkerdimmer?

Een snoerdimmer zet je in het snoer, zodat hij op het blad naast de lamp of naast het bed ligt, en daarvoor knip je het snoer door. Een stekkerdimmer steek je zonder gereedschap tussen stopcontact en stekker, maar hij zit dan waar het stopcontact zit, vaak op 30 cm hoogte achter een meubel.

Elektrisch doen ze hetzelfde, dus de keuze gaat over waar je zit. Bij een staande lamp komt daar de looproute bij, zoals bij een vloerlamp dimmen met een externe dimmer.

Kan een slimme lamp in een gewone tafellamp?

Ja, zolang de fitting past en de lamp volle spanning krijgt. Laat de snoerschakelaar aan staan en haal een dimmer uit het snoer, want de lamp regelt zijn helderheid zelf.

Het voordeel is dat je bij het terugdimmen ook de kleur kunt verlagen. Het nadeel is dat de lamp onbereikbaar wordt zodra iemand de schakelaar in het snoer omzet.

Werkt een touchlamp met een led-lamp?

Alleen als de touchdimmer in de voet daarvoor gemaakt is. Oudere touchlampen zijn gebouwd voor gloeilampen en schakelen in drie of vier standen met fase-aansnijding, en daarop flikkert of zoemt een led.

Staat er op de lamp of in de handleiding een led-lamp of een vermogen voor led genoemd, houd je daaraan. Staat er niets, draai er dan een dimbare led in en controleer elke stand met de camera van je telefoon.

Hoeveel lumen heeft een dimbare tafellamp nodig?

Naast de bank is 250 tot 470 lumen genoeg voor een lamp die een hoek oppakt, bij een leesplek 470 tot 806 lumen en op een nachtkastje 200 tot 400 lumen.

Neem bij een dimbare lamp de bovenkant van dat bereik. Terugdraaien kan altijd, en een sterkere lamp komt makkelijker boven de ondergrens van de dimmer uit.

Welke kleurtemperatuur kies je voor een dimbare tafellamp?

Voor woonkamer en slaapkamer 2700 K, en dim-to-warm als de lamp 's avonds vaak laag brandt. Een gewone led blijft bij het dimmen op zijn kelvinwaarde, een dim-to-warm lamp zakt naar ongeveer 1800 tot 2200 K.

Op een bureau kan overdag 4000 K, maar zet die niet in hetzelfde zichtveld als een tafellamp van 2700 K, want dan lijkt de ene blauw en de andere oranje.

Bespaart een gedimde tafellamp stroom?

Een beetje. Een led van 6 watt op halve kracht scheelt 3 watt, en bij vier branduren per dag is dat ruim 4 kilowattuur per jaar, terwijl de dimmer zelf ook een kleine hoeveelheid verbruikt.

Wat je wel wint is levensduur. De driver in de voet wordt minder warm, en warmte is wat een led-lamp het vaakst sloopt.

Wat betekent stapdimbaar op een led-lamp?

Een stapdimbare led dimt zonder dimmer, met de gewone schakelaar van de lamp. Schakel je hem binnen een paar seconden uit en weer aan, dan gaat hij een stand lager, meestal in drie stappen van vol naar laag.

Zo'n lamp hoort juist niet op een dimmer. Hij werkt het best in een tafellamp met een snoerschakelaar die je makkelijk bereikt.

Wanneer je beter een vakman belt

Een tafellamp met een stekker dim je zelf, want dat is werk aan een toestel. Een geschakeld stopcontact met een wanddimmer is een ander verhaal: dat is werk aan de vaste installatie volgens NEN 1010, met de groep uit en een spanningszoeker om te controleren of de aders spanningsloos zijn.

Laat een elektricien komen als er in de schakelaardoos geen nuldraad zit terwijl de dimmer die vraagt, of als je in een woning van voor ongeveer 1970 stof- of loodgeïsoleerde bedrading aantreft. Een oude lamp met een textielsnoer dat bij buigen scheurt, krijgt eerst een nieuw snoer voordat er een dimmer in komt.

Verder lezen over dit onderwerp